01 mrt '23

Een complexe
meertalige ontmoetingsplek

1464
door Liesbeth Bernolet
Al meer dan twintig jaar onderzoekt het Brussels Informatie-, Documentatie-, en Onderzoekscentrum (BRIO) hoe het is gesteld met de talenkennis en het taalgebruik in Brussel en de Vlaamse Rand. In de publicatie Taalbarometer wordt daarvan verslag uitgebracht.

De publicatie van onderzoeker Rudi Janssens en zijn opvolger Mathis Saeys vat twintig jaar taalonderzoek in Brussel, en later ook in de Rand, samen. Het bevat veel interessante informatie over het soms toch nog heikele thema. Samen met Saeys blikken we terug en vooruit. Wat zijn de uitdagingen? Belangrijk, want zeker is dat ‘wat er in Brussel gebeurt via de Vlaamse Rand doorsijpelt naar de rest van Vlaanderen’, aldus Saeys.

Het zijn grote schoenen om te vullen, maar Mathis Saeys uit Beersel draagt ze met overgave. Sinds het overlijden van pionier Rudi Janssens in augustus 2021 neemt hij het onderzoek naar de taalsituatie in Brussel en de Vlaamse Rand voor zijn rekening. ‘Het is een hele uitdaging om de Brusselse complexiteit te ontwarren’, zegt de Master in de Politieke Wetenschappen en Urban Studies. Begin 2024 moet de vijfde Taalbarometer voor Brussel klaar zijn. Een derde Taalbarometer voor de Vlaamse Rand staat op stapel.

Geen stilstaande vijver

Nadat de omstreden talentellingen in 1947 stop werden gezet, bleef de taalsituatie in Brussel lange tijd een blinde vlek. Tot onderzoeker Rudi Janssens in 2001 de wetenschappelijke methode van Fishman uit de jaren 1960 Wie spreekt welke taal wanneer en met wie? vertaalde in onderzoek naar het taalgebruik in Brussel. ‘Tot dan hadden we geen instrument dat op een adequate en wetenschappelijke manier de taalsituatie in Brussel in kaart bracht’, weet Saeys. ‘Door het jarenlange onderzoek van Rudi kunnen we nu evoluties blootleggen en zelfs vooruitkijken naar de toekomst.’

Twintig jaar Taalbarometer toont aan hoe het taalgebruik in Brussel en de Rand is geëvolueerd.

In die twintig jaar onderzoek is duidelijk geworden hoe de hoofdstad geëvolueerd is naar een complexe meertalige ontmoetingsplek. ‘Uit de eerste Taalbarometer in 2001 bleek dat er in Brussel 72 talen werden gesproken, bij de laatste barometer van 2018 waren er dat meer dan 100. Rudi stelde het al van bij het begin: Brussel is geen stilstaande vijver waar mensen geboren en getogen hun leven doorbrengen. Het is een emancipatiemachine waar in al die tijd zo’n 2,2 miljoen mensen zijn aangekomen en ongeveer 1,5 miljoen van hen de hoofdstad intussen inruilden voor een andere plek.’

Vlaamse Rand en verder

Die andere plek is gezien de migratiestromen vaak de Vlaamse Rand, maar reikt intussen ook veel verder. ‘Heel Vlaanderen wordt stilaan internationaler. Wie verhuist, volgt vaak de spoorlijnen. Daardoor zijn de Denderstreek en de regio Charleroi bijvoorbeeld al heel wat internationaler geworden.’

De toenemende meertaligheid van Brussel brengt een evolutie in talenkennis en taalgebruik met zich mee. ‘Frans, Nederlands en Engels blijven in die twintig jaar de drie grootste zogenaamde contacttalen. Daarbij is de kennis van het Frans licht afgenomen, die van het Nederlands gehalveerd en blijft het Engels status quo, al moeten we die cijfers in de juiste context plaatsen’, benadrukt Saeys. ‘Want het zijn de respondenten zelf die aangeven hoe goed ze een taal kennen. Het kan dus zijn dat iemand aangeeft niet goed te zijn in Nederlands, maar toch een gesprek kan voeren.’

Dat tonen ook de cijfers over het gebruik van het Nederlands aan. Bij de publicatie van de vierde Taalbarometer over Brussel bleek dat er meer dan ooit Nederlands wordt gesproken in de hoofdstad. Opvallend, gezien de kennis van de taal gehalveerd bleek ten opzichte van eerder onderzoek. ‘Brusselaars vinden van zichzelf dat ze niet goed Nederlands spreken, maar hebben wel notie van de taal en spreken al eens een mondje Nederlands op de werkvloer of tijdens een vrijetijdsactiviteit. We blijven dan ook stellen dat het Nederlands niet onderschat mag worden in de Brusselse context.’

Dat brengt ons bij de Vlaamse Rand, waar de kennis van het Nederlands in de tweede Taalbarometer voor die regio wel standhield. ‘Dat heeft voor een stuk te maken met de institutionele context, waarbij er maar één Vlaamse gemeenschap is, maar ook met het feit dat wie uit Brussel verhuist zijn al dan niet beperkte kennis van het Nederlands meeneemt.’ Saeys haalt ook aan dat almaar meer mensen zich ervan bewust zijn dat wie Nederlands spreekt meer kans maakt op een goede job.’

Nederlands blijft contacttaal

De onderzoeker is volop bezig met de vijfde Taalbarometer voor Brussel en denkt dat de tendensen van de voorbije tien jaar zich daarin zullen voortzetten. Grote zorgen over de afnemende kennis en het gebruik van het Nederlands maakt hij zich niet. ‘Het Nederlands zal altijd één van de contacttalen blijven. Belangrijk is wel dat we de meertalige realiteit van Brussel en Vlaanderen omarmen en ons als Nederlandstaligen warm openstellen voor anderstaligen. Op die manier wordt het Nederlands met iets positiefs geassocieerd en volgen er vanzelf oefenkansen Nederlands, omdat men volwaardig wil deelnemen aan de samenleving.’

De komende jaren zal de realiteit nog complexer worden, meent Saeys. ‘Er zullen nog meer talen worden gesproken en de taaldynamieken, die we de voorbije twintig jaar in kaart brachten, zullen versterkt worden. Wat vandaag in Brussel gebeurt, zal binnen twintig jaar de realiteit zijn in de Vlaamse Rand en verder. Brussel is de voorbode voor de toekomst van Vlaanderen.’

Onderzoek naar de talensituatie in Brussel en daarrond blijft dan ook relevant. ‘Wat we met de Taalbarometer vooral willen doen, is de hand reiken naar de beleidsmakers en hen helpen met de vraag hoe ze nog beter kunnen omgaan met de meertalige realiteit van Brussel, de Vlaamse Rand en binnenkort ongetwijfeld heel Vlaanderen. Om daar een sterkte van te maken in een globaliserende samenleving.’