01 feb '22

Meer dan
bomen planten

618
door Geert Selleslach
Ongeveer halfweg de regeerperiode van de Vlaamse Regering geeft de begrotingsbespreking van eind vorig jaar een goed beeld van waar het beleid voor de Vlaamse Rand naartoe gaat.

Soms heb je een woordenboek nodig om de politiek te kunnen begrijpen. Lees even mee en probeer te volgen: ‘De Vlaamse Brede Heroverweging (VBH) beoogt een grondige doorlichting van de diverse uitgavenposten en waar relevant kostendekkingsgraden binnen de Vlaamse begroting. Dit heeft tot doel om de kwaliteit van de publieke financiën te verbeteren op vlak van efficiëntie en effectiviteit.’ Ondanks alle ‘klare taal’ van tegenwoordig vind je dit soort zinnen dus nog steeds op officiële overheidswebsites. Waarover gaat dit? Juist, besparingen.

Met de kosten gepaard aan corona was het deze keer een wel heel speciale besparingsronde. Een Vlaamse Brede Heroverweging zelfs, want speciale situaties vergen speciale namen. In het kader van die VBH kregen alle Vlaamse ministers – in casu hun administraties – vorig jaar de opdracht om hun eigen budget te analyseren. Ze moesten vooral bekijken waar er een ‘optimalisatie’ te realiseren viel. Of nee, waren het ‘efficiëntiewinsten’?

Wat betekende dit voor het budget dat aan het beleid voor de Vlaamse Rand wordt besteed? Wel, buiten hier en daar enkele kleine duizenden euro’s, bleef dat budget nagenoeg gespaard. Een goede zaak voor de Rand, maar hoe dat komt, bleek uit de begrotingsbespreking niet geheel duidelijk.

Op kruissnelheid

Uit de begrotingsbespreking in de commissie Vlaamse Rand van het Vlaams Parlement eind november vernemen we dat het zogenaamde Randfonds – extra geld bestemd voor onze regio a rato van 26 miljoen euro over de gehele legislatuur – op kruissnelheid is gekomen. Dat klopt. Na een studieronde besliste Ben Weyts (N-VA), de minister voor de Vlaamse Rand, stapje voor stapje waar dat geld naartoe moet gaan. Nu dat duidelijker is, kunnen de werken op het terrein beginnen. Helemaal transparant verloopt dat niet volgens de oppositie. ‘Arbitrair’, noemt An Moerenhout van Groen het. ‘Sinterklaaspolitiek’, zegt Katia Segers van Vooruit. De minister noemt het ‘flexibel omgaan met de noden van de regio’. Tegenover het zwartgallig ingevulde beeld van ‘een demografische revolutie’ van Klaas Slootmans van het Vlaams Belang, een anderstalige tsunami die alles van de Vlaamse gemeenschap zal wegblazen, trekt de Vlaamse Regering extra geld uit voor onthaal en integratie van nieuwe inwoners in de regio.

Het is meer ‘dan alleen maar bomen planten’, volgens Inez De Coninck van de N-VA. En dat klopt. Groen en Vlaams zijn de initiële ordewoorden van de N-VA, en het is niet helemaal duidelijk of al die bomen op de juiste plaats komen te staan, maar ondertussen zijn er door de minister extra middelen vrijgemaakt om de capaciteit in het onderwijs te verhogen en is er ook een aanzet gegeven voor flankerend onderwijsbeleid en streekontwikkeling. Zonder afbreuk te doen van de gekozen projecten stelt Groen zich de vraag waarom de voorkeur uitgaat naar deze prioriteiten en bijvoorbeeld niet naar zorg, kansarmoede of mobiliteit?

Mag het iets meer zijn?

Er is nog een andere, laaghangende wolk die de laatste jaren boven de Vlaamse Rand blijft hangen: de uitbreiding van de regio. Volgens Vooruit lijkt het hoe langer hoe minder houdbaar om de omschrijving van de Vlaamse Rand te beperken tot de 19 gemeenten met een grens aan Brussel of aan een faciliteitengemeente.

Het Randfonds trekt geld uit voor meer bomen, flankerend onderwijsbeleid, streekontwikkeling. Er is ook aandacht voor het onthaal en integratie van nieuwkomers.

Meer en meer worden ook de gemeenten die nog een stapje verder van de hoofdstad liggen met dezelfde grootstedelijke problematiek geconfronteerd. Nu wordt er wel ingezet op meer samenwerking tussen gemeenten, maar of dat voldoende is? De minister wil het geld dat naar de Rand gaat, naar eigen zeggen, niet verder ‘vernevelen’, zo ver verdelen dat het geen verschil meer maakt. Een recente overlegronde met de 19 gemeenten van de Rand maakt wel duidelijk dat zij meer zouden willen inzetten op samenleven en op onthaal en integratie van hun inwoners. De minister wil bekijken hoe hij op deze vraag kan inspelen.