01 apr '16

Lesgeven in de Rand

1684
door Jens De Smet
Regine Blommaert uit Sint- Genesius-Rode werd vorige maand door Els Cuypers aangeduid om deketting voort te zetten.

Lesgeven is haar kinderdroom. ‘Het liefst van al in het Sint-Victor-Instituut in Alsemberg. Ik ben er zelf twaalf jaar naar school gegaan. Na twee jaar in Anderlecht geef ik hier nu achttien jaar les. Ik heb geen moment spijt van die keuze, al wordt het lesgeven uitdagender.’

Blommaert geeft wiskunde in het 1e en 2e middelbaar. ‘De maand september moet je doorkomen. Als je dan respect kan afdwingen, kan je veel bereiken in de rest van het jaar. Ik vind humor heel belangrijk. Zo krijg je de aandacht van de leerlingen. Zij verwachten die grappige noot vaak niet.’

PASSIEVER

Of de leerlingen stouter zijn geworden? ‘Nee, integendeel. Vroeger haalden de jongeren meer deugnietenstreken uit. De tijd dat een leerling in de kast kroop om zich te verstoppen, is voorbij. Misschien zijn ze iets luier dan vroeger, eerder passief. Je moet hen ook meer aansporen om te leren, ze gaan veel minder uit zichzelf doen. Maar als je testen aankondigt, merk je wel dat ze dat ernstig nemen.’

Leerlingen snappen dus wel dat school belangrijk is. Iets minder belangrijk vinden ze hun taal. ‘Het is alsof ze het nut van een taal niet meer inzien. Ik geef wiskunde, maar ook in mijn vak sijpelt dat door. Op een toets zie ik vaak een hoop woorden op het blad staan, maar geen samenhangende zinnen. Ik snap dat niet. Leerlingen hebben toch hun taal geleerd in de lagere school?’

Nonchalance is volgens Blommaert een van de oorzaken. ‘En het feit dat een aantal leerlingen in Alsemberg thuis anderstalig is. Als de ouders thuis Frans spreken, de leerlingen naar de Franse televisie kijken en boeken in het Frans lezen - als ze al lezen - dan helpt dat zeker niet. Je probeert je als leerkracht aan te passen en wat trager te gaan, maar eigenlijk mag dat niet. Want er zitten andere leerlingen in de klas voor wie het niet te snel gaat.’

TE WEINIG PLAATS

‘In onze school, en vermoedelijk ook in vele andere in de Rand, zien we meer en meer leerlingen uit het Brusselse. Ouders durven hun kinderen niet met de metro of bus naar een school in Brussel sturen en verkiezen een school in de Rand. Dat mag, maar dan vind ik dat de leerling de inspanning moet leveren om ons niveau aan te kunnen. Ook ons taalniveau.’

Brusselse jongeren in scholen in de Rand brengt ook een ander probleem met zich mee. ‘In vele scholen in de Rand moeten ouders dezer dagen voor de schoolpoort kamperen om hun kind in te schrijven. Vorige week stonden ze ook aan het Sint-Victor-Instituut: ouders die op 200 meter van de school wonen. Dat krijg je niet uitgelegd. Er zijn gewoon te weinig plaatsen voor het aantal leerlingen dat les wil volgen. Dat kamperen kan je oplossen met een digitaal aanmeldingsplatform. Dat moet er zo snel mogelijk komen.’

MUZIEK

Tot slot heeft Blommaert naast het abstracte leven als wiskundeleerkracht ook nood aan creativiteit. ‘Muziek is belangrijk in mijn leven. Ik speel al twintig jaar fluit en zing in het koor van de muziekacademie. Kunst en cultuur volg ik op de voet. We hebben gelukkig een prima aanbod in de Rand. De Meent in Alsemberg bijvoorbeeld levert schitterend werk. Soms kom ik in de foyer leerlingen tegen waardoor we elkaar op een totaal andere manier leren kennen. Best wel grappig.’