01 jun '18

Soorten in beweging

196
door Herman Dierickx
Er is de jongste jaren nogal wat melding gemaakt van de verrassende terugkeer van soorten in Vlaanderen. Je staat versteld van de veerkracht die de natuur tentoonspreidt in het overigens niet zo biodiversiteitsvriendelijke Vlaanderen of de Vlaamse Rand.

Het verhaal van wolf Naya is bekend, tenzij je de voorbije maanden op Mars leefde. In maart was er nog meer goed nieuws. Het was sinds 1981 geleden dat er nog eens een hop broedde in ons gewest. En in die maand kwam de melding dat er vorig jaar in Oost-Vlaanderen voor het eerst sinds meer dan vijftig jaar een eerste broedgeval van de rode wouw werd opgemerkt.

En dat is niet alles. Sinds een tiental jaar komen er steeds meer muurhagedissen voor in Vlaanderen, zelfs in de Rand. De dieren hebben blijkbaar geleerd om de trein te nemen en nieuwe plaatsen te koloniseren. Er zijn zelfs populaties bekend vanuit het Brussels Gewest. De voorbije jaren wisten heel wat nieuwe dagvlindersoorten onze contreien te bereiken. Ze toonden zich zonder uitzondering ook allemaal in de Rand. Grote weerschijnvlinder, boswitje, kaasjeskruiddikkopje, keizersmantel,… Alleen al voor de namen zou je blij zijn dat ze hier passeren.

Sommige van deze soorten zijn klimaatvluchtelingen. Andere keren terug naar hun oude leefgebieden. Kunnen we victorie kraaien over de toegenomen biodiversiteit? Jammer genoeg niet, want we verliezen nog steeds veel meer soorten dan dat er terugkeren of bijkomen. Maar het maakt wel iets anders duidelijk. Als we willen dat de soortenrijkdom niet verder achteruitgaat, kunnen we er alleen maar voor zorgen dat het landschap voldoende leefgebied heeft voor zoveel mogelijk soorten. Dat mag niet alleen in de echte natuurgebieden gebeuren, maar gewoon in elke tuin, op elk bedrijventerrein, in elke wegberm, op elke plas, beek of rivier. Pas dan zal het tij definitief keren. En daar zijn we nog een heel eind van verwijderd. Wie draagt zijn of haar steentje bij?