01 mrt '21

Van het viaduct van Vilvoorde
tot Strombeek-Bever

894
door Wim Troch
Voor sommigen is het een kunstwerk, anderen storen zich aan het robuuste betonnen gevaarte dat het landschap domineert. Feit is dat het viaduct van Vilvoorde het opvallendste en ook wel het indrukwekkendste stuk is van de 75 km lange Ring rond Brussel.

Het 35 meter hoge viaduct van Vilvoorde is een technisch kunstwerk. De bouw ervan duurde vier jaar en was een huzarenstuk. Toen het viaduct in 1978 klaar was, was dit letterlijk het sluitstuk van de Ring. Eigenlijk bestaat het viaduct uit twee parallelle bruggen van telkens 1,7 km: een voor de binnenring en een voor de buitenring. Het viaduct zweeft majestueus boven de spoorlijn tussen Brussel en Antwerpen, de Zenne en het Zeekanaal BrusselSchelde. Die strook langs het kanaal was ooit een industrieel zwaartepunt van ons land. De luchtkwaliteit is er vandaag soms discutabel, maar valt reuzegoed mee in vergelijking met pakweg vijftig jaar geleden. Toen smolt de rookpluim van de ene fabriek naadloos samen met de rookpluimen van de andere fabrieken, tot hoog in de lucht één grauwe smogwolk het noorden van Brussel en Vilvoorde als een stinkende sluier bedekte.

De term zware industrie kreeg hier een gezicht. De metaalgieterij van Fobrux, waar kachels en keukentoestellen werden gemaakt, of de Cokeries de Marly, of Biochim, of de Renaultfabriek. Het zijn maar enkele van de bekende namen die van deze strook – waar duizenden arbeiders werk vonden – het voorwerp maakten van een liedje van Della Bossiers: Fleur de Buda.

De naam Buda – ooit een landelijk gehucht – verwijst naar de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Toen in 1686 het Oostenrijkse leger de stad, die eigenlijk uit de steden Boeda en Pest bestaat, op de Turken heroverde, ging dat nieuws heel Europa rond. Uit vreugde noemden overal in onze streken herbergiers hun afspanning In Buda. Ook hier werd zo’n herberg naar de Hongaarse stad genoemd. Tot vandaag leeft de naam voort, met een treinstation en een hefbrug als getuigen.

Sporen uit het verleden

Vandaag straalt de buurt, in de schaduw van het viaduct, een beetje een vreemd gevoel van mistroostigheid en geheimzinnigheid uit. Er is nog bedrijvigheid – vrachtwagens rijden af en aan en er wonen zelfs mensen pal onder het viaduct – maar grote terreinen worden als parking of als autokerkhof gebruikt, oude loodsen staan leeg en sluikstorten is schering en inslag. En dan is er natuurlijk die grote braakliggende lap grond waarover al meer dan tien jaar wordt gesproken: Uplace, sinds enkele maanden omgedoopt tot Broeklin, het meer kleinschalige winkelproject dat nu opnieuw ter discussie staat.

Het ambitieuze reconversieproject zou de hele buurt een nieuw elan geven. De zone is getekend door decennialange vervuiling. Wie in 1993 naar het journaal keek, kan zich vast nog de dikke, zwarte rookwolken voor de geest halen bij de brand van Biochim. Die rook was zo giftig dat alle auto-, trein- en vliegverkeer in Brussel en de toenmalige provincie Brabant werd stilgelegd. In 2002 kwamen er in de buurt nog steeds giftige dampen uit de grond, hoewel het bedrijf toen al vele jaren niet meer actief was. Maar er rest ook een economisch trauma. De meeste bedrijven trokken de laatste veertig jaar weg, duizenden arbeidsplaatsen gingen verloren. Er kwam wel nieuwe werkgelegenheid, maar de kater van bijvoorbeeld Renault laat nog steeds stevige sporen na.

Letterlijke sporen uit het verleden zijn er ook, want tussen de Budabrug en het centrum van Vilvoorde ontwikkelde zich vanaf 1908 een netwerk van private spoorwegen voor de bedrijven, beheerd door de Chemin de Fer Industriel. Op sommige plekken zie je de rails nog liggen.

Honderd jaar

Als je het viaduct naar beneden rijdt, zie je aan de rechterkant de groene zee van Park Drie Fonteinen. Enkele pijlers van het viaduct staan in het domein, als robuuste benen van een betonnen reus. Dat leidt tot een wat bizar gezicht voor wie in het park en bos wandelt – ook het gezoem van vrachtwagens en auto’s is atypisch – maar het had erger kunnen zijn. In de oorspronkelijke plannen zou de Ring het park nog bruter in tweeën splitsen. Dat leidde tot protesten, met als compromis dat de Ring uiteindelijk een bocht maakt om Drie Fonteinen zo veel mogelijk te ontzien. Overigens is er nog een andere reden dat het viaduct een best wel gracieuze kromming maakt. Al in de jaren 1950 wist de directie van de Renaultfabriek te bedingen dat de fabriek ontzien werd bij de bouw van het viaduct. Toen het viaduct midden de jaren 1970 werd gebouwd – eerst de buitenring dan de binnenring – was het bouwwerk een compromis dat moest slalommen tussen de hindernissen.

De buurt in de schaduw van het viaduct straalt een vreemd gevoel van mistroostigheid en geheimzinnigheid uit.

Ingenieurs berekenden dat de constructie zeker honderd jaar zou meegaan, maar door het toegenomen aantal voertuigen dat dagelijks onophoudelijk over de brug dendert, is de levensverwachting van de constructie bijgesteld. Volgend jaar start een grondige renovatie, waarvoor 260 miljoen euro is vrijgemaakt. Zowel de onderkant, de binnenkant als de bovenbouw worden aangepakt, waardoor de werken vijf jaar zullen duren. Het viaduct zal ook verstevigd worden, omdat er op termijn misschien een vierde rijstrook komt, in de plaats van de pechstrook. De definitieve knoop daarover is nog niet doorgehakt.

Blik op de toekomst

Aan de voet van het viaduct ligt uitrit Koningslo. Aan dit op- en afrittencomplex wordt momenteel gewerkt. Er komt een vliegende fietsersbrug zodat de zwakke weggebruikers die van Neder-overHeembeek of Koningslo naar het centrum van Vilvoorde willen niet langer het autoverkeer moeten kruisen.

Living Tomorrow, beter bekend als het Huis van de Toekomst, is vlakbij. Sinds 1993 kun je hier een voorsmaakje krijgen van innovaties thuis en op het werk. Eind dit jaar zou vlak bij de afrit een nieuwe campus van Living Tomorrow moeten openen: een toren van twaalf verdiepingen met een hotel en een haven voor drones. Hier staat ook het Militair Hospitaal Koningin Astrid, met het bekende en befaamde brandwondencentrum – een van de grootste van Europa – en, minder bekend, het gratis toegankelijke Belgisch Radiologiemuseum in zijn gangen en wachtruimtes.

Geur van koffie

Wanneer je voorbij afrit Koningslo bent, zie je aan de rechterkant het groen van het Tangebeekbos. Aan de binnenzijde van de Ring vind je de verkavelingen van Het Voor en wat verderop van Strombeek-Bever. Net voorbij de afrit Grimbergen zie je, als je goed oplet, aan de rechterkant een glimp van een statig gebouw. Dat is de eclectische gevel van het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Alexius. Bovenaan in het midden prijkt een wit beeld van Sint-Alexius, patroonheilige van de zieken, die uitkijkt over het landschap dat sinds eind jaren 1970 door de Ring wordt bepaald. Toen de alexianen een psychiatrisch centrum wilden oprichten in de buurt van Brussel was deze locatie – het hoogste punt van Strombeek en destijds midden in landbouwgebied – uitermate geschikt. Geheel volgens de opvattingen van die tijd werd een U-vormig complex gebouwd met veel aandacht voor open ruimte en groen. Land- en tuinbouwactiviteiten zouden positieve effecten hebben op de gezondheid van wat toen ‘zwakzinnigen’ werd genoemd. Anno 1906 was dit inderdaad een oase van rust. Vandaag is het complex vele malen uitgebreid en raast het verkeer op de Ring rakelings voorbij.

Wat verderop ligt de verkeerswisselaar met de A12. Tot enige tijd geleden kon je hier regelmatig de geur van koffie opsnuiven wanneer je voorbijreed, want vlak bij de uitrit lag de fabriek van Douwe Egberts. Begin 2017 stopte de koffiebrander na ruim 40 jaar zijn activiteiten en verdween het ronde, rode logo van het koffiemerk als vertrouwd baken. Er zijn plannen om in het pand de nieuwe gemeentelijke feestzaal van Grimbergen onder te brengen met de toepasselijke naam De Koffiefabriek.