01 dec '20

‘Kinderarmoede bestrijden,
moet topprioriteit zijn’

557
door Anne Peeters
‘Naar kinderen luisteren, gebeurt veel te weinig. Zeker nu. De impact van corona op kinderen en jongeren is heel groot’, zegt kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens.

Sinds augustus 2019 is Caroline  Vrijens uit Sint-Pieters-Leeuw de nieuwe kinderrechten commissaris. Na haar rechtenstudies werkte ze voor de overheid ruim tien jaar mee aan de planning en uitbouw van de integrale jeugdhulp. Het viel haar meteen op: er wordt veel te weinig naar kinderen en jongeren geluisterd. Nochtans is dat recht op inspraak vastgelegd in artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag.

Dat zou één van de speerpunten van het Kinderrechtencommissariaat worden, maar toen kwam corona met een zware impact op het leven van kinderen en jongeren. Vooral voor kinderen die in armoede opgroeien. Dat zijn er best veel. Volgens recente cijfers van Kind & Gezin leeft 14% van de kinderen in Vlaanderen in armoede. Dat aantal stijgt nog steeds. Op twee decennia tijd is het zelfs verdubbeld. 

Dat zijn schrikbarende cijfers. Hoe kunnen we die trend keren?

‘De cijfers tonen aan dat we in het verleden niet bepaald succesvol waren in het bestrijden van kinderarmoede, maar het moet een topprioriteit blijven. We moeten die trend absoluut keren. Het kan wel degelijk als we de juiste dingen doen. Veel van onze adviezen gaan daarover. Minister voor Armoedebestrijding Wouter Beke (CD&V) legt momenteel de laatste hand aan een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Daar verwachten wij veel van. In dat plan is kinderarmoede een belangrijk onderdeel. Dat is nodig, want jaarlijks krijgen wij zo’n 1.200 meldingen over schendingen van kinderrechten. Bij de meeste gevallen gaat daar een armoedeproblematiek achter schuil. Voor kinderen die opgroeien in een financieel moeilijke situatie zijn de randvoorwaarden dikwijls niet aanwezig om ervoor te zorgen dat hun kinderrechten gewaarborgd worden.’ 

De vorige minister voor Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N­VA) zei dat ze afgerekend mocht worden op het terugdringen van de armoede, maar ze slaagde daar niet in. Zal dat nu anders zijn? 

‘Het is goed dat er een minister is die het armoedebeleid coördineert, want verschillende experten geven aan dat de versnipperde bevoegdheden de zaak niet vooruit helpt. Er moet meer samenwerking komen tussen de verschillende niveaus. Het leefloon en de steun zijn bijvoorbeeld federaal. Een gedeelte is regionaal: het woonbeleid, de ondersteuning van gezinnen, tewerkstelling, onderwijs, welzijn, … In het laatste Vlaamse regeerakkoord wordt (kinder) armoedebeleid nog een stukje verder gedecentraliseerd. Lokale besturen zullen daarvoor extra middelen krijgen en moeten zelf hun beleid uittekenen. Dat is een hele uitdaging die we aandachtig zullen moeten opvolgen. We weten wel dat hulp vaak te hoogdrempelig is. Dikwijls is er aanbod, maar de mensen die het nodig hebben, worden niet altijd bereikt. Op Vlaams niveau denk ik meteen aan het groeipakket (de vroegere kinderbijslag, n.v.d.r.) dat een belangrijk instrument kan zijn om die kinderarmoede aan te pakken. En een goed woonbeleid met veel meer sociale woningen, want huisvesting is echt een knelpunt. Het is ook belangrijk om ambitieus te blijven en in te zetten op structurele veranderingen. Hoe vroeger je in een kinderleven het verschil kan maken, hoe groter de kans dat je echt iets kan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld met goedkope kinderopvang, een goede begeleiding in scholen die de signalen opvangen en mee kunnen helpen of doorverwijzen.’

De kinderarmoede blijkt nu ook te stijgen in kleinere steden en randstedelijk gebied. Zie je daar tekenen van?

‘We kennen allemaal wel gezinnen die het moeilijk hebben. Ik ontmoet veel leerkrachten die de lege brooddozen en het gebrek aan winterkleren niet meer kunnen aanzien. Het bewustzijn dat er iets moet veranderen, lijkt mij groter te worden. Het is fantastisch dat mensen zelf initiatieven nemen om armoede te bestrijden, maar het is en blijft een structureel probleem dat ook structureel aangepakt moet worden. Het doorbreken van de armoedecirkel is de grootste uitdaging. Dat begint in de kinderopvang en op school. Als kinderen in die eerste zo belangrijke levensjaren geprikkeld worden en de juiste bagage meekrijgen, kan die cirkel worden doorbroken. Het is een cruciale leeftijd. Vaak zijn we gewoon te laat. Deze kinderen hebben dikwijls al veel kansen gemist op vlak van taalontwikkeling en cognitieve-sociale vaardigheden. Kinderen moeten terecht kunnen in een opvang zodat ouders kunnen gaan werken of een opleiding volgen.'

‘Sommige gemeenten hebben minder te maken met kinderarmoede dan andere, maar let op, armoede is vaak verdoken. De vraag zal zijn hoe lokale besturen hun taak op dat vlak zullen invullen. Meer decentraliseren roept echter meteen ook een nieuwe, belangrijke vraag op: hoe garandeer je als maatschappij dat de kansen voor kinderen overal gelijk zijn?’ 

Het bestrijden van kinderarmoede is een speerpunt voor het Kinderrechtencommissariaat. Heeft de huidige situatie met corona dit bemoeilijkt?

‘Ja, dat heeft serieus wat roet in het eten gegooid. Tot 2021 blijven we focussen op kinderarmoede. We zullen met lokale besturen praten en meedenken over hoe ze een kinderrechtenkader kunnen uitvoeren. Daarnaast vragen wij ook aandacht voor kinderen en jongeren tijdens corona. In de ad hoc coronacommissie in het Vlaams Parlement hebben we aangeklaagd dat kinderen en jongeren te weinig gehoord worden tijdens deze crisis, terwijl de impact op hen gigantisch is. Geen vrienden en familie zien, niet naar school kunnen gaan, geen sportactiviteiten of jeugdbeweging, beperkt buiten komen, … dat is allemaal ongezien. Uit reacties en eigen onderzoek weten we dat de gevolgen vooral voor kwetsbare kinderen en jongeren groot is. Voor kinderen die in armoede opgroeien of niet meer thuis wonen, is de impact nog vele malen groter. De hulpverlening viel weg, ze mochten geen bezoek krijgen. Ze hebben niet of slechts moeizaam kunnen inpikken op het afstandsonderwijs. Ook kinderen met een beperking die geen therapie meer kregen en maanden in hun ontwikkeling zijn teruggezet. Het zijn heel verontrustende signalen die we krijgen.’ 

‘Op onze website vind je de enquête Jongeren en corona. Tot onze grote verbazing hebben daar meer dan 44.000 kinderen en jongeren op gereageerd. Dat is massaal en het bewijst hoe groot de impact is. Ik denk ook dat het zo’n succes was omdat kinderen en jongeren eindelijk eens een keer mochten zeggen wat zij ervan dachten. De conclusies zijn helder: veel kinderen en jongeren hadden niemand meer om mee te spelen. Ze misten de school. Veel kinderen kwamen bijna niet buiten en hadden niks te zeggen over de regels en richtlijnen die ze kregen opgelegd. We vragen aandacht voor onderwijskansen en goede zorg voor kinderen tijdens corona, aandacht ook voor geweld, want we weten dat het huishoudelijk geweld is toegenomen. Op dit moment (begin november, n.v.d.r.) zijn de cijfers terug aan het stijgen, wij zijn heel ongerust. Als er terug zeer zware maatregelen of een lockdown zouden komen, zal het effect nog jarenlang doorwerken. Dat moeten we zien te vermijden.’

meer dan 44.000 kinderen en jongeren op gereageerd. Dat is massaal en het bewijst hoe groot de impact is. Ik denk ook dat het zo’n succes was omdat kinderen en jongeren eindelijk eens een keer mochten zeggen wat zij ervan dachten. De conclusies zijn helder: veel kinderen en jongeren hadden niemand meer om mee te spelen. Ze misten de school. Veel kinderen kwamen bijna niet buiten en hadden niks te zeggen over de regels en richtlijnen die ze kregen opgelegd. We vragen aandacht voor onderwijskansen en goede zorg voor kinderen tijdens corona, aandacht ook voor geweld, want we weten dat het huishoudelijk geweld is toegenomen. Op dit moment (begin november, n.v.d.r.) zijn de cijfers terug aan het stijgen, wij zijn heel ongerust. Als er terug zeer zware maatregelen of een lockdown zouden komen, zal het effect nog jarenlang doorwerken. Dat moeten we zien te vermijden.’

We hebben het hier veel gehad over corona en kinderarmoede. Zijn er nog andere punten waarvoor je meer aandacht wil?

‘Een eerlijke kans op goed onderwijs voor elk kind, op ontwikkeling van zijn of haar talenten, is cruciaal. Zeker voor kinderen in de zorg, kinderen die geplaatst zijn in een voorziening of kinderen met een beperking: daar zijn de wachtlijsten lang, te lang. De komende jaren willen we ook werken rond de bescherming van de fysieke en mentale integriteit van kinderen. Dan heb ik het ook over vechtscheidingen en de psychologische terreur die daar soms mee gepaard kan gaan, over geweld tegenover kinderen binnen en buiten het gezin, zoals het systematisch gebruiken van geweld in de opvoeding. België is een van de weinige landen die niets in de wetgeving heeft geformuleerd om elke vorm van geweld in de opvoeding te weren.’