01 nov '17

Salie uit
de tuin der ziekten

708
door Tine Maenhout
De Tuin der ziekten achter het prachtige Erasmushuis in Anderlecht is een eerbetoon aan Erasmus en een authentiek botanisch portret van deze bekende humanist.

In de door landschapsarchitect René Péchère aangelegde perken groeien een hondertal geneeskrachtige planten, die ook de hypochondrische Erasmus in zijn tijd gebruikte om zijn kwaaltjes te behandelen. Een van de belangrijkste is salie.

WONDERPLANT

Salie wordt beschouwd als ‘de koningin’ onder de geneeskrachtige planten. De naam is afgeleid van het Latijnse ‘salvare’ wat ‘redden’ of ‘genezen’ betekent. Salie is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en wordt ook vandaag nog gebruikt als middel tegen allerlei ziekten en om wonden te genezen. Deze wonderplant is een bladhoudend vast kruid met een sterke geur en een wrange smaak.

Je kan salie kweken door in de maand september kruidachtige kopstekken onder dubbel glas of plastiekfolie in de aarde te planten. Na het inwortelen van de stekken moet je ze oppotten en buiten op een beschutte plaats laten overwinteren. In de late lente kan je de stekken uitplanten op een afstand van 50 cm. Herfstsalie is een variant van salie en half winterhard, wat betekent dat je ook in november nog bloemen en bladeren kan plukken.

VEELZIJDIG

Salie is veelzijdig, want naast zijn medicinale waarde is het ook in de keuken een gegeerd kruid. Het wordt vooral aangewend om vette vlees- en visgerechten beter verteerbaar te maken, zoals varkensvlees, eend en schaap. Natuurlijk is salie ook ontontbeerlijk in paling in ‘t groen.

Kruidenazijn en kruidenolie vragen om wat salie en voor wie iets gewaagder wil proberen: vermeng eens verse salieblaadjes onder het deeg van beignets. De bloemen van salie zijn dan weer goed te verwerken in salades en dergelijke. Salie moet je altijd in een lage dosis gebruiken en met zo weinig mogelijk andere kruiden combineren. Zo laat je de smaak volledig tot zijn recht komen.


POMPOENRISOTTO MET SALIE

  • 1 pompoen
  • 150 g winterpeen
  • 4 el olijfolie
  • verse salie
  • 50 g boter
  • 1 grote ui, gesnipperd
  • 300 g risottorijst
  • 250 ml droge witte wijn
  • 1 liter kippenbouillon
  • 100 g geraspte Parmezaan
  • verse peper

Halveer de pompoen in de lengte en snijd vervolgens in parten. Verwijder de zaden en de draderige binnenkant en snijd met een scherp mes de schil eraf. Snijd de peen en pompoen in blokjes van 2 cm. Snijd de salie fijn in reepjes, zodat je ongeveer 2 tl hebt. Verhit de boter in een wok met dikke bodem en bak de ui 6 minuten. Voeg de wortel en pompoenblokjes toe en bak nog 5 minuten. Voeg nu de salie en de rijst toe en bak deze totdat de rijstkorrels glazig zijn. Zet het vuur lager en voeg al roerend bouillon toe tot de bouillon op is en de risotto gaar. Voeg dan de helft van de kaas toe en roer door. Breng op smaak met verse peper en de opschepte porties met de rest van de kaas en wat blaadjes salie.