30 jun '17

‘Ik voel me een echte
Belgische artiest’

386
door Tom Peeters
Met de single Bruxelles Arrive waarschuwde de in Linkebeek opgegroeide rapper Roméo Elvis al dat er een nieuwe generatie Brusselse hiphoppers zat aan te komen, die zich niet laat intimideren door een of andere erfenis uit het verleden. Nu zijn debuutalbum uit is, voegt hij de daad bij het woord.

Bruxelles Arrive was een knipoog naar de Parijse vrienden, die hun collega’s uit Brussel steeds serieuzer beginnen te nemen. ‘Meer zelfs, we zijn hip en exotisch in hun ogen’, klinkt het enthousiast bij Roméo Johnny Elvis Kiki Van Laeken, of kortweg Roméo Elvis.

Hij is de zoon van comédienne Laurence Bibot en zanger/muzikant Serge Van Laeken, alias Marka, die je misschien nog kent van zijn passage als bassist bij Allez Allez. De aanstekelijke ritmes van deze rockgroep sloegen in het begin van de jaren tachtig aan in zowel het Franstalige als Nederlandstalige deel van het land. Een klein huzarenstukje dat zoon Roméo anno 2017 met bravoure overdoet.

‘Ik vind het vooral fijn dat mijn muziek ook in Vlaanderen aanslaat’, zegt de rapper, die goed beseft dat het niet vanzelfsprekend is om hier te scoren met een Franstalig repertoire. ‘Daarom voel ik me ook een echte Belgische artiest. Ik vermoed dat de bijval in Vlaanderen te maken heeft met mijn oprechtheid. Ik spreek een Vlaams publiek altijd in het Nederlands aan.’

‘Terwijl ik Brussel zie ademen en bruisen, hoor ik tegelijk zeggen dat ze de schuld is van alles wat er fout loopt in Europa. Gek toch?’

‘Goedenavond, ik heet Roméo, ik rap in het Frans, maar vanavond ben ik – afhankelijk van waar ik moet optreden – een beetje Antwerpenaar, Gentenaar of Kortrijkzaan. Dat breekt het ijs en helpt een no bullshit-klimaat te creëren. Ik roep ook niet zomaar wat en steek ook soms de draak met mezelf. Die attitude bevalt de Vlamingen. Daarnaast heb ik natuurlijk ook de steun gehad van Stikstof, de rapcrew die me geïntroduceerd heeft bij de Vlamingen.’

TIJDSGEEST MET VLEUGJE SURREALISME

Hij vergeet erbij te zeggen dat zijn taalgrenzen overstijgende succes ook weleens een gevolg zou kunnen zijn van zijn muziek, die staat voor een fris geluid, met het pas verschenen debuutalbum Morale 2 als fraai visitekaartje. Weg van de pocherige hiphoppose zit Roméo’s slome flow stevig verankerd in de tijdsgeest, maar baadt ze tegelijk in Belgisch surrealisme en relativeringsvermogen. Samen met de Brusselse producer Le Motel, wiens droge beats op maat zijn van de relaxt rijmende bariton, staat hij voor een hoofd-in-de-lucht-voeten-op-de-grond-attitude. ‘En voor verantwoordelijkheidszin’, vult hij aan.

‘Ik zeg vaak: Pas op, want als je dit doet, zal je op de vingers getikt worden. In de nieuwe single Diable luidt dat: Ne laisse pas le diable danser. Of in Les hommes ne pleurent pas: Jouer avec les dames, ça mène a l’échec. Wat dat betreft ben ik het helemaal eens met LeFtO: eens je een publiek figuur bent, neem je je verantwoordelijkheid op. Ik zou het debiel vinden om slogans tegen armoede of racisme te lanceren, maar over de dingen waar ik iets van af weet, mag ik niet zwijgen.’

Dat reflecterende en bewustzijnsverruimende heeft hij ontegensprekelijk overgenomen uit de hiphoperfenis, maar daarnaast trekt hij zich weinig aan van vakjes. Onze nationale en de Brusselse fierheid wakkert hij wel graag aan. ‘Ik noem wat ik doe eerder een mix van ritme en poëzie dan pure hiphop. En natuurlijk vind ik het mijn plicht om op te komen voor de stad waarin ik ben geboren en met wiens waarden ik ben opgegroeid. Terwijl ik Brussel zie ademen en bruisen, hoor ik tegelijk zeggen dat ze de schuld is van alles wat er fout loopt in Europa. Gek toch?


VR • 30 JUN
ROMÉO ELVIS OP COULEUR CAFÉ
Brussel, Atomiumsquare, www.couleurcafe.be