01 jun '17

Bananenplant

345
door Tine Maenhout
In een glazen paleis in Laken, onder indrukwekkende koepels, in monumentale paviljoenen en lange gaanderijen, ademt de tropische lucht geschiedenis. De Koninklijke Serres zijn meer dan een exotische plantentuin.

In de prachtige constructie van metaal en glas, ontworpen door Alphonse Balat, leermeester van Victor Horta, groeien exotische, zeldzame plantensoorten en bloemen van meer dan 350 jaar oud. De meest opmerkelijke planten in de serres zijn de gigantische palmbomen, waarvan een groot deel nog dateert uit de tijd van koning Leopold II.

Verder gedijen er onder andere azalea’s, fuchsia’s, hibiscussen, Japanse sierkers, Kaapse jasmijn, paradijsvogelbloemen en bananenplanten. Deze laatste spreken tot de verbeelding. Want wie van een uitdaging houdt kan een poging wagen om bananenplanten in eigen tuin te kweken.

BA BA BA BANANEN

De bananenplant is de grootste kruidachtige plant ter wereld, zijn bladeren staan in een spiraal en hebben een aantrekkelijke exotische uitstraling. Veel mensen willen de plant dan ook graag in huis, maar omwille van zijn exotische roots heb je een beetje geluk nodig om hem ook zelf in de (moes)tuin te kweken. Warmte en vocht zijn voor bananenplanten een must om echt tot volle groei te komen.

Recent is er echter een nieuwe bananenplant ontdekt in Noord-Oost India: de Musa Sikkimensis (Dardjeelingbanaan), die in Belgische volle grond zijn gading wel kan vinden. Deze plant komt van oorsprong uit de Himalaya en is winterhard tot -12°C. Hij groeit snel, wordt drie tot vijf meter hoog en is bestand tegen wind.

Mooi aan deze soort is dat het blad aan de onderzijde naar bordeauxrood verkleurd en aan de bovenzijde mooi diep groen blijft. Bovendien geeft de Musa Sikkimensis zaadrijke, eetbare bananen, welliswaar pas ten vroegste na drie jaar en met voldoende medewerking van de zon.

GOED GESMAAKT

Bananen worden wereldwijd gesmaakt. Na rijst, graan en maïs zijn ze het meest gegeten voedsel ter wereld. Er zijn dan ook ontelbaar veel toepassingen in de keuken. Uiteraard kan je een banaan gewoon plukken, pellen en opeten, maar het kan creatiever.

Indonesiërs bijvoorbeeld dippen bananen in een beslag van bloem, ei en melk en bakken ze in de pan. Of bij ons kan je zo op een zomerse dag simpelweg op de barbecue leggen, besprenkelen met wat Cointreau en suiker en even flamberen. Vervolgens het bord op en opeten in de schaduw van zelf gekweekte bananenbladeren.


GEBAKKEN BANANEN MET KOKOS 

Voor 2 porties:

• 2 bananen
• een scheutje olijfolie
• 200 ml ongezoete slagroom
• een snuifje kaneel
• een handvol kokosrasp
• gedroogde kokosstukjes
• een handvol walnoot (grof gehakt)

Verwijder de schil van de bananen en snijd ze voorzichtig in de lengte doormidden. Verwarm de pan en giet er een scheutje olijfolie in. Bak de banaan enkele minuten aan beide zijden goudbruin. Voeg de slag-room toe en laat enkele minuten inkoken. Bak de gedroogde kokos enkele minuten in een droge pan tot de stukjes goudbruin kleuren en strooi er de kaneel overheen. Verdeel de gebakken bananen op borden, overgiet met de room en werk af met de kokosrasp, de gebakken kokos en grof gehakte walnoten. Voeg eventueel extra aardbeien en blauwe bessen toe.