01 apr '20

‘Ik volg geen partituur,
ik volg mijn gevoel'

1458
door Anne Peeters
Op zijn dertiende werd hij blind. ‘Gelukkig had ik toen de muziek al ontdekt’, zegt Nico Vancouver, de pianist uit Overijse die de hele wereld heeft gezien dankzij zijn muziek. ‘Muziek is heel intuïtief voor mij. Ik volg geen partituur met notenbalken, ik volg mijn gevoel.’

Nico Vancouver is drieënzestig. Sinds zijn dertiende ziet hij niets meer. Na een reeks mislukte oogoperaties op zijn achtste werd hij geleidelijk blind. ‘Ik ging naar het blindeninstituut in Woluwe. Eerst zat ik bij de slechtzienden, dan bij de blinden. Tot ik mijn zicht helemaal verloor. Ik denk dat het minder moeilijk is op die leeftijd dan wanneer je op je veertigste blind wordt. Mijn grote geluk was dat ik mijn weg al had gevonden: de muziek.’

Hoe word je beroepsmuzikant als je geen noten kan lezen?

‘Ik had een visuele herinnering aan hoe een partituur eruit ziet, maar moest muziek leren lezen in braille. Dat is lastig. Je krijgt het globale notenbeeld niet in één keer, maar je moet het in braille lineair lezen. Noot per noot en dan in je geheugen het hele beeld opbouwen. Alsof ze je allemaal puzzelstukjes laten zien van een auto – de spiegel, het stuur, de bumper – die je dan in je hoofd moet samenleggen om het totale plaatje te krijgen. Dat gaat natuurlijk tien keertrager en het is heel vermoeiend. In die tijd had je ook nog geen digitale hulpmiddelen. Gelukkig had ik het geluk dat ik les kreeg van interessante muzikanten. Het waren meer masterclasses op individueel niveau, om me klaar te stomen voor het conservatorium. Ik werkte keihard. Zo hard dat ik op mijn zeventiende oververmoeid raakte en ziek werd.

‘Mijn composities zijn auditieve herinneringen aan plaatsen waar ik ben geweest, aan mensen die ik ken, aan verhalen die me zijn bijgebleven.’

Een jaar lang speelde ik geen piano. Het ging niet. Een klassieke muziekopleiding was daardoor geen optie meer. Op mijn achttiende was ik afgestudeerd in het blindeninstituut. Daar had ik ook een opleiding tot pianostemmer gevolgd. Dus ging ik piano’s stemmen om geld te verdienen. Ik speelde nog wel muziek. Eerst in een rockband, daarna evolueerde ik meer in de richting van jazz. Met mijn trio heb ik hard gewerkt om onze eigen stijl uit te bouwen. Dat lukte. We konden geregeld optreden. We zaten bijvoorbeeld in het voorprogramma van Shirley Bassey. En ondertussen reisde ik door Europa om piano’s te stemmen.’

Toch heb je vooral naam gemaakt als concertpianist. Hoe is dat zo gekomen?

‘Geloof je in sprookjes? Nee? Ik wel. Op een dag stond Sohsuke Hara, een bekende Japanse gitarist en producer, voor mijn deur in Brussel. Hij had in Tokyo over mij gehoord en was fan. Vijf maanden later was ik op concerttournee in Japan. Dat was de start van mijn internationale doorbraak, het begin van een reeks concerten over de hele wereld. Ik speelde zelfs voor de keizerlijke familie van Japan. Na het concert werd ik ontvangen door de broer van keizer Akihito. Hij vertelde dat hij mijn muziek ten zeerste apprecieerde.

Vancouver: ‘Op een dag stond er een Japanse producer voor mijn deur, vijf maanden later was ik op tournee in Japan.’

Mijn manager vond dat ik een cd moest opnemen voor de Japanse markt, Ballerina moest die heten. Dus dat deed ik, in studio Kathy in Ohain in Waals-Brabant. In 1978 had Patrick Hernandez daar Born to Be Alive opgenomen, en in 1982 zong Marvin Gaye er zijn cd Midnight Love met het wereldbekende Sexual Healing. Ik kende de studio omdat ik er de piano had gestemd voor Nina Simone. Die cd van mij was dan wel opgenomen voor de Japanse markt, maar in 1994 ontmoette ik een producer van een platenfirma uit Wenen. Die wou die cd ook in Europa uitbrengen. Er werden opnieuw afspraken gemaakt en ik mocht mijn eisen stellen. Ik vroeg of het boekje bij de cd en de cast ervan niet in braille konden? En zo gebeurde het. Kunstenaar Mark Van Krinkelveldt maakte voor Night Spring – zo heette de cd – een pointillistisch kunstwerk met veel reliëf, zodat de cd zichtbaar werd voor blinden. Dat was een wereldprimeur.’

In die periode heb je ook je Japanse vrouw Naoko Senoo ontmoet. Zij heeft een grote rol gespeeld in je leven, niet alleen persoonlijk maar ook muzikaal.

‘Ja. Bij een sprookje hoort ook een prinses, niet? Mijn manager vroeg me of in ik november 2000 naar Japan kon komen voor een concert. Wat hij er niet bij had verteld, was dat ik samen met een fluitiste zou spelen. Dat ontdekte ik pas net voor het concert. Die fluitiste was Naoko. We babbelden even. Ze vertelde me dat ze een paar jaar eerder al een masterclass had gedaan in België. 

Nico Vancouver heeft als enige pianist in België een piano die je kan opplooien in een koffer.

In 2001 was ik opnieuw in Japan en Naoko was er ook. Ik nodigde haar uit om bij mij in België een nieuwe compositie in te studeren. Ze kwam, we werden verliefd en we zijn getrouwd. Ons verhaal heeft bijna tien jaar geduurd. Ze was – en is – een geweldige fluitiste en mijn intuïtieve stijl werkte voor haar. We namen samen cd’s op en speelden concerten. Ze was er ook bij toen ik voor de Kennedy Foundation mocht gaan optreden in Washington DC. In de jaren negentig organiseerde ik het Brussels Piano Festival waarop ik collega–pianisten van over heel de wereld uitnodigde om te komen spelen, van jazzpianisten tot laureaten van de Koningin Elisabeth-wedstrijd. In 1995 kwam bijvoorbeeld jazz-legende Mal Waldron spelen, de pianist van Billie Holiday. Uit de organisatie van dat festival vloeiden de contacten met de Kennedy Foundation voort. Het waren mooie jaren. Daarna werd het moeilijker.’

Hoe bedoel je?

‘Met de economische crisis was er vanaf 2010 veel minder werk. Dat had ook zijn weerslag op onze relatie. Die liep spaak. Het einde van een sprookje. Mijn prinses keerde terug naar haar land. Dat is natuurlijk hard. Maar ik wilde niet bij de pakken blijven zitten. Ik ben op zoek gegaan naar nieuwe inspiratie voor mijn muziek, nieuwe mensen om mee samen te werken. Dat is gelukt. Ik heb net een nieuwe cd opgenomen: Princess Atalantis. Ik ben vertrokken van wat er op mijn pad kwam. Bij Nerses Vardanyan, een vriend die kunstschilder is, kwam ik in contact met zijn neef die duduk speelt. Dat is een klassiek Armeens blaasinstrument. Edgar Asmaryan en ik speelden samen. Het was mooi. De inspiratie rijpte en we zijn samen de studio in gedoken. De titeltrack van de cd is gezongen door de piepjonge sopraan Camille Beniest, die je misschien kent uit Belgium’s Got Talent? Dat meisje is pas vijftien, maar ze is fenomenaal. Luister maar eens naar de cd. Het is magisch als je hoort hoe haar sopraan boven de akkoorden uitstijgt. Ik maak muziek zoals anderen foto’s maken. Mijn composities zijn auditieve herinneringen aan plaatsen waar ik ben geweest, aan mensen die ik ken, aan verhalen die me zijn bijgebleven. Camille heeft een heldere, zuivere stem. Heel onschuldig en tegelijkertijd krachtig. Die paste voor mij perfect bij de Griekse mythe van prinses Atalante, een feministe avant la lettre. Met dat nieuwe materiaal kan ik weer een aantal concerten doen. Voor mij blijft muziek het belangrijkste in mijn leven. Dat zal nooit veranderen.’