23 mrt '14

Echte gasten, volle glazen

5312
door Michaël Bellon
Op het dorpsplein van Mollem staat rechts van de kerk een oud wit huis met een klein erf en een kleine schuur. Het is een oeroud café. Een instituut. De Unesco zou het als werelderfgoed moeten beschermen. Of nee, toch niet. Dat ze Rie van Pol en zijn gasten maar gewoon met rust laten.

Tweeënnegentig is hij ondertussen, maar er zit nog altijd iets jongensachtigs in zijn blik. Hij wordt met zekerheid de eerste mens ter wereld die grijnzend de honderdvijftig haalt. Zijn naam? Rie. Zijn achternaam? Waarschijnlijk is er niemand die het nog weet, want sinds mensenheugenis wordt er naar hem verwezen als Rie van Pol. Pol was Rie’s vader en hield ook al dit café open, net als diens vader, enzovoort, enzoverder. Als je Bij Rie van Pol op zoek gaat naar enig tijdsperspectief word je duizelig. Het is dan ook beter om op je stoel aan de tafel te genieten van het moment dat je hier aanwezig mag zijn.

Rie is zijn leven lang vrijgezel. Het café is eigenlijk zijn huiskamer, en de stamgasten zijn dan ook echte gasten. Van openingsuren is er geen sprake. Raadpleeg daarvoor best de seizoenen, het weer en de zonnewijzer. Zit er al volk, dan kan je zo binnen. Zit er geen volk en is het nog niet te laat, dan hoef je nog niet te wanhopen. Misschien is de deur toch nog open, of kan je Rie, die dan waarschijnlijk in zijn keuken zit, nog overhalen om er nog eentje te schenken.

Superkip

Stappen doet hij met een stok en horen met één oor, maar Rie onderhoudt zich nog altijd met de stamgasten die hier op vaste getijden komen aanwaaien. Die stamgasten bezetten meestal de tafels die het verst van de deur verwijderd zijn. Die staan links van het oude barmeubel, naast de schouw waarop wat bestofte kaartspelen liggen, en een vriendelijk geformuleerde spelregel geschreven staat voor wie niet meespeelt maar het niet kan laten in de kaarten van de spelers te kijken: Smoel toe achter 't spel.

 Van openingsuren is er geen sprake. Raadpleeg daarvoor best de seizoenen, het weer en de zonnewijzer.

Rechts van de schouw hangt een schilderij van een vet varken tegen de muur. Dat hing vroeger in de beenhouwerij van de zuster van Rie, die aan de verdwenen tramstatie in Wemmel gevestigd was. Rie houdt wel van een goed stuk vlees. Ooit zagen we hem in zijn keuken voor zichzelf eens een uit de kluiten gewassen kip klaarmaken in een flink stuk boter. Dat bleek een kruising tussen een poule de Bresse en een bleu de Landes te zijn, een superkip die hij één keer per jaar bestelt bij de zeldzame poelier die ze nog kan leveren.

Kelder

In de keuken staat ook de stoof en de tv waar Rie zich 's avonds bij neerzet, én is de deur te vinden die naar de kelder leidt, waar Rie als het goed is zijn lambiek, kriek en geuze heeft staan. Rie drinkt ook graag Franse wijn, maar kan je verzekeren dat de Fransen niet geloven dat uit tarwe, mout, hop en water zo’n godendrank als de geuze kan worden gebrouwen. De zijne komt van bij Girardin in Sint-Ulriks-Kapelle.

Omdat hij op goede voet staat met de drukbevraagde brouwer Paul is zijn café, volgens Rie, nog het enige waar rechtstreeks aan wordt geleverd. En zo’n zeldzaam glaasje lambiek kost dan ook nog maar 1 euro. Dat is meteen de gemiddelde prijs voor een consumptie bij Rie van Pol, waar alles uit het flesje komt. Het barmeubel is namelijk alleen maar uitgerust met een glasrek, een antieke kurkentrekker, en meestal ook nog een tuiltje bloemen dat het levendige karakter van dit kleine museum illustreert.

Micky

Alleen de geuze en de kriek kosten drie euro. Maar er gaat weinig boven een lentedag waarin een paar stevige glazen volgegoten worden met dieppaarse kriek, waarvan de romige, roze schuimkraag als in een stripverhaal de wetten van de fysica trotseert en ver boven de glasrand uittorent.

Al wat je dan nog moet doen, is luisteren naar de conversaties die door het plaatselijke dialect een geheimzinnige ondertoon hebben, kijken hoe de hond Mickey vrolijk rondspringt en blaft als er nog een dorpeling komt binnengestapt, meemaken hoe de wielerploeg na één zondagsrondje weer verder trekt, staren naar de vliegenvangers aan het plafond waar zich de oogst van dertig jaar op heeft samengepakt, en hopen dat niemand ooit op het idee komt om die vliegenvangers daar weg te halen.

Rie krijgt soms al eens wat bijstand van een jonger familielid dat zijn best wil doen om deze plek voor altijd te vrijwaren. Maar als Rie er binnen zestig jaar dan toch het bijltje bij neerlegt, zal het moeilijk zijn om hem te vervangen.
 

Bij Rie van Pol
Dorp 6, Asse
onregelmatige openingsuren.