01 sep '19

Het Brabants
trekpaard

167
door Tine Maenhout
Imposant. Dat is het minste wat je kan zeggen. Kracht en rust stralen ze uit. Ooit uitgevoerd over de hele wereld, dan bijna verdwenen, nu aan een nieuwe opmars bezig. Ziehier het Brabants trekpaard.

Het is en blijft een fascinerend dier. Wanneer je het ziet, blijft niemand onbewogen, zoveel natuurlijke kracht straalt het uit. Het is de trots van onze streek. We zijn fier op dit dier van hier. En stilletjes ook gelukkig dat dit sterke beest niet van de aardbol is verdwenen.

Op het einde van de 19e eeuw schreef Guido Gezelle: Ze stappen hun’ bellen al  klinken, de vrome twee horsen te gaar; ze zwoegen, ze zweten; en blinken doet ‘t blonde gelijm van hun haar. Ze stappen, ze stenen, ze stijven de stringen; en ‘t ronde gareel, het spant op hun’ spannende lijven: de voerman beweegt ze aan een zeel. De wagen komt achter. De rossen, gelaten in ’t lastig geluid der schokkende, bokkende bossen, gaan, stille en gestadig, vooruit. Geen zwepe en behoort er te zinken, geen snoer en genaakt er één haar; zoo stappen, hun’ bellen al klinken, de vrome twee horsen, te gaâr.

Gezelle beschreef de relatie tussen de Vlaming en ‘zijn’ trekpaard, zoals we die ook vandaag opnieuw ervaren. Eigenaars, menners, gepassioneerde fokkers, paarden liefhebbers en de inwoners van de Rand koesteren dit prachtig en krachtig stukje levend erfgoed.

GROTE GESCHIEDENIS

De bakermat van de Brabants trekpaard ligt in het Pajottenland, van waaruit ze ooit over de hele wereld werden verscheept. In de tijd van Gezelle speelde het trekpaard op zowat elke boerderij een centrale rol als trek-, sjouw-, sleep- of rijdier. De Brabantse trekpaarden onderscheiden zich van andere rassen om de pure kracht die het dier kan ontwikkelen, hoewel ze eigenlijk niet zo groot zijn. Ze staan bekend om hun zachtaardig karakter, hun vermogen om zware lasten in een gezapig tempo te trekken en natuurlijk om hun robuust profiel.

Trekpaarden beïnvloedden lange tijd het leven van de rurale bevolking en bepaalden zo mee de streekidentiteit. Door de mechanisering na de Tweede Wereldoorlog kwamen trekpaarden steeds minder van pas en  werden ze vervangen door tractoren en gemotoriseerde voertuigen. Hoewel het niet veel heeft gescheeld, is het trekpaard nooit echt helemaal verdwenen. Gepassioneerde fokkers blijven het ras koesteren en enkele liefhebbers bezitten nog steeds de kennis van de traditionele landbouwtechnieken die aan het trekpaard verbonden zijn.

Doorheen de tijd kreeg het trekpaard een nieuwe rol in toeristische en recreatieve sector. Zo werd in hartje Pajottenland, in het voormalige gemeentehuis van  Vollezele, het Museum van het Belgisch trekpaard geopend. Het dier wordt ook  stilaan geherwaardeerd als ecologische bron van energie en mobiliteit in natuur beheer en bosbouw, en als partner in sociale economie- en welzijnsprojecten. Sinds 2018 is het door de Vlaamse Regering erkend als immaterieel erfgoed.

ICOON

Maar vooral blijft het trekpaard het icoon van de Brabantse identiteit. Met het museum in Vollezele, het grote bronzen standbeeld van Koenraad Tinel in Lennik en het standbeeld van Rik Poot in Vilvoorde, een verwijzing naar de bijnaam van de Vilvoordenaars, de pjeirefretters. Brouwerij Palm in Steen huffel gebruikt het Brabants trekpaard als uithangbord van hun kenmerkend bier. In reclamecampagnes in de loop van de jaren ‘90 speelde het paard een prominente rol. En op de bierflesjes en kroonkurken staat nog steeds een paard afgebeeld. In Merchtem en in Vilvoorde maakt men zich jaarlijks op voor de Prijskamp Belgisch trekpaard en de bij horende jaarmarkten worden dan overspoeld door liefhebbers en kwekers. De meeste kwekerijen zijn tot op vandaag nog te vinden in het Pajottenland, waar het dier onlosmakelijk verbonden is met de omgeving.