01 feb '19

Binnenbuiten

254
door Tine De Wilde
Architect Roger Homez koos in de jaren 50 van vorige eeuw een sterk hellend terrein voor de bouw van zijn eigen woning en die van zijn ouders.

Hij liet niets aan het toeval over en, rekening houdend met de nodige oppervlakte, oriëntatie, materiaal, tekende hij twee strakke, gelijkaardige geometrische woonvolumes uit tot in het kleinste detail. Op het gelijkvloers van de grootste woning loopt de zandstenen buitenmuur door naar binnen en kom je via een tochtsas binnen in een ruime hal, geplaveid met blauwe hardsteen. Hier bevindt zich, deels ondergronds, een grote ruimte met doorlopende ramen met zicht op de tuin. Ze deed eerst dienst als kantoor-atelier van de architect, later werden er bijkomende slaapkamers ingericht. Een open trap leidt naar het woonvolume op de eerste verdieping. Ramen over de volledige hoogte en breedte maken dat de leefruimte baadt in het licht en brengen de omgevende natuur naar binnen. De witte, houten raamkaders zijn elegant smal en verstevigd in de diepte. De dakoversteek behoedt in de zomer voor te veel zonlicht en warmte en laat in de winter de zonnewarmte binnen. Aan de westzijde geeft een groot raam uit op het  terras dat meteen ook dienst doet als afdak voor de inkompartij. Accenten van geel en blauw schrijnwerk geven de woningen een speelse toets. Het was hier een bruisend leven van wonen en werken met klanten en architectuurstudenten, werkende ouders, opgroeiende kinderen en grootouders, een mooi leefmodel. Woonruimtes wijzigden met de tijd van functie. Dit fijn uitgebalanceerd ontwerp met lichtinval langs alle kanten en gemeenschappelijke tuin zorgt voor een fantastische woon- en leefervaring.