01 mrt '16

Een sport voor alle leeftijden 

3619
door Ines Minten
Zou sporten zijn zoals lezen? Als je maar het juiste boek vindt, krijgt de microbe je te pakken? Ik heb al zoveel sporten geprobeerd, dat ik er aan twijfel. En toch. Er moeten toch sporten bestaan die niets te maken hebben met rondjes lopen of een zwembad vol koud water? Eerste poging: paardrijden.

De redenering is simpel. Zo’n 30 jaar geleden droomde ik van galopperen over weidse vlakten, de haren in de wind. Black Beauty en The Neverending Story achterna. Maar paardrijden mocht niet van thuis. Ik zou van zo’n beest af kunnen vallen. Zou ik mijn fantasie van galop over de vlakte nieuw leven in kunnen blazen? Ligt in kinderdromen de sleutel tot de juiste sport?

EEN PAARD OP MAAT

‘Natuurlijk!’, hoor ik bij Manege Verbrande Brug in Eppegem. ‘Iedereen kan het leren. Kom maar langs.’ Een beetje zenuwachtig maak ik kennis met Landman, mijn mooie, bruine en hoogbejaarde partner ­voor ­een­ uur. ‘Een beginnende ruiter zet je niet op een jong, temperamentvol paard’, legt manege­ houder André Janssens uit. ‘Wie pas leert rij­den, heeft een rustig, ervaren paard nodig.’

Landman oogt inderdaad vriendelijk en kalm, maar hij is vooral ook heel groot. Ik heb een trapje nodig om op zijn rug te raken. Erg is dat niet, in de beginnersgroep waar ik deel van uitmaak, zijn er wel meer in dat geval. Het meisje op het paard achter me spreekt me aan. ‘Ik weet het niet. Het is mijn eerste keer’, zeg ik. Zij antwoordt: ‘Voor mij ook!’ Dat stelt gerust. Ze hebben me alvast niet in een groep gedropt waar iedereen al veel meer kan dan ik.

Lesgeefster An Verreth legt uit hoe ik de teugels vast moet houden: ‘Kort genoeg, over de pink, onder de drie middelste vingers, over de duim.’ We beginnen te stappen en ik denk aan weidse vlakten. De eerste minuut bevalt. 

VAN 8 TOT 88

‘Paardrijden is niet leeftijdgebonden’, zegt Janssens. ‘Kinderen mogen beginnen vanaf 8 jaar en onze oudste ruiter was 88 toen hij stopte. Natuurlijk heb je op die leeftijd niet meer de soepelheid van een twintiger, maar bij paardrijden leg je de lat zo hoog of laag als je zelf wil.’ Het blijkt ook een typische fami­liesport. ‘In plaats van aan de kant toe te kij­ ken hoe hun kinderen leren rijden, doen veel ouders na enkele lessen mee.’

In de piste hebben we intussen wat gemoe­delijke rondjes gereden. We hebben geoefend hoe je een paard sneller laat lopen en laat stop­ pen, hoe je het laat voelen dat je naar links of naar rechts wil. ‘Nu gaan we in draf!’ zegt Verreth. O­oh… Ik klamp me aan het zadel vast en wil het juiste ritme maar niet vinden: staan en zitten, staan en zitten. Het blijkt een pak moeilijker dan het lijkt.

‘Veel mensen denken dat paardrijden geen echte sport is en het paard alles voor je doet. Maar je moet hard werken in de piste’, lacht Janssens. ‘En alle stress valt van je af, toch? Je moet je zozeer concentreren op wat je doet, dat je geen ruimte hebt om te piekeren. Paardrijden maakt je hoofd helemaal vrij.’

WAUW?

Het draven is eerst best eng, maar tegen het eind van de les vind ik af en toe het juiste ritme en durf ik het zadel al eens los te laten. Na afloop geef ik Landman zachte klopjes in zijn nek: Merci, paardje. Wij hebben dat samen goed gedaanWanneer ik afstijg, voelen mijn benen rubberachtig van de inspanning. Drie dagen spierpijn zal volgen.

Verwonderd ben ik, omdat de les veel beter meeviel dan gevreesd. Op weg naar huis betrap ik me zelfs op lichte spijt dat ik volgende week niet terug kan komen. Wauw. Galopperen over de vlakte… dan toch?

www.manegeverbrandebrug.be

 

starten met sporten
De cijfers liegen er niet om. De Belg sport te weinig. Zonde, want sporten verlengt en verblijdt je leven, je krijgt meer energie, minder overgewicht, meer goeie en minder slechte stoffen in je bloed. Kortom, je krijgt een prettiger leven en wordt een prettiger persoon. Waarom trekken die feiten zoveel mensen toch niet over de streep? Hoeveel fitnessabonnementen liggen er niet onder het stof? Hoeveel paar sportschoenen blijven eeuwig nieuw? Onze journaliste Ines Minten test verschillende sporten uit en maakt de balans op: hoe vindt een zelfverklaard hopeloos geval toch een geschikte sport?

plan!
‘Hoe concreter, hoe beter, want een vage doelstelling blijft meestal niet duren. Vul voor jezelf de vier W’s in: wat ga je doen, waar, wanneer en met wie? En hang je voornemens ergens duidelijk zichtbaar op, bijvoorbeeld op de koelkast. Zo wordt het moeilijker om ze te negeren.’

An Bogaerts, PortaAL (Poort naar een Actieve Levensstijl), KU Leuven.