01 feb '15

Zelfgebouwd café

5304
door Michaël Bellon
De cafés in deze reeks hebben bijna allemaal met elkaar gemeen dat ze afgelegen liggen, in gehuchten waar mensen niet komen als ze er niet moeten zijn.

De cafés overleven niet bij gratie van toevallige voorbijgangers; wel dankzij een trouwe familie klanten, vergroeid met het meubilair, die de legendarische gastvrijheid van het huis naar waarde kan schatten. We kunnen de doorgaans kleine gelagzalen van deze cafés uit het verleden omschrijven als een ‘woonkamer’. Er wordt vaak langer en intenser in samengewoond dan in sommige gewone huiskamers. Dat maakt ze bijna tot unieke relicten in onze individualiserende samenleving.

Dat heeft gevolgen voor de occasionele bezoeker die dit soort cafés voor de eerste keer binnenstapt. Anoniem iets drinken, kan niet. Voor de stamgasten is hij een vreemd element in hun vertrouwde omgeving. Ze kunnen er niet omheen en dat doen ze ook niet. Meestal wordt de blik vrij ongegeneerd op de nieuweling gericht. Komt hij hier toevallig binnen gestuikt of voert hij iets in zijn schild? Is hij een verloren gelopen wandelaar of een vermomde belastingcontroleur?

WIE ZIJDE GIJ?

In de Kareeloven geldt dat misschien nog meer dan elders. Het café is gevestigd in een alleenstaand huis tussen de velden, vlakbij maar ook zo ver weg van de Ninoofsesteenweg. In Zierbeek, één van de vele gehuchten van Schepdaal, dat zelf een deelgemeente is van Dilbeek. Zelfs buiten het wildseizoen tref je hier in de wijde omtrek meer fazanten aan dan mensen.

Wie de deur opent, staat meteen tussen de vijf tafeltjes en de toog die samen het café vormen. Aan de interesse van de vaste klanten valt niet te ontkomen, zeker niet als er al wat drank in de man is. Zonder verdere commentaar aan een van de tafeltjes gaan zitten, is onbegonnen werk. Eens de waardin je vriendelijk je bestelling heeft bezorgd, valt de vraag: ‘Vanwaar zijde gij?’

EIGEN STENEN BAKKEN

In mijn geval leverde de bekentenis dat ik voor RandKrant een tocht onderneem langs de overgebleven cafés van de authentieke soort de nodige bijval en een reeks tips voor nieuwe afleveringen op. Dat alles onder het goedkeurend oog van waardin Marie De Wee. Behalve op de wekelijkse sluitingsdag is zij alle dagen op post. Al moet ze straks toch even naar het UZ in Jette om naar haar hart te laten kijken, ‘want het klopt wat te traag’.

Marie is 79 en houdt het café al 52 jaar open. Ze nam het in 1962 over van haar ouders die het eigenhandig hebben gebouwd met zelf gebakken bakstenen uit hun zelfgebouwde ‘kareeloven’. Dat was tussen 1930 en 1935, het jaar waarin Marie en haar tweelingzus als de laatste twee van zeven kinderen werden geboren.

KAART SPELEN

De Kareeloven heeft waarschijnlijk niet veel meer stenen gebakken dan die waarmee dit huis – eigenlijk een kleine boerderij – werd gebouwd. Nadat de broer van Marie ophield met boeren, bleef Marie alleen achter met haar dochter en haar hond Blue. Het café openhouden, is voor haar geen opdracht, maar een normale gang van zaken waar voorlopig geen einde aan komt. Ter gelegenheid van haar vijftigste dienstjaar werd er feest gevierd en als ze volgend jaar tachtig wordt, zal dat niet anders zijn.

Ondertussen worden er voortdurend flesjes pils opengetrokken – achter de toog bekleed met een faux-baksteen-motief staan geen tapkranen – wordt er over staats- en andere zaken gepraat en af en toe ‘met de koet gespeild’. Boven een van de vijf tafeltjes hangt aan het plafond een lang touw waaraan een flesopener bengelt. De mysterieuze constructie blijkt een geïmproviseerd snoer te zijn waarmee de schakelaar aan het plafond kan worden bediend als er op de kaarttafel licht nodig is. Het kaartspel is dan ook het enige moment waarop de cafégangers zich niet met elkaars zaken moeien. Dan laten alleen de sanseveria’s op het vensterbank nog het achterste van hun tong zien.
 

In de Kareeloven
Bullenbergstraat 15, Schepdaal
open van 10 tot 21.30 uur, donderdag gesloten