01 feb '18

Zonder titel

891
door Ingrid Laporte
Dirk Braeckman verhuist. Van de Biënnale in Venetië naar een dubbeltentoonstelling op maat van Bozar in Brussel en M-Museum in Leuven. Beelden voor wie geen angst heeft om grenzen af te tasten.

Er bestaan veel soorten fotografen. Braeckman (°1958) plaats je misschien niet meteen in de klasse van de meest leesbare. Hij maakt dan ook uitgesproken artistieke keuzes en keert de academische regels van het medium de rug toe. ‘Een oeuvre over het zwart,’ schrijft Dirk Lauwaert. ‘Lang uitgesponnen gradaties, subtiele verschuivingen van schemering, waarin een klimaat geïnstalleerd wordt.’ Op het eerste zicht voel je voor Braeckmans beelden in zwart en grijstonen een soort weerstand. Alsof je door een mistlaag kijkt. Alsof je ’s nachts in een donkere kamer wakker wordt en je ogen langzaam moeten wennen aan de duisternis. Wat zie je? De codes waarmee hij zijn foto’s benoemt zijn geen titels, ze verduidelijken niks. Wie echter langer en beter kijkt, wordt binnengezogen in een intieme wereld waar ogenschijnlijke rust en mysterie heersen. 

B.O. D.F. 17, 2017

Wat toont hij? Een anonieme marmeren vloer. Eenvoudig en alledaags. De lens vangt dit gegeven bijna en passant, in de vlucht. De kracht zit hem niet in het object – de tegels zijn er gewoon – maar in de manier waarop Braeckman zijn beeld houwt, want ‘op de randen wordt een beeld gemaakt,’ vindt hij. Het witte tegelpatroon lijkt je haastig richting deur of doorgang te willen drijven. Daar wordt gesneden. Hij frustreert de verwachting. Is er wel een uitweg? Wie passeerde zojuist? Wat heeft zich op deze vloer afgespeeld? Een misdaadscène? Je kan het enkel veronderstellen. Er rest een beklemmend gevoel: no way out. Wat je ziet, is wat er is. Meer niet. Zo raakt Braeckman je. Als er mogelijke verhalen bestaan, situeren die zich buiten het kader van de foto.

B.I. B.I. 17, 2017

‘Gustave Courbets l’Origine du monde zal me altijd blijven fascineren. Ik ben hier eerlijk in. Het is essentieel’, zegt Braeckman. Het schilderij keert als een echo terug in zijn werk. Je ziet een flard erotisch naakt. Heel herkenbaar, niet-agressief. Maar zonder oogcontact, want Braeckman elimineert wat kan afleiden. Je ziet haar benen, geslacht, hand. En hier grijpt de beeldenmaker in, speelt verstoppertje, en laat de schaduw vallen op de rest van haar lichaam. Beschermt hij voor de voyeur? Of suggereert hij een verontrustende aanwezigheid? Wie kijkt? De geladen sfeer intensifieert het onvoorspelbare karakter van de foto. Hoe minder ze prijsgeeft, hoe hardnekkiger je erbij fantaseert. De vrouw blijft ongrijpbaar, het beeld open.

Braeckman neemt zijn directe omgeving scherp in zich op. Zijn tactiele beelden ontstaan pas in het atelier waar hij de fotonegatieven op de manier van een schilder, laagje per laagje, onder handen neemt en transformeert. De lege beelden staan bol van wat ze, paradoxaal genoeg, niet kunnen tonen, van wat afwezig is. In zachtgrijs fluisteren ze iets over verlangen en spijt. ‘Ooit noemde een Amerikaanse journalist ze heel mooi unexploded bombs,’ vertelt Braeckman. ‘Ze zien er stil uit, maar er schuilt enorm veel energie in.’

 

DIRK BRAECKMAN
1 FEB TOT 29 APR 
Brussel, Bozar, www.bozar.be
2 FEB TOT 29 APR 
Leuven, M-Museum, www.mleuven.be