01 mrt '22

Geen klein bier

1051
door Wim Troch
Ons land profileert zich graag als het bierland bij uitstek. De industriële revolutie speelde een belangrijke rol in de uitbouw van de Belgische biercultuur. Ook in de Rand werd de bierproductie opgedreven.

Van kleinschalig landbouwproduct evolueerde het naar een exportproduct. Die evolutie vind je ook terug in Merchtem.

Wanneer het gaat over de industriële revolutie halen we vaak beelden voor de geest van grote fabrieken en horden arbeiders, in en rond drukke steden. Dat is echter niet het volledige plaatje. Ook landelijke gemeenten werden in de 19e eeuw beïnvloed door de industrialiseringsgolf. Omdat klanten beter afgewerkte producten verwachtten, en grotere hoeveelheden, en omdat stilstand achteruitgang betekent. Kleinere ambachtslui die wilden overleven, hadden bijna geen andere keuze dan uit te breiden en grootschaliger te worden. Wie een beetje spaarcenten had of durfde te lenen om in machines te investeren, richtte een onderneming op.

Die evolutie voltrok zich ook in Merchtem. Eeuwenlang een landbouwdorp, maar gestaag deed de industriële revolutie ook hier zijn intrede. Al hoef je je daar geen dichte rookpluimen bij voor te stellen of zware chemische activiteiten en werkplaatsen met duizenden arbeiders. Ook tijdens de industrialisering bleven agrarische dorpen hun landbouwactiviteiten en kleinschaligheid bewaren. De industrie die zich in een gemeente als Merchtem ontwikkelde, was met maalderijen, azijn- en bierbrouwerijen, huidvetterijen of kippenteelt nog altijd plattelands. Maar industrie was er wel, gaande van kleinschalige huisnijverheid tot substantiëlere werkplaatsen met tientallen werknemers. Zo stonden er in Merchtem in de jaren na de Eerste Wereldoorlog zes maalderijen, vijf meubelfabrieken en vier drukkerijen. Wat het beeld van de gemeente echter het meest bepaalde, waren de brouwerijen.

Stabiliteit

Bierbrouwen gebeurde natuurlijk al van lang voor de 19e eeuw. Duizenden jaren voor onze jaarrekening werden in het Midden-Oosten de eerste bieren gebrouwen. In onze streken werd in de middeleeuwen meer bier dan water gedronken. Uit gezondheidsoverwegingen: het drinkwater was vaak erg vervuild. Bierbrouwen was echter vooral een huis-tuin-en-keukenactiviteit. Op de boerderijen werd bier gebrouwen voor eigen gebruik, kapitaalkrachtigere families konden bier brouwen voor de dorpelingen en de kroegen. Ook in de abdijen en kloosters werd gebrouwen, maar daar bleef de productie eerder kleinschalig voor het gebruik van de bewoners van het klooster en hun gasten.

Bier was bij uitstek een lokaal product, met een eigen specialiteit voor elke stad of elke regio. Dat kwam in hoofdzaak door de beperkte houdbaarheid die bier toen had. Het is pas door de technologische uitvindingen – met onder meer koelmethoden, het pasteuriseren en de stoommachine om het bier te pompen – dat vanaf de 19e eeuw grotere brouwerijen ontstaan. De meeste brouwerijen waagden echter pas in het laatste kwart van de eeuw de stap naar schaalvergroting. Bierbrouwen is zodoende een van de laatste sectoren die mee op de trein van de industrialisering springen. Die nieuwe brouwerijen konden niet alleen grotere hoeveelheden produceren, het bier kon sneller worden gemaakt, had een betere kwaliteit en was stabieler. Want waar vroeger het ene brouwsel troebeler of zuurder kon zijn dan het andere, betekende de industrialisering meer standvastigheid.

Net als op vele plaatsen, doken ook in Merchtem verscheidene brouwerijen op. Het zijn vooral familiebedrijven. Van Cappellen, La Cloche en later As-Ale of Stuckens doen misschien nog een belletje rinkelen, ook al zijn die brouwerijen al vele decennia niet meer actief. Ook in de andere gemeenten in de buurt wordt massaal gebrouwen. Zoals bij Mort Subite in Kobbegem, Belgor in Brussegem of bij De Block in Peizegem. Sinds 1877 brouwt de familie De Block hier bieren, waaronder de Kastaar, de Satan en het abdijbier Dendermonde. Zowat tachtig procent van de productie wordt naar het buitenland geëxporteerd. De brouwerij heeft een museum waar je niet alleen het verhaal van de familie De Block kunt ontdekken, maar ook alles over het brouwen van bier sinds de industriële revolutie. De brouwerij van Mort Subite gaat nog verder terug in de tijd. Vanaf de 17e eeuw wordt in Kobbegem bier gebrouwen. Eerst nog in een boerderij; de huidige gebouwen in gele baksteen dateren uit de jaren 1940.

Geen klein bier

Een van de brouwerijen die in de streek decennialang de meeste weerklank had, en waarvan de naam nog steeds voortleeft, is die van brouwerij Martinas, eerst van de familie De Boeck, later van familie Van Ginderachter. Begin jaren 1980 werd hier 130.000 hectoliter per jaar gebrouwen, waardoor ze een van de grootste brouwerijen van het land was. Op het hoogtepunt werkten er 180 mensen. Al begon het in 1870 natuurlijk veel kleinschaliger. Er werd in die periode geuze, faro, lambiek en kriek gemaakt, zoals in de meeste brouwerijen in onze regio. Tot de eeuwwisseling waren de geuzebieren de favoriete drank van de doorsnee man en vrouw. Pilsbieren zouden pas later populair worden.

In 1920 kwam de latere burgemeester Joseph Van Ginderachter aan het hoofd van de brouwerij. Hij breidde de brouwerij uit en bracht ook GinderAle op de markt. Dat bier van hoge gisting deed de brouwerij nog groeien. De slogan Ginder-Ale, dat is geen klein bier was dan ook in meerdere opzichten van toepassing.

In 1949 veranderde de brouwerij van naam: Van Ginderachter werd Martinas, naar de Latijnse naam van Merchtem. In 1972 viel Martinas het lot te beurt van de meeste kleinere brouwerijen: ze werd overgenomen door een grotere speler, Stella Artois. Net geen twintig jaar zou de GinderAle nog in Merchtem worden gebrouwen. In 1991 sloot de brouwerij. De productie verhuisde naar Leuven, tot in 2020 het laatste flesje werd gebotteld. Het betekende het einde van de Ginder-Ale, nadat eerder al de Cap-Ale, Extra-Cap, Belgor of As-Ale verdwenen waren.

De brouwerstoren van dertig meter hoog bepaalt nog steeds de ‘skyline’ van Merchtem. In de voormalige brouwerij vind je nu appartementen en rusthuiskamers.

Met een brouwerstoren van dertig meter hoog is het gebouw ook vandaag nog imposant. In de voormalige brouwerij vind je nu lofts, appartementen, serviceflats en rusthuiskamers. Aan de overkant van de straat, in de voormalige bottelarij, zijn winkels en appartementen onder gebracht. Ook van de voormalige brouwerijen Belgor (in deelgemeente Brussegem) en Van Cappellen is de mouttoren nog zichtbaar. Opmerkelijk: de brouwerijen liggen meestal in het centrum van het dorp, soms op en steenworp van elkaar. Het is pas vanaf de jaren 1960 dat bedrijven in Vlaanderen uit de wooncentra worden verdreven. Net zoals zovele bedrijfsterreinen wordt de industriezone langs de Brusselsesteenweg in Merchtem pas in de jaren 1970 aangelegd.

Tijdscapsule

De brouwerijtorens zijn niet de enige relicten van industriële nijverheid in de dorpskern van Merchtem. In de voormalige hemdenfabriek Staels, in de Gasthuisstraat, kun je tegenwoordig paintballen. Wat zeker een ommetje waard is, is de voormalige Drukkerij Sacré in de Korte Ridderstraat. Maurits Sacré was al van kindsbeen geïnteresseerd in geschiedenis. Hij was achttien toen hij zijn eerste artikels in de Gazet van Merchtem schreef. Nog eens tien jaar later, in 1911, richtte hij zijn eigen drukkerij op. Hij gaf diverse publicaties uit, waaronder De Zondagklok, de Gazet van Wemmel en van het omliggende, Eigen Schoon en Belgische Verzamelaar, een tijdschrift voor verzamelaars van munten, postzegels en boeken. Hij schreef ook boeken, waaronder de Geschiedenis van Merchtem uit 1904.

De drukkerij bevindt zich achter het ouderlijk huis van Sacré. De recent gerestaureerde, maar vrij onopvallende gevel doet niet vermoeden dat hier een klein pareltje verscholen ligt. Er wordt al een hele poos niet meer gedrukt, maar de volledige drukkerijuitrusting is bewaard gebleven, van kasten en letters tot – nog functionerende – drukpersen. De drukkerij is een echte tijdscapsule. Het hoeft niet te verbazen dat hier opnames werden gemaakt voor de film Daens. De drukkerij wordt tot een museum omgebouwd, een blijvende herinnering aan het industriële verleden van Merchtem.