01 nov '22

De Rand is een economische topregio

431
door Jan Haeverans
Wat betekent de Rand als economische regio? In onze nieuwe artikelenreeks 'Randlabeur' gaan we na wat de belangrijkste economische activiteiten zijn en wat de belangrijkste evoluties.

De Vlaamse Rand is een regio met tal van bijzondere bedrijven, bekende en minder bekende. Door zijn ligging bekleedt de regio een heel eigen plaats tussen Vlaanderen en de hoofdstad, maar de regio economisch definiëren is niet zo gemakkelijk. Want het is een regio met grote verschillen, bijvoorbeeld een verstedelijkt gebied rond Vilvoorde, Machelen en Zaventem, rustigere residentiële wijken en ook nog deels landelijke gemeenten. Waar het ene deel richting Mechelen en Antwerpen kijkt, is het andere deel meer gericht op Leuven. En dan is er een strook die tegen Wallonië aanleunt. Alle gemeenten merken natuurlijk ook de invloed van hoofdstad Brussel.

Klinkende namen

Zo hebben een heel aantal toonaangevende bedrijven zich in de regio gevestigd omwille van de nabijheid van de hoofdstad. Die lijst is indrukwekkend. Er is natuurlijk de luchthaven, met uitbater Brussels Airport Company en Brussels Airlines als ’s lands bekendste luchtvaartmaatschappij. Daarnaast, zo weten we sinds de coronapandemie, is er het distributiecentrum van Pfizer in Zaventem, een van de bedrijven die actief zijn in gespecialiseerd transport van geneesmiddelen. Nog enkele klinkende namen in de Rand zijn Procter & Gamble in Grimbergen (schoonmaakmiddelen, verzorgingsproducten, enzovoort), ISS Facility Services in Vilvoorde (schoonmaakbedrijf), Cisco Systems en Capgemini in Machelen (ICT-consultancy en softwareontwikkeling), Asco Industries in Zaventem (lucht- en ruimtevaartonderdelen) en het onderzoekscentrum met testpiste van Toyota, ook in Zaventem. In Vilvoorde zijn er natuurlijk ook VTM en de vele tv-productiehuizen, met Woestijnvis als bekendste. In Sint-Pieters-Leeuw de brouwerij Belle-Vue.

Productieve en welvarende regio

Bovenstaande lijst is uiteraard niet volledig, maar toont wel aan dat de grote economische polen zich in en rond Zaventem, Machelen en Vilvoorde concentreren. Dat concludeert ook de toelichtingsnota Een blik op de Vlaamse Rand 2021 van het Agentschap Binnenlands Bestuur, dat onder andere de economische prestaties van de regio belicht. De bruto toegevoegde waarde (de waarde die wordt toegevoegd tijdens de productie van goederen of diensten) van deze drie gemeenten is maar liefst 10,5 miljard euro. Dat is de helft van de bruto toegevoegde waarde van de hele Rand, die 20,8 miljard euro bedraagt. Of met andere woorden: de drie gemeenten produceren evenveel meerwaarde als de zestien andere.

Binnen Vlaanderen is de Rand een heel productieve regio, goed voor bijna de helft van de bruto toegevoegde waarde van de volledige provincie Vlaams-Brabant (44,4 miljard euro), die 65 gemeenten telt. De regio neemt 8,7% van de totale bruto toegevoegde waarde van het hele Vlaamse Gewest voor zijn rekening. Dat is meer dan die van het grootstedelijk gebied Gent (19,2 miljard euro), dat de stad Gent en zes randgemeenten omvat, maar wel kleiner dan die van de stad Antwerpen (27,9 miljard euro).

Een en ander maakt van de Rand een welvarende regio. Nog volgens de toelichtingsnota bedraagt het gemiddeld netto belastbaar inkomen per aangifte in 2018 in de Rand 40.233 euro. Dat bedrag ligt hoger dan in de hele provincie Vlaams-Brabant (39.834 euro) en in het Vlaams Gewest (35.388 euro).’De plaats waar welvaart geconcentreerd zit, is overigens niet noodzakelijk de plaats waar welvaart geproduceerd wordt’, stipt de nota aan. Zo vind je de hoogste inkomens in gemeenten als Tervuren, Kraainem, Wezembeek-Oppem en Sint-Genesius-Rode, waar de bruto toegevoegde waarde per inwoner relatief laag is. Terwijl productieve gemeenten als Zaventem, Machelen en Vilvoorde eerder een laag gemiddeld inkomen kennen. Dat komt omdat mensen vaak niet wonen op de plek waar ze werken, en het vooral mensen met hogere inkomens zijn die de groene gemeenten opzoeken.

Weg uit Brussel

Hoe ziet de werkrelatie tussen de Vlaamse Rand en Brussel eruit? In augustus meldde RINGtv dat steeds meer bedrijven de hoofdstad inruilen voor de Rand. Jobs die Brussel hard nodig heeft, vluchten er weg. De reden voor deze beweging zou vooral fiscaal zijn. Op Brusselse kantoren moeten er meer belastingen betaald worden dan in Vlaanderen. Brussel verliest twee keer, want jobvlucht stimuleert ook stadsvlucht. Veel mensen verhuizen mee. Het zijn vooral de beter betaalde jobs die verkassen, waardoor de hoofdstad nog eens fiscale inkomsten derft.

Het is een beeld dat Koen Vermoesen, diensthoofd Ruimtelijke Economie van het Agentschap Innovatief Ondernemen (VLAIO), toch enigszins nuanceert. ‘Er waren indertijd al studies die een verschuiving voorspelden van het internationale kantorensegment richting Zaventem, terwijl de publieke sector in Brussel gevestigd zou blijven. Dat heeft zich tot op zekere hoogte ook zo gemanifesteerd. Het gaat dan om grote bedrijven, advocatenkantoren, … enzovoort, maar het geldt zeker ook voor de financiële sector. Voor de internationale handel is de nabijheid van de luchthaven een troef.’

Vermoesen ziet nog een reden voor de verhuisbeweging. ‘Er zijn indicaties dat bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals industriële en logistieke bedrijven, van Brussel naar de Rand of zelfs naar verder gelegen terreinen trekken. Volgens sommigen om fiscale redenen, volgens ons vooral omwille van factoren als gebrek aan ruimte en congestie. Die beweging weg van Brussel wordt overigens weleens in twijfel getrokken. Wij erkennen ze liever, zodat we tenminste de ongewenste effecten ervan kunnen remediëren, zoals een verdere suburbanisatie in een tweede gordel rond de Rand.’

De Rand is goed voor bijna de helft van de bruto toegevoegde waarde van de provincie Vlaams-Brabant of 8,7% van de totale bruto toegevoegde waarde van het Vlaamse Gewest.

‘Het voorbije decennium is het besef gegroeid dat we moeten ophouden met het wegduwen van zogenaamde maakactiviteiten uit de stad naar bedrijventerreinen. Dat grote industrie niet thuishoort in de stad is logisch. Maar nu zitten er op bedrijventerreinen veel niet-hinderlijke activiteiten die evengoed of misschien zelfs beter in de stad hun activiteiten zouden kunnen ontplooien. Er is immers vaak nog verrassend veel ruimte beschikbaar in steden, in oude loodsen aan de binnenzijde van sommige bouwblokken bijvoorbeeld. Dat wordt nu gestimuleerd, en ook Brussel is mee op die kar gesprongen. Er is trouwens overleg tussen beide gewesten over dat soort zaken. Zoals in de Top Noordrand, waar we samen nadenken over zaken als de herbestemming van de oude NAVO-gebouwen, de spoorwegterreinen van Schaarbeek Vorming, de Ring, enzovoort.’

Reconversie

Over ruimtegebruik moet in de Rand zelf ook goed nagedacht worden, vindt Vermoesen. ‘Vroeger dachten we in hectaren, nu in vierkante meters’, zo vat hij de mentaliteitswijziging samen die heeft plaatsgevonden in het beleid. ‘Het is veel productiever om kmo’s samen te brengen, te stapelen en functies te vermengen in plaats van elke sector zijn eigen zone toe te kennen, en elke kmo zijn eigen ruimte en eigen pand. In plaats van oude industriële sites om te bouwen naar lofts en appartementen worden daarom nu ook bedrijfsverzamelgebouwen gezet met kleinere kmo-units.’ Dat is zo’n succes geworden dat het verhaal intussen ook een keerzijde heeft: ‘Die gebouwen duiken ook op bedrijventerreinen op, waardoor we de laatste grote percelen dreigen op te offeren aan activiteiten die evengoed in het stedelijk weefsel zouden kunnen gedijen.’

Daarom wordt er vanuit de overheid ingezet op de reconversie van verouderde bedrijventerreinen en brownfields in de Rand. Iets wat niet overal even vlot is verlopen. ‘In de zuidelijke Zennevallei is er een duidelijke visie tot stand gekomen, bijvoorbeeld voor een terrein als Laekebeek in Lot. In de regio Vilvoorde-Machelen bleek dat niet zo evident. Daar hebben vooral privé-ontwikkelaars de leiding genomen, zoals op de terreinen van Renault Vilvoorde, waardoor dat nu versnipperd en onderbenut is. Ook elders is er een gebrek aan een bredere visie. Wel een goed voorbeeld van een succesvol herinrichtingstraject dat zich op de lange termijn richt, is de omvorming van het Research Park Zellik tot een echt wetenschapspark.’