01 mrt '21

In de cockpit
van de Vlaamse Rand

1781
door Luc Vanheerentals
In de cockpit van het bovenlokaal beleid voor de Vlaamse Rand zitten politici van de N-VA aan het stuur. RandKrant sprak met Ben Weyts, Bart Nevens en Gunther Coppens over hun intenties en beleid.

In de Vlaamse Regering is Ben Weyts uit Beersel de minister bevoegd voor de Vlaamse Rand. In de provinciale deputatie was het Vlaams beleid twee jaar in handen van gedeputeerde Bart Nevens uit Kortenberg. Sinds 2021 is gedeputeerde Gunther Coppens uit Sint-Pieters-Leeuw hiervoor bevoegd. Het ambt van provinciegouverneur wordt sinds vorig najaar waargenomen door Jan Spooren, de voormalige burgemeester van Tervuren. Hij is van N-VAsignatuur, maar heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij deze functie, net als zijn voorganger Lodewijk De Witte, onpartijdig en boven alle partijen heen wil invullen.


De Vlaamse Rand wordt niet expliciet vermeld in het meerjarenplan 2020-2025 van de provincie. Is er geen nood aan een specifieke beleidsaanpak voor deze regio?

Coppens: ‘Het meerjarenplan vermeldt letterlijk het Vlaams beleid en dan hebben we het natuurlijk in de eerste plaats over wat er gebeurt in de Vlaamse Rand. In bepaalde beleidsdomeinen voert de provincie een specifiek beleid voor deze regio. Ik denk aan de woonproblematiek met Vlabinvest dat actief is in 39 gemeenten uit de brede regio rond de hoofdstad. Ook mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt. Of nog: de provincie werkt nauw samen met vzw ‘de Rand’, een samenwerking die we de volgende jaren willen versterken.’

Nevens: ‘De Vlaamse Rand is de enige regio die een eigen Vlaamse minister heeft. Op die manier hebben we een rechtstreekse lijn om problemen op Vlaams niveau aan te kaarten. We weten allemaal dat het een vallen en opstaan is, maar we hebben toch al heel wat kunnen realiseren in de Vlaamse Rand. Ik denk hierbij onder meer aan de culturele centra en aan de investeringen via Vlabinvest en Vlabzorginvest om het wonen betaalbaarder te maken en de achterstand in de welzijnsvoorzieningen weg te werken.’


Wat doet een partij als de N-VA in de leiding van een bestuursniveau dat ze het liefst afgeschaft wil zien?

Weyts: ‘Het is niet omdat je pleit voor de hervorming van een bestuurlijk niveau dat je langs de kant moet gaan staan en er niet aan deelnemen. Als je iets wil veranderen, kan je er beter van binnenuit aan deelnemen.’

Nevens: ‘Het is de verkiezingsuitslag die bepaalt welke partijen mee aan het stuur zitten van een bestuursniveau. Op Vlaams niveau hebben we al heel wat maatregelen genomen om de rol van de provincies te beperken. Zo werd het aantal provincieraadsleden en gedeputeerden drastisch verminderd en werden de persoonsgebonden materies aan lokale en Vlaamse bestuursniveaus overgedragen. Dat is deugdelijk bestuur.'


Wordt de regiovorming waar Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) werk van wil maken het alternatief voor de provincies?

Weyts: ‘Dat is nog niet beslist, maar het is een van de mogelijkheden. Ik stel vast dat iemand uit pakweg Dworp zich nauwelijks identificeert met steden als Tienen, Diest of Landen. We willen komen tot een bestuurlijk niveau met een efficiënter beleid waar burgers zich meer mee kunnen identificeren. Om die reden hou ik zelf nogal van concepten zoals Zennevallei, Pajottenland, Hageland. De toekomst zal uitwijzen wat het optimale bovenlokale bestuursniveau zal zijn.’


Om de problemen op vlak van mobiliteit, wonen, welzijn, … in de Vlaamse Rand op te lossen, is er veel meer overheidsgeld nodig. De nieuwe Vlaamse Regering heeft hiervoor onder meer het Randfonds in het leven geroepen. Waar zal die 20 miljoen euro aan besteed worden?

Weyts: ‘Ondertussen heb ik nog 6 miljoen euro extra kunnen binnenhalen voor het Randfonds. We trekken dat geld uit voor Vlaams en groen. Vlaams mag je breed interpreteren. Het gaat over de versterking van het sociaal weefsel, onderwijs, inburgering, het stimuleren van het gebruik van het Nederlands,… Elk jaar wil ik focussen op een bepaald thema. In 2020 ging het geld naar bijkomend groen in de Rand, een project voor bijkomende bebossing dat we samen met collega Zuhal Demir (N-VA) op touw zetten. Daarnaast is 800.000 euro voorzien voor taalstimulerende projecten in samenwerking met lokale besturen, onderwijsinstellingen, lokale verenigingen,… In 2021 zal de focus eerder liggen op onderwijs en de verhoging van de onderwijscapaciteit. In het Vlaams regeerakkoord zijn daarnaast nog extra middelen in de Vlaamse Rand voorzien voor de realisatie van een eigen justitiehuis in HalleVilvoorde, extra onderwijscapaciteit, investeringen in de mobiliteit, het behoud van de open ruimte.’


Het Toekomstforum van burgemeesters uit Halle-Vilvoorde reageerde bij de voorstelling van het Vlaams regeerakkoord teleurgesteld op de te beperkte middelen voor de Rand. Ook de aloude vraag naar erkenning als centrumstad is nog steeds niet beantwoord.

Weyts: ‘Ik was verbaasd over de uitspraken van de voorzitter van het Toekomstforum, die hij later overigens heeft gecorrigeerd. Wie kan er nu ontgoocheld zijn over een budgetverhoging van 80%? Wat de erkenning als centrumstad betreft vind ik dit niet de beste werkwijze om resultaten te boeken. Het gemeentefonds is immers een gesloten enveloppe. Als er een centrumstad bijkomt, zullen de andere steden moeten inleveren. Dat is politiek gezien een weinig productieve Don Quichottestrategie. Daarom kiezen we voor een andere aanpak waarbij we niks afpakken van anderen. Zo zorgden we enkele jaren geleden voor een aparte en bijkomende financiering voor Dilbeek, Vilvoorde en Halle, die hierdoor jaarlijks samen 3 miljoen euro extra krijgen. Op die manier zijn we ook te werk gegaan om het Vlaams Randfonds te spijzen.’


Hoe zal in de ruime Vlaamse Rand het capaciteitstekort in het secundair onderwijs worden vermeden? Tegen 2024-2025 dreigt er een tekort van 8.000 plaatsen.

Weyts: ‘Wat het secundair onderwijs betreft stelt er zich in deze regio inderdaad een probleem omdat het aanbod zoveel witte vlekken kent. Voor bijkomende schoolinfrastructuur hebben we voor heel Vlaanderen het budget voor deze legislatuur verhoogd van 2,5 tot 3 miljard euro. Op grond van de bestaande capaciteitsmonitor heb ik 30% van de extra capaciteitsmiddelen gereserveerd voor projecten in de Vlaams Rand. Dit probleem oplossen, is echter een gedeelde verantwoordelijkheid. Wij maken de middelen vrij om een serieus groeipad uit te tekenen, maar gaan zelf geen scholen inrichten. Dat is de taak van de onderwijsverstrekkers die initiatieven moeten nemen.’


Een ander probleem is de taalachterstand. Van het aantal leerlingen dat in 2017-2018 in de Vlaamse Rand onderwijs volgde, sprak slechts 57% Nederlands thuis.

Weyts: ‘In het onderwijs gaan we de taalachterstand kordaat en drastisch aanpakken, want het is een zaak van gelijke kansen. Vanaf volgend schooljaar gaan we bij alle kinderen uit de derde kleuterklas een taalscreening afnemen. Op dit moment zijn we die screening al aan het uittesten bij 2.000 kleuters in 80 scholen over heel Vlaanderen. Als we vaststellen dat een kind taalachterstand heeft dan kunnen we in de loop van het schooljaar nog bijspijkeren. Indien de achterstand op het einde van de kleuterklas nog steeds te groot is, zal het kind enkel in het eerste leerjaar kunnen starten na een taalbad of een taalbadjaar.’


Eerder zei je dat je in de Vlaamse Rand voorrang wil geven aan Vlaamse leerlingen.

Weyts: ‘De Raad van State is van oordeel dat we in de Vlaamse Rand op grond van de thuistaal van de ouders geen onderscheid kunnen maken in het onderwijs, iets wat in Brussel met zijn, qua onderwijsaanbod, concurrerende Vlaamse en Franstalige Gemeenschap wel kan. Ik verken thans andere wegen waarbij we misschien voorrang kunnen geven aan inwoners van het Vlaamse en Brusselse Gewest. Je krijgt het immers aan niemand uitgelegd dat een inwoner van Tervuren zijn kinderen niet kan inschrijven in een secundaire school van zijn gemeente, terwijl iemand uit Wallonië dat wel kan.’


Uit de tweede Taalbarometer bleek midden 2019 dat de kennis van het Nederlands in de Vlaamse Rand licht afneemt. Hoe evalueer je de bestaande inspanningen om het Nederlands te promoten en kansen te bieden om die te oefenen?

Coppens: ‘Vzw ‘de Rand’ krijgt elk jaar iets meer dan 670.000 euro subsidies. We hebben regelmatig overleg over de concrete invulling en evaluatie van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Tot nog toe hebben wij ons vooral geprofileerd op taal. Momenteel starten in de Vlaamse Rand elk jaar meer dan 30.000 mensen een NT2-opleiding, wat bijna zoveel is als in de rest van Vlaanderen. Volgens mij is er meer nood aan maatwerk en het betrekken van gemeentebesturen. We moeten ook meer inzetten op de Vlaamse identiteit en nieuwkomers duidelijker maken in welke regio ze komen wonen.’

Nevens: ‘De kennis van de Nederlandse taal is voor de provincie de sleutel tot integratie. Wij steunen daarom verschillende taalstimulerende projecten zoals bijvoorbeeld de voorleessessies Leeshelden en taalpunten in bibliotheken. Ook steden en gemeenten kunnen rekenen op steun voor taalprojecten. In samenwerking met de KU Leuven werd bijvoorbeeld een toolbox ontworpen ten behoeve van anderstalige kinderen in de kinderopvang. We leveren aan het onderwijs ook materiaal en cursussen om anderstaligen te helpen hun taalachterstand weg te werken.’

Weyts: ‘We hebben nog nooit zoveel geïnvesteerd in taalstimulerende activiteiten als nu. Ik denk niet dat er een regio is die meer middelen investeert in de warme, integrerende opvang van nieuwkomers als de Vlaamse Rand. Dat gaat echter samen met een kordaat integratiebeleid. Men is van harte welkom in onze regio, maar men moet zich aanpassen door de taal te leren en te opteren voor de Vlaamse gemeenschap. Wij zijn geen residentie voor inwoners waarvan het sociaal-culturele en economische leven zich afspeelt in het Brussels Gewest.'


Op communautair vlak is het momenteel in de Rand veel rustiger dan pakweg tien jaar geleden. Wat met de toepassing van de omzendbrief-Peeters met betrekking tot de taal van overheidsdocumenten? De burgemeesters van de faciliteitengemeenten volgen de arresten waarin de Raad van State zegt dat Franstaligen maar een keer om de vier jaar moeten aangeven dat ze een document in hun taal willen in plaats van dat ze dat elke keer moeten doen, zoals de omzendbrief-Peeters oplegt.

Weyts: ‘Wij houden vast aan de omzendbrief-Peeters en baseren ons hiervoor eveneens op arresten van de Raad van State. De Raad heeft destijds immers bepaald dat die omzendbrief niet alleen wettelijk is maar ook nodig. Zonder die omzendbrief zit je de facto immers in een tweetalig systeem zoals in Brussel en is er geen sprake van faciliteiten maar van tweetaligheid. Franstalige inwoners van faciliteitengemeenten moeten dus telkens opnieuw aangeven dat ze een overheidsdocument in hun taal willen ontvangen.’

Coppens: ‘Mensen die aan een loket van een Vlaamse gemeente komen, moeten beseffen dat ze in Vlaanderen zijn. Dat besef is essentieel omdat het de noodzaak van de kennis van het Nederlands duidelijk stelt. De kennis van het Nederlands is bovendien een conditio sine qua non voor nieuwkomers om zich economisch en sociaal-cultureel te kunnen integreren en ontplooien in onze gemeenschap.’


Minister Weyts laat onderzoeken of het onderwijs in de door Vlaanderen gesubsidieerde Franstalige scholen in de Rand voldoet aan de eindtermen. De Franse Gemeenschap heeft al laten weten dat ze een dergelijke Vlaamse controle nooit zal aanvaarden.

Weyts: ‘In heel Vlaanderen moeten de scholen die wij financieren beantwoorden aan onze eindtermen. De Franstalige basisscholen in de faciliteitengemeenten vormen de enige uitzondering op die regel. Ik zou niet weten waarom wij als belastingbetalers niet mogen vragen dat ook in die scholen een minimale onderwijskwaliteit aanwezig is. Als je niets te verbergen hebt, en je gelooft in de kwaliteit van je onderwijs, dan kan er toch geen probleem zijn om openheid van zaken te geven en aan te tonen dat de gehanteerde eindtermen gelijkwaardig zijn aan die van ons?’


Een van de zwaarste problemen waarmee de regio te kampen heeft, is de mobiliteit. Brussel wil een kilometerheffing invoeren. Waarom is N-VA tegen?

Weyts: ‘On a déjà donné. Wij betalen vanuit Vlaanderen al heel wat voor het Brussels Gewest. Dat we dan nog eens zouden moeten betalen voor het gebruik van hun wegen is onrustwekkend. Wij hebben de afgelopen jaren al massaal geïnvesteerd in meer duurzame vervoerswijzen richting Brussel. Het probleem is dat het Brussels Gewest niet echt meewerkt. Een aantal van de fietspaden, die wij in Vlaanderen hebben aangelegd, krijgen op het Brussels grondgebied geen verlengstuk. Hetzelfde voor de scheepvaart. Vlaanderen investeert fors in de verhoging van de capaciteit van de waterwegen voor een modal shift van het vrachtverkeer naar het water. Op het Zeekanaal Brussel-Willebroek en Brussel-Charleroi investeren wij in sluizen en bruggen om de tonnage van schepen te verhogen tot 1.350 ton. Ondanks het feit dat Brussel zegt vrachtwagens te willen mijden, weigert men de infrastructuur van dit kanaal op zijn grondgebied aan te passen.’

Nevens: ‘In deze legislatuur willen wij 100 km nieuwe fietssnelwegen realiseren. Op Brussels grondgebied rekenen we op Brussel, maar dat is niet evident. In Vlaams-Brabant hinken we achterop wat betreft recreatieve en functionele fietsroutes, maar we zijn bezig aan een serieuze inhaaloperatie. Recent hebben we er met de provincieraad bij de Vlaamse Regering op aangedrongen om geld vrij te maken voor nieuwe tramlijnen in de Rand. De Brusselse stadstol is een pestbelasting. Met wat zijn we bezig als wij morgen elke Brusselaar zouden laten betalen om gebruik te maken van onze Vlaamse wegen? Hetzelfde verhaal met de luchthaven van Zaventem, waar Brussel wel de lusten van wil maar niet de lasten.’


Een ander probleem is de (on)veiligheid. De politiezones in onze regio klagen over het tekort aan agenten en de onderfinanciering in vergelijking met politiezones elders.

Weyts: ‘De concurrentie door de premies in Brussel is nefast. Hierdoor is het moeilijker voor de politiezones in de Rand om agenten te rekruteren. Ook agenten, die wij zelf opleiden in het PIVO in Asse worden weggezogen door de Brusselse premie die wij als Vlaamse belastingbetaler mee betalen. Wij vragen al lang dat de federale overheid de politiezones in de Vlaamse Rand op dezelfde manier zou financieren zodat deze premie ook aan hen kan worden betaald.’

Weyts: ‘In heel Vlaanderen moeten de scholen die wij financieren beantwoorden aan onze eindtermen.’

Coppens: ‘De federale dotatie aan de politiezones in de Vlaamse Rand ligt een stuk lager dan in Waalse zones met een gelijkaardige grootte. De cijfers spreken voor zich. In 2017 kregen de politiezones in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld 110 euro per inwoner. Voor Halle-Vilvoorde is dat slechts 51,10 euro per inwoner. In de provincie Vlaams-Brabant - met inbegrip van de stad Leuven - is dat 54,16 euro. Dat is een schandelijke scheeftrekking.’


De immobiliënprijzen in de Vlaamse Rand zijn bij de duurste in heel België. De provincie neemt via Vlabinvest initiatieven om in de brede regio rond de hoofdstad betaalbare woningen te bouwen, maar dat alles lijkt een druppel op een hete plaat.

Coppens: ‘Vlabinvest heeft met Vlaamse middelen de afgelopen 30 jaar in de 39 gemeenten waar het actief is 1.426 woningen gebouwd waarvan meer dan de helft sociale huur- en koopwoningen. Dat 1.004 van deze panden de afgelopen tien jaar gerealiseerd werden, geeft aan dat de werking op toerental is gekomen. Positief is ook dat de faciliteitengemeenten beginnen mee te werken. De komende jaren zijn er 154 woningen gepland in deze gemeenten. Een van de oorzaken van de dure prijzen in de Vlaamse Rand is de stadsvlucht uit Brussel. Hierdoor ontstaat er niet alleen meer concurrentie op de woningmarkt, maar dreigt ook een verbrusseling en een sociale verdringing van de eigen inwoners. De lokale binding van huurders en kopers is bij Vlabinvest een belangrijk criterium om dit probleem tegen te gaan.’

Nevens: ‘Vlabinvest maakt voor velen een verschil op vlak van betaalbaar wonen, maar het zal natuurlijk nooit genoeg zijn. De bouwgronden in de Vlaamse Rand zijn ook heel duur zijn. Sociale huisvestingsmaatschappen hebben voorkooprecht, maar de instroom van mensen op zoek naar een betaalbare woning blijft aangroeien. Met het oog op een optimale sociale integratie opteren Vlabinvest en de sociale huisvestingsmaatschappijen voor kleine initiatieven met een gezonde mix van sociale woningen, starterswoningen en aangepaste woningen voor ouderen en niet voor grote sociale bouwprojecten. Daarnaast steunt de provincie de sociale verhuurkantoren die samen met de eigenaars leegstaande woningen in orde zetten en goedkoper verhuren.’


Sint-Pieters-Leeuw, Beersel, Dilbeek en Halle hebben inmiddels een of andere vorm van bouwstop ingevoerd om verdere verstedelijking tegen te gaan.

Coppens: ‘De afgelopen acht jaar was ik schepen in Sint-Pieters-Leeuw waar, net als in de rest van de Vlaamse Rand, de druk op de open ruimte steeds groter wordt. We moeten verstandig en spaarzaam omspringen met onze openbaar ruimte. Bouwgrond die niet aan een uitgeruste weg ligt, zal in Sint-Pieters-Leeuw tot minstens eind 2025 niet ontsloten worden zodat het project niet gerealiseerd kan worden. Het gemeentebestuur heeft hiermee de toon gezet. Andere randgemeenten volgen ons standpunt en ook de Vlaamse Regering heeft intussen een duidelijk standpunt ingenomen over de zogenaamde betonstop.’


Hoe zit het met het streven van de provincie om tegen 2040 klimaatneutraal en klimaatbestendig te worden? Zitten jullie op schema?

Nevens: ‘De provincie is altijd heel ambitieus geweest, maar er is een verschil tussen een ambitie stellen en deze in praktijk brengen. In 2018 zitten we aan een totale uitstoot van 5,86 miljoen ton CO2. Dat is een daling met 7% in vergelijking met 2011. Momenteel zitten we niet op schema om in 2040 klimaatneutraal te worden, maar we stellen wel vast dat de daling van CO2 de afgelopen jaren versnelt. Dat is ongetwijfeld omdat steeds meer mensen zich bewust worden van de opwarming en maatregelen nemen.’