01 mei '21

Opgelucht
ademhalen

1489
door Nathalie Dirix
In het voorjaar ging corona zwaar tekeer in woonzorgcentrum De Maretak in Halle. Een uitbraak kostte er het leven aan tientallen mensen. Als Mieke Monteyne eraan terugdenkt, voelt ze zich immens verdrietig. Gelukkig kwam er onlangs met de vaccinaties een nieuwe, frisse wind aanwaaien.

Hoe heb jij het voorbije jaar ervaren?

‘Wat voor een jaar was dat?! Samen hebben wij alles gegeven om de strijd met het virus aan te gaan. Het was bijzonder zwaar. Toch zijn wij blijven doorgaan. Wat ons veel leed bezorgde, waren sommige verhalen op de sociale media. De Maretak was een van de eerste woonzorgcentra die door het virus werd getroffen. Dat lokte heel wat beschuldigende reacties uit. Je krijgt die te lezen, terwijl je uiterste inspanningen doet om de bewoners de best mogelijke zorgen te geven. Dat komt hard binnen.

Hoe zijn jullie erin geslaagd om het hoofd boven water te houden?

‘Door er voor elkaar te zijn. In crisissituaties is het cruciaal dat je een kader hebt waarbinnen je je ondersteund voelt. Ik heb het geluk een topteam te hebben. Ook thuis kon ik op medeleven rekenen. Ik hoefde niet de hele tijd een wonderwoman te zijn. Op tijd en stond heb ik de tranen laten vloeien.

Wat waren de moeilijkste momenten?

‘De momenten waarop we ons totaal machteloos voelden. Helemaal in het begin van de crisis hebben we meegemaakt dat er in de ziekenhuizen geen plaats was voor onze besmette bewoners. Rationeel begrijp ik dat men Italiaanse toestanden wilde vermijden, maar ik blijf het daar moeilijk mee hebben. We voelden ons toen heel erg in de steek gelaten.’

Heb je ook mooie herinneringen aan de voorbije maanden?

‘Wat me altijd zal bijblijven, is de reactie van een oudere dame die haar man bij ons verloor. Zij is naar de krant gestapt met het verhaal dat zij wel de kans heeft gekregen om op een menswaardige manier afscheid te nemen. Dat stond in schril contrast met de vele andere verhalen die de media in die periode brachten. Dat die vrouw voor ons haar nek uitstak, was hartverwarmend.’

Ondertussen zijn jullie bewoners gevaccineerd. Kunnen we spreken van een voor en een na?

‘Absoluut. De schrik voor een derde golf is weg. Wij leven niet meer onder de constante angst om mensen te besmetten. Dat is een enorme opluchting. Voor de bewoners heeft het rijk der vrijheid zijn deuren opnieuw op een kiertje geopend. Zonder masker in de gedeelde ruimtes kan opnieuw. Je knuffelcontact mag je opnieuw in je kamer ontvangen. Eigenlijk is het nog steeds onwezenlijk dat we zovele dingen zo lang hebben moeten missen.

Wat heb jij uit deze crisis opgestoken?

‘Ik sta ervan te kijken hoe weerbaar oudere mensen zijn. Hun generatie toont niet zo snel haar kwetsbaarheid. Als je vraagt hoe het met hen gaat, luidt het antwoord: Het moèt gaan, hé. Dat wil echter niet zeggen dat de coronacrisis hen niet raakt. Bij een knuffel of tijdens een diepgaand gesprek, zie je het verdriet maar al te vaak naar boven komen. Toch houden ze zich kranig. Meestal maken ze zich trouwens meer zorgen over hun kinderen en kleinkinderen dan over zichzelf. We kunnen nog veel van hen leren.

Wat heb jij van je contacten met senioren geleerd?

‘Hun mildheid inspireert me. De meesten hebben al zoveel meegemaakt dat ze heel goed het onderscheid weten te maken tussen wat belangrijk is en wat niet. Onderlinge spanningen ga je bij hen niet snel aantreffen. Het verrast me nog steeds hoe ze erin slagen om – ondanks al hun verschillen – in harmonie samen te leven.

Onlangs coördineerde je de Week van het Geluk. Ben je erachter gekomen wat geluk voor jullie bewoners betekent?

‘Familie, lekker eten, muziek beluisteren, een dansje placeren, samen dingen beleven. Het valt me op hoe gelukkig oudere mensen kunnen worden van foto’s te kijken. Voor onze jarige bewoners maken we onderleggers met foto’s van de belevenissen uit het voorbije jaar. Je staat ervan te kijken hoe gelukkig ze daarvan worden. Het lijkt wel alsof ze willen vieren dat ze dat nog allemaal mogen meemaken.’

Wat betekent geluk voor jou?

‘Andere mensen gelukkig maken. Als ik hier ’s ochtends aankom en ik zie bewoners al lachend naar me wuiven, dan kan mijn geluk niet op. Ik wil bijdragen om onze mensen een kwalitatief leven te bieden. Met nadruk op leven. We gaan er nog altijd te snel van uit dat mensen naar een woonzorgcentrum komen om te sterven, maar heel wat mensen beleven hier nog een mooie tijd. Het allermooiste is dat je met weinig veel kan teweegbrengen. Een vriendelijk woord, een beetje oprechte aandacht, een liefdevol gebaar, voor onze bewoners betekent dat ontzettend veel.’

 

Louise (83): ‘Het duurt allemaal veel te lang. Maar de schrik waarmee we zaten, is gelukkig weg.’

 

Marie-Thérèse (88): ‘Ik ben gelukkiger geworden met ouder te worden.’

Elisa (94)
‘Corona is een lelijk beest. Maar we gaan dat beest verslaan. Met het vaccin zijn we aardig op weg. Mijn wijze raad? Pluk de goede momenten van het leven als ze zich aandienen. Ze komen niet terug.’