19 aug '12

David Legrève
'Kleine verhalen, straffe verhalen'

6208
door David Legrève
RandKrant publiceert elk seizoen een fotoreeks van 10 beelden die de persoonlijke visie van een fotograaf op de regio weerspiegelen. David Legrève ging op zoek naar pure taferelen uit het dagelijkse leven in de Rand.

Nadat hij aan het Gentse KASK meester in de fotografie werd, besloot David Legrève (°1978) reportagefotograaf te worden. Hij fotografeert voor Het Laatste Nieuws. Zijn deelname aan het Fotografiecircuit Vlaanderen met Kleine verhalen, straffe verhalen leverde enthousiaste reacties op. 

Geen BV’s, grootse gebeurtenissen of harde beelden vol leed. Liever toont David plaatselijke verhalen over groot en klein verdriet, uitbundige vreugde, onrechtvaardige verschillen en eenvoudige samenhorigheid. Steeds herkenbaar, altijd bijzonder. Het resultaat kon je van april 2010 tot juni 2011 volgen in RandKrant en daarna in een reizende expo.


Elien & Greet © David Legrève

‘Het is niet omdat je niet kunt stappen dat je niet kunt dansen’

Grimbergen - Elien en Greet. Twee zussen, twee handen op één buik. Zoals zoveel vrouwen, en toch net dat ietsje anders. Omdat Elien al sinds haar geboorte aan een rolstoel gebonden is, schafte Greet zich ook zo'n exemplaar aan. Samen gingen ze aan het dansen, en samen dragen ze intussen de titel meervoudig Belgisch kampioen rolstoeldansen.

Maar veel belangrijker: de zussen trekken er ook samen op uit om andere rolstoelgebruikers te laten genieten van hun kunnen.En dat deden de bewoners van Eigen Thuis in Grimbergen met volle teugen. Tijdens de show gaven ze hun ogen de kost, na de demonstratie van Elien en Greet was het tijd voor actie. De ene aarzelend, de andere uitbundig, maar allemaal enthousiast leefden bewoners en begeleiders zich samen uit op de dansvloer. Of zoals de zussen het zelf zeggen: ‘Het is niet omdat je niet kunt stappen dat je niet kunt dansen.’


Kleine gele wereldkampioenen © David Legrève

Kleine gele wereldkampioenen

Beigem, Grimbergen - Met fonkelende ogen toont Karel Luypaert (64) één van zijn prijswinnaars. De kleine, knalgele kanarie staart stoer de lens in. Hij is duidelijk wat aandacht gewend. Het diertje is dan ook één van de drie Beigemse kampioenen die op het WK voor kanaries in Portugal een gouden medaille wegkaapte.

Puur toeval is dit niet. Jarenlang al kweekt en kruist Karel zijn kleine baasjes, om uiteindelijk de ‘besten’ naar het WK te sturen. Zelf reist de Beigemnaar maar zelden mee naar wedstrijden. Zijn hobby vergt immers heel wat werk op het thuisfront. Vier keer per dag krijgen de kanaries eten van de beste kwaliteit voorgeschoteld en dagelijks krijgen alle kooitjes een grondige schoonmaakbeurt. De uitbundige bende palmt een hele verdieping van Karels woning in. In de tuin kunnen de vogels kiezen uit verschillende volières.

Karel legt zijn meer dan 80 kanaries elke dag opnieuw in de watten. Als je zijn blik bekijkt, snap je ook waarom. Telkens hij één van zijn vinnige vogeltjes in handen heeft, straalt hij weer als het fiere jongetje dat meer dan 50 jaar geleden zijn eerste kanarie kreeg.


Hopboeren © David Legrève

Hopboer Jean De Waele en moeder Irene De Brueker

Sint-Martens-Bodegem, Dilbeek - Niet op de lijst van bedreigde diersoorten, maar evengoed een uitstervend ras: de hopboer. Jean De Waele uit Sint-Martens-Bodegem is de laatste Dilbeekse hopteler in een regio waar de hopvelden vroeger het landschap maakten. Jean is van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op handen en knieën in de weer met zijn plantjes. Samen met moeder Irene brengt de controleur van industriële weegschalen urenlang op het veld door. Zijn vader leerde hem de stiel, nu zetten moeder en zoon het werk verder.

Het hele jaar rond staat bij hen alles in het teken van de hopteelt. In het voorjaar worden de scheuten geoogst. Zij belanden als dagverse delicatesse op het menu van de res-taurants in de streek. In september, als de hop aan de beurt is, neemt Jean speciaal enkele weken vrijaf. ‘Beu word ik deze hobby nooit. Na een zware dag op het werk hoef ik maar een uurtje met mijn handen in de aarde te wroeten en alle stress is verdwenen’, klinkt het.


Pater Motard © David Legrève

Pater Motard

Merchtem - Gewapend met emmer en wijwaterkwast leeft Merchtems federatiepastoor Karel Stautemas zich uit van op een stelling enkele meters boven de grond tijdens de jaarlijkse motorwijding van de Merchtemse MotorVrienden. Maar niet iedereen komt er met enkele heilige druppels vanaf. Onverantwoorde bestuurders – zonder helm – en ongewone chauffeurs – driewielers en vrouwen (!) – worden getrakteerd op een volle emmer water, vergezeld van een klaterende lach.

Pater Motard – zelf een Harley Davidsonfanaat – vreesde dit jaar tijdens de zevende editie voor een natte wraakactie en hees zich daarom in een knalgeel regenpak. Van voorzienigheid gesproken. Jaarlijks nemen honderden sympathisanten deel aan de motorwijding. Zij zamelen zo veel mogelijk geld in voor het goede doel. Deze keer gaat een cheque van 2.500 euro naar de Thuislozenboerderij Kodiel vzw uit Merchtem.
 

Beest in bedwang © David Legrève

Beest in bedwang

Huizingen, Beersel - Een reeks Vlaamse zangers op het podium, kinderanimatie en een clown, en als afsluiter elke avond een stevig feest. De affiche van de 22e editie van Feesten ten Blote in Huizingen verzekerde de nodige ambiance.

Tussen al dat feestgedruis zat Christine Vandevelde eenzaam op haar draaiende rodeostier. Haar schijnbaar eenvoudige uitdaging: 100 uur op dat beest blijven zitten. Haar doel: geld inzamelen voor de mucovereniging en aantonen dat ook een vrouw best wat aankan. De pijn in haar benen ving Christine op met steunkousen, haar rug en achterwerk werden gespaard dankzij een eenvoudige motorband. Het nodige krachtvoer en de vele aanmoedigingen deden de rest. De vrouw slaagde moe maar voldaan in haar bijzondere missie.

Christine was niet aan haar proefstuk toe. In 2002 speelde ze het klaar om tijdens Feesten ten Blote exact 100 uur in een draaiende frigo te zitten. De organisatoren van het evenement gaan alvast op zoek naar een nieuwe recordpoging voor 2011.


In de nieuwe mot © David Legrève

In de nieuwe mot

Zellik, Asse - Biljartspelers, postzegelverzamelaars, Standard-supporters en advocaten. Allemaal voelen ze zich thuis in de bruine kroeg In de nieuwe mot in Zellik. Haar hele leven al staat Jacqueline Lippens er achter de tapkraan, en ze denkt nog lang niet aan stoppen. Haar klanten en dieren zijn haar twee grote liefdes.

De klanten bedienen zichzelf wanneer het te druk is. Als Jacky naar de kapper moet, nemen ze de zaak even over. Wie op reis gaat, stuurt steevast een kaartje, dat een plaatsje krijgt aan de overvolle muur. Tussen al die vakantieherinneringen prijken ook foto’s van de dieren van Jacqueline: een sneeuwwitte duif die van op haar schouder mee de bestellingen opnam, de vele katten die ze ’s winters van de koude redde en de trouwe honden die even verbonden waren met de kroeg als de stoof en de spaarkas.

‘Vroeger lag ik pas rond vier uur ’s nachts in bed, nu zeg ik subtiel ‘dit laatste rondje is op mijn kosten’. Dan weet iedereen dat het tijd is om naar huis te gaan’, lacht Jacqueline. De kranige cafébazin verloor op korte tijd haar zoon en haar man. Haar dokter zei haar toen om vooral niet te stoppen met de zaak. Elke dag opnieuw volgt ze zijn goede raad op.


Joseph Zwaenepoel © David Legrève

Scout in het Zoniënwoud

Tervuren - Met de scouts speelde hij graag in de bossen, eens volwassen werd Joseph Zwaenepoel uit Vossem houtvester in het Zoniënwoud. En ook na zijn loopbaan verdween de liefde voor het groen niet. Joseph gidst nog steeds groepen door dit mooie beukenbos en is actief in de Natuurgroepering Zoniënwoud. ‘Aan een bureau zitten, is nooit iets voor mij geweest. Ik moet buiten zijn en op het terrein kunnen werken. Hier kom ik tot rust’, klinkt het.

Maar er is meer. Zwaenepoel kreeg een heus bosreservaat naar hem genoemd. Zo’n dertig jaar geleden besliste hij een deeltje van het Zoniënwoud niet meer te beheren, maar de natuur er gewoon haar gang te laten gaan. In 1995 werd dat stuk bos officieel een bosreservaat, in de loop der jaren groeide ook de oppervlakte. Enkele weken geleden werd het Bosreservaat Joseph Zwaenepoel met nog eens 117 hectare uitgebreid. Zo wordt het 230 hectaren grote terrein meteen het grootste bosreservaat van Vlaanderen. De jeugdliefde van een spelende scout groeide hiermee uit tot een succesvol levenswerk.
 

Wull Turka © David Legrève

Wull Turka

Tervuren - Zijn artiestennaam lijkt een grap, maar het is één grote ode aan zijn idool. Uit volle borst stond Stefaan Decoster (60) uit Tervuren in een café in Duitsland liedjes van Will Tura te zingen, toen zijn Turkse publiek hem luid begon aan te moedigen: ‘Wull Turka! Wull Turka!’. ‘Ze kregen de naam Will Tura niet uitgesproken, maar ik vond hun versie geweldig en maakte er prompt mijn artiestennaam van.

Al dertig jaar woon ik optredens van Tura bij én zing ik zelf zijn nummers. De liedjes kiezen, en vooral songs schrappen, is de grootste uitdaging. Dat doet elke keer weer pijn, want ik probeer naast de grote hits ook steeds minder bekend werk te brengen. Minder bekend is immers niet minder mooi. Een optreden van Will bijwonen, is puur genieten. Thuis leg ik elke dag een Tura-plaat op. Bij Will Tura moet er geen strik rond, zijn liedjes zijn puur en perfect.’ 

Tortelduifjes © David Legrève

Tortelduifjes

Sterrebeek, Zaventem - Zestig jaar geleden werden hun namen in hetzelfde trouwboekje genoteerd, nu zestig jaar later lijken Aline Van Hove (83) en Gaston Cludts (84) vaak nog twee jonge geliefden. Deze Sterrebekenaren werden voor elkaar geboren. Ze groeiden op in dezelfde straat, gingen samen naar school en de kermis in het dorp. ‘En daar werden we eindelijk een koppel’, glundert Gaston. ‘Voor Aline had ik enkele andere liefjes, maar ze bleef maar in mijn hoofd zitten. Ik moest haar hebben en ik ben nog elke dag blij met mijn koppigheid van toen.’

Aline en Gaston waren en zijn onafscheidelijk. Als witloofkwekers stonden ze elke dag samen op het veld. Op hun zestigste gingen ze het rustiger aan doen, maar pas drie jaar geleden stopten ze echt met werken om volop te genieten. ‘Nu passen we op de achterkleinkinderen en maken we lange fietstochten. Ons grote geheim? We maken nooit ruzie en overleggen altijd. Als we samen zijn, zijn we volmaakt gelukkig.’
 

De schoonheid van bewegingen © David Legrève

De schoonheid van de bewegingen

Linkebeek - Zeventien jaar nam hij zelf deel aan bokswedstrijden, nu leert coach Michel Siméon (47) anderen hoe het moet. De oprichter van de Boxing Academy Brussels geeft jongeren de liefde voor zijn sport door. ‘In de Academy doen we aan academisch boksen, met respect voor de tegenstander. Wij kweken geen straatvechters. Onze filosofie is om boksers zelfvertrouwen te geven, zichzelf te leren kennen.'

'Alles draait om vriendschap, inzet en de schoonheid van de bewegingen. De kunst van het boksen is immers om te raken en niet geraakt te worden’, legt Siméon uit. Tijdens zijn eigen bokscarrière vocht de Linkebekenaar zo’n 80 wedstrijden en werd hij onder meer kampioen van België en de Benelux. Ook het coachen werpt vruchten af: de leerlingen van Siméon wonnen al meerdere kampioenschappen.

 

Pipo en Pipette

Pipo en Pipette

Sint-Pieters-Leeuw - Met rode neuzen en kleurige pruiken op presenteren Pipo en Pipette elke zaterdag hun ochtendshow op stadsradio Halle. Al vijftien jaar kruipen Karine Cromphout (42) en Hans Devillé (47) uit Sint-Pieters-Leeuw in de huid van dit dolle clownsduo.

‘Pipo en Pipette is een uit de hand gelopen hobby, ontstaan uit een kleine opvoering tijdens een vakantiekamp. We gaan altijd samen op stap en genieten nog steeds van de warme reacties van de kinderen. We stonden jarenlang op het podium en kregen vorig jaar ook het aanbod om een radioshow te maken’, zegt Hans.

Uit bed met Pipo en Pipette is een droom die werkelijkheid wordt, want stiekem wou ik altijd al radiopresentator zijn. En ja, ook achter de microfoon gaan we voor het hele clownspak, inclusief pruiken, hoeden en make-up. Want ook al zien onze luisteraars het niet, je voelt op zo’n moment wel het verschil.’

 

Nietigheid © David Legrève

Nietigheid

Grimbergen - Een achtjarige scout vroeg zich af wat al die lichtjes aan de hemel waren. ‘Die flikkerende stipjes zijn planeten die het weer bepalen’, maakten ze hem wijs. Maar de interesse van het jongetje was gewekt. Tijdens zijn loopbaan als elektronicus kreeg hij veel technische tijdschriften in handen. Naast de artikels over zijn vak boeiden vooral de teksten over sterrenkunde hem.

William Engels (66) is ondertussen vijftien jaar voltijds vrijwilliger bij de Volkssterrenwacht Mira in Grimbergen. Elke woensdag komt hij in het clubhuis met andere amateurastronomen samen om te praten over telescopen, hemellichamen, het melkwegstelsel en zwarte gaten. Nog steeds geniet hij van hoe relatief alles is wanneer je naar de sterren kijkt. En om naar die sterren te kunnen kijken heeft hij veel over. Regelmatig reist hij naar het zuiden om in ideale omstandigheden de hemel af te speuren. Niet meer in een tent, maar nog steeds met dezelfde verwondering als de boyscout van vroeger.

 

Zwart wordt wit © David Legrève

Zwart wordt wit

Dilbeek - ‘Toen mijn haren nog zwart waren, droeg ik enkel zwarte kledij. Nu ik wat ouder ben, is alles wit geworden: de haren én de kledij’, lacht Marc De Staercke (62). De bouwkundig ingenieur ziet er niet enkel apart uit, hij is het ook. Gebouwen zijn voor hem gevangenissen. Hij kon niet meer leven met de ‘betonnen gedrochten waar mensen in gepropt worden, gedwongen worden om te leven’.

De Staercke besloot een andere weg uit te gaan. In 1975 werd hij projectleider van jeugd- en gezinsboerderij Het Neerhof in Dilbeek. Met negen personeelsleden, een heleboel vrijwilligers en bezoekers uit het hele land, draait het geheel vlot. ‘Onze boerderij is een project waar mensen zich kunnen ontplooien, creatief en opbouwend bezig zijn. Ik wil mensen leren wat hun mogelijkheden zijn, zichzelf leren ontdekken. Daarom werk ik met dieren, zij trekken immers mensen aan. En het zijn die mensen die mij interesseren.’