01 apr '24

De saga van
de centrumregio

470
door Geert Selleslach
De eensgezindheid was groot tijdens de vergadering van de commissie Brussel en de Vlaamse Rand op 24 januari. De vraag om van Halle-Vilvoorde een centrumregio te maken, werd unaniem over alle partijgrenzen gedeeld. Tijdens de onderhandelingen voor een volgende Vlaamse regering zal moeten blijken hoe hard dit gespeeld kan worden.

Maar eerst 9 juni: Europese, federale en regionale verkiezingen waarop de burger zich kan uitspreken. Misschien kan het voorgestelde beleid voor de Vlaamse Rand / Halle-Vilvoorde een rol spelen in jouw keuze?

Wat gekend is

Eerst wat achtergrond. Op de hoorzitting in de commissie Brussel en de Vlaamse Rand over de conceptnota Aangepaste ondersteuning centrumregio Halle-Vilvoorde van de cd&v werd voor de zoveelste keer dezelfde plaat gedraaid. De Vlaamse Rand is een fantastische regio met veel mogelijkheden maar ook met grote uitdagingen op het vlak van (in willekeurige volgorde) bevolkingstoename, verjonging van de bevolking, samenleven, internationalisering, diversiteit, integratie, mobiliteit, veiligheid, huisvesting, Nederlandstalig karakter, zorgaanbod, psychische hulpverlening, tewerkstelling, te weinig plaatsen in de scholen, te weinig leerkrachten, onvoldoende huisartsen, een groot tekort aan sociale woningen, … Eigenlijk alle problemen van Vlaanderen en België op een beperktere oppervlakte geconcentreerd en in versterkte mate. En dat alles met een druk die tegen een ongekende snelheid toeneemt.

Dat maakten een aantal deskundigen van het Toekomstforum, Haviland, het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (BRIO) en vzw ‘de Rand’ nogmaals duidelijk in hun heldere analyses. De volksvertegenwoordigers vertolkten wederom hun alreeds bekende standpunten. Interessant?

Zeker. Nieuw? Zeker niet. Ondanks de waarachtigheid, het enthousiasme en veel goede wil had het allemaal toch een hoog déjà vu-gehalte. Een zoveelste Rondje Rand, wat is er aan de hand? En al formuleert de ene het wat forser dan de andere, de consensus om van de Vlaamse Rand / Halle-Vilvoorde een centrumregio te maken om alzo extra middelen deze richting uit te laten stromen, wordt de laatste jaren kamerbreed gedeeld. Dat daarvoor de financiële verdeling via het Gemeentefonds een bruikbare methode kan zijn ook. En dat is dan misschien wel nieuw. Of zoals Koen Van Elsen (cd&v), voorzitter van het Toekomstforum en burgemeester van Asse, het op de hoorzitting zei: ‘Eindelijk staan alle neuzen in dezelfde richting’. Een verdienste voor wie zich hiervoor heeft ingezet, zeker, al heeft dat blijkbaar een hele legislatuur gekost. Maar goed, eindelijk is het dan zover.

Overtuigingskracht

De cijfers over de omvang van de grootstedelijke problematiek in de Rand vallen de laatste jaren ook niet langer te ontkennen. Ze zijn zonneklaar. Elkaar in de commissie Vlaamse Rand overtuigen, is dus niet langer nodig, collega parlementsleden in andere commissies of uit andere regio’s des te meer. Dat zou nog wel eens een moeilijke affaire kunnen worden, want elke regio vindt van zichzelf dat hij recht heeft op meer geld. Als de parlementsleden uit andere regio’s een eenzijdige lezing doen van de tabellen over het gemiddelde inkomen of de gemiddelde woningprijzen, dan zal extra geld voor de Rand waarschijnlijk niet hun eerste gedachte zijn.

Daadkracht

De uitdagingen zijn gekend en met cijfers onderbouwd, ultiem gaat het – zoals zo vaak – om extra geld, maar eigenlijk gaat het ook om daadkracht. Wie zet zijn volle carrure achter de legitieme vraag uit de Rand en Halle-Vilvoorde? Wie kan mee het verschil maken voor de regio? De vraag naar een regeling van een centrumregio voor de Vlaamse Rand via het Gemeentefonds zal trouwens niet in de commissie Vlaamse Rand worden beslecht maar in de commissie voor Binnenlands Bestuur. Met andere woorden: een moeilijke uitwedstrijd voor de politici van de Rand.

Precies omdat het als te moeilijk werd ingeschat om in het Gemeentefonds ‘in te breken’ en via dat systeem extra geld voor de Rand los te krijgen, koos minister Ben Weyts (N-VA) deze legislatuur voor een Randfonds, een soort eigen kas waarmee de minister vooral bomen liet aanplanten en de ergste noden in het onderwijs lenigde, en waarvan de oppositie zegt dat niet alle geld is opgebruikt. In de gedachtegang van beter iets dan niets bleek het Randfonds toch een nieuwe en nuttige eerste aanzet waarop misschien ook verder kan worden gebouwd? Hoewel iedereen dus volle gas voor een centrumregio wil gaan.

In de voorstellen voor een andere en omvangrijkere financiering wordt er veel verantwoordelijkheid bij de gemeenten gelegd. Het zou wel eens de achilleshiel kunnen zijn omdat een heel aantal (kleinere) gemeenten te weinig bestuurskracht kunnen ontwikkelen en nu al tegen een muur aan extra taken opkijken. In sommige gemeenten raken de vacatures al maanden niet meer ingevuld.

De volgende stap zal misschien nog wel de moeilijkste zijn: de analyse omzetten in krachtige maatregelen zodat al die uitdagingen in de volgende legislatuur aangepakt kunnen worden. Daar zal dus, zoals gezegd, geld voor nodig zijn, maar ook daadkracht. Maar … op 9 juni eerst nog verkiezingen.


 

Drie stellingen

Naar aanleiding van de regionale en federale verkiezingen in juni legde RandKrant over de regio van de Vlaamse Rand drie stellingen voor aan een aantal deskundigen en bevoorrechte getuigen, mensen van op het terrein:

  • Wat waren de belangrijkste verwezenlijkingen van de laatste vijf jaar?
  • Wat waren de belangrijkste teleurstellingen?
  • Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de regio?

Hun antwoorden lees je hier en in de volgende editie van RandKrant. In juni laten we de politieke partijen aan het woord.


 

Jan Spooren

provinciegouverneur Vlaams-Brabant

‘De Vlaamse Rand is een fantastische, maar ook heel specifieke regio, die door haar centrale ligging en groeiende impact vanuit de metropool Brussel geconfronteerd wordt met typische en vaak complexe uitdagingen. Dat vereist speciale maatregelen, extra beleidsaandacht en vaak ook bijkomende middelen.’

‘Het snel toenemende aantal nieuwe inwoners van buitenlandse origine integreren en meekrijgen in het gemeenschappelijke verhaal, is extra moeilijk in de Rand omdat vele nieuwkomers er slechts een relatief korte periode woont. In vele gemeenten wordt, met de hulp van onder meer vzw ‘de Rand’ en de cel Vlaams karakter van de provincie, ingezet op een actief taalintegratietraject omdat taal onmiskenbaar dé sleutel is om deel te nemen aan de lokale gemeenschap.’

‘Dure woningprijzen maken het voor onze jongeren steeds moeilijker om in de eigen gemeente te blijven wonen. De Vlaamse Rand is met zijn aantrekkingskracht op dit vlak eigenlijk slachtoffer van het eigen succes. Qua woonbeleid moet niet alleen worden ingezet op sociale woningen, maar ook op een woonaanbod voor de looncategorieën die net te hoog liggen om daarvoor in aanmerking te komen. Bovendien zoeken beleidsmakers terecht naar instrumenten om (jonge) bewoners uit eigen streek in de mate van het mogelijke voorrang te geven op de woonmarkt.’

‘Op vlak van zorg- en welzijnsvoorzieningen kampt de Vlaamse Rand nog steeds met een historische achterstand. Daarom moeten de hogere overheden bij de subsidiëring van zorginstellingen meer gebiedsgericht gaan werken. Via Vlabinvest wordt jaarlijks 2,3 miljoen euro voorzien voor investeringen in gronden en gebouwen van zorgvoorzieningen, maar er moet meer geld op tafel worden gelegd voor bijkomende infrastructuur en werkingsmiddelen.’


Jo Van Vaerenbergh

algemeen directeur vzw ‘de Rand’

Wat waren de belangrijkste verwezenlijkingen in de Rand de laatste vijf jaar?

‘De concrete initiatieven tot bovenlokale samenwerking. Lokale besturen, organisaties en verenigingen vinden elkaar rond een bovenlokaal gedeeld aanbod. Samen staan we sterker en komt er meer ruimte voor specialisatie en bijkomende bestuurskracht. Ik denk bijvoorbeeld aan de Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Vrije Tijd en Cultuur (Druivenstreek, Noordrand en Zender), de dynamiek van Zennevallei Hergist, de IGS-en Wijk-werken of woonbeleid. Die dynamiek vertaalt zich ook door in de werking van het Toekomstforum Halle-Vilvoorde en de Burgemeestersconferentie of de werkgroepen taal en integratie of welzijn.’

Wat waren de belangrijkste teleurstellingen?

‘De blijvende onderfinanciering van onze regio. Ondanks de duidelijk groeiende uitdagingen op het vlak van bijvoorbeeld integratie, onderwijs, welzijn en gezondheid, mobiliteit, veiligheid,… verandert er weinig aan de bestaande financieringsmechanismen die meestal dateren van voor de eeuwwisseling. Op het vlak van bijvoorbeeld het aantal plaatsen in het lager en secundair onderwijs wordt er wel een historische inspanning geleverd. Maar is dit voldoende om de snelle evoluties, en vooral de instroom van jonge gezinnen met kinderen, op te vangen?’

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de regio?

‘Dat zijn er veel. Ik wil er graag eentje extra benadrukken: het onderwijs. Van capaciteitsproblemen over lerarentekorten tot uitdagingen met anderstaligheid. Scholen staan soms voor een schier onmogelijke opgave… Veel anderstalige nieuwkomers kiezen bewust voor de kwaliteit van ons onderwijs. Maar hoe vrijwaar je die positieve keuze als plaats- en lerarentekorten zodanig nijpend worden? Hoe zorg je voor de ouderbetrokkenheid? Hoe voorkom je leesachterstand en schooluitval? De tekorten zorgen voor een impact op lange termijn op het vlak van arbeidsmarkt, veiligheid en gemeenschapsvorming.’


Shari Robijns

algemeen directeur CAW Halle-Vilvoorde

Wat waren de belangrijkste verwezenlijkingen in de Rand de laatste vijf jaar?

‘Binnen de regio Halle-Vilvoorde vinden partners elkaar steeds sneller. De laatste jaren zijn er meer samenwerkingsverbanden en netwerken ontstaan. Zo vormen de zorgraden en het regionale zorgplatform sterke overlegplatformen waar bruggen worden gebouwd. De reeds aanwezige dynamiek in de regio kreeg structureel meer vorm en leidt tot innovatieve ontwikkelingen op maat van de noden van de inwoners. Momenteel bouwen we bijvoorbeeld volop aan een netwerk voor crisishulpverlening. Het bestaande (opvang)aanbod brengen we met elkaar in verbinding en tussenschotten werken we verder weg. Hiermee willen we het aanbod versterken naar gezinnen in een crisis of in situaties van intra-familiaal geweld.’

Wat waren de belangrijkste teleurstellingen?

‘Een inwoner uit Halle-Vilvoorde kan nog steeds niet op dezelfde toegankelijke hulp rekenen dan een inwoner uit een andere regio. In discussies over cijfers wordt vaak de metafoor van de kip en het ei gebruikt. Zijn er minder registraties omdat er geen behoefte is aan specifiek aanbod, of is er een tekort aan aanbod? Hoe dan ook, in onze regio is het duidelijk: er is een aanzienlijk tekort aan welzijnsaanbod in de regio. Zonder twijfel. Dit maakt dat er minder ingezet kan worden op preventie, bekendmaking en effectieve hulp. We moeten blijven samenwerken en onze krachten bundelen om dit aan te pakken.’

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de regio?

‘Onze regio wordt gekenmerkt door duidelijke tendensen zoals een vergroening, internationalisering, grootstedelijke druk, etc. Deze komen met zeer concrete en unieke uitdagingen. We moeten over beleidsdomeinen heen blijven streven naar het maximaliseren van welzijnskansen voor alle inwoners, met ondersteuning van de verschillende overheden. Dit door op maat gemaakte hulpen dienstverlening aan te bieden over de verschillende levensgebieden. Als Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) zetten we hier graag mee onze schouders onder.’


Vicky Victor

coördinator vorming, coaching en advies Groep Intro Halle-Vilvoorde

Wat waren de belangrijkste verwezenlijkingen in de Rand de laatste vijf jaar?

‘Ik ben hoopvol door de dynamiek die in heel wat gemeenten is ontstaan naar aanleiding van extra middelen op vlak van integratie en samenleven. Ik zie dat gemeenten hun weg vinden naar partners met de nodige expertise. Daardoor kan het middenveld zijn medewerking verlenen aan het realiseren van een inclusieve samenleving, zowel op vlak van vrije tijd, onderwijs als werk. Persoonlijk ben ik trots op de groei en kwaliteit van onze buurtwerkingen in de regio (mede dankzij lokale besturen die hierin investeren), en op de samenwerking die we uit de grond stampten met onder andere het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW).’

Wat waren de belangrijkste teleurstellingen?

‘De gebrekkige continuïteit in de ondersteuning van kwetsbare doelgroepen. Deze ondersteuning start vaak op vanuit tijdelijke, projectgebonden subsidies, zeker in de Rand die op zo weinig vlakken door Vlaanderen erkend wordt in de noden die ze heeft. Het opbouwen van een vertrouwensband is cruciaal om stappen vooruit te zetten. Het bekendmaken van het aanbod is dan weer belangrijk om de juiste doelgroep te bereiken. Beiden zijn absoluut niet gebaat bij subsidies die na twee jaar weer wegvallen. Daarnaast verkies ik competenties van medewerkers boven hoe neutraal zij gekleed gaan. Ik heb geleerd dat het naïef was te denken dat dit voor iedereen geldt.’

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de regio?

‘Onderwijs. We moeten de belofte van kansen en talenten – die alle scholen in zich hebben – helpen waarmaken, zowel voor de leerlingen als voor de leerkrachten. De uitdagingen van een superdiverse samenleving laten zich het snelst voelen in onze scholen. Zij verdienen alle ondersteuning die ze nodig hebben om daarmee om te gaan. Als we van samenleven in diversiteit een succes willen maken, dan leggen we belangrijke fundamenten daarvoor vanaf de instapklas tot het 7e jaar secundair en alles daartussen.’