01 mrt '23

Rustig voortdoen

1845
door Nathalie Dirix
Gewoon rustig blijven voortdoen. Ook al zit het tegen. Ook al word je overvallen door angst. Ook al proberen digitale media je aandacht te kapen. Voor Mariek Vanden Abeele en Nina Van Eeckhaut werd het alvast een houding waarmee ze het roer van hun leven in eigen handen proberen te houden.

Hoe zou jij de essentie van levenskunst beschrijven?

Vanden Abeele: ‘Levenskunst gaat voor mij in de eerste plaats over hoe je dit leven makkelijker kunt maken. Ik ervaar het leven allesbehalve als een ponykamp. Bij momenten kan het best moeilijk zijn. Ik ben dan ook op zoek naar handvaten die me helpen om het leven makkelijker te maken. Ouder worden kan je daarbij helpen. Je doet levenservaring op. Als je daaruit de juiste lessen weet te trekken, ga je je steeds meer in levenskunst bekwamen.’

Van Eeckhaut: ‘Dat is wreed schoon gezegd. Levenskunst is inderdaad iets waarin je steeds beter kunt worden naarmate de jaren vorderen en je levenservaring rijker wordt. De term doet me aan mijn vader Piet denken. Hij zei: Probeer het pessimisme van het inzicht te koppelen aan het optimisme van de daad. Die gedachte leefde al bij de oude Grieken. Zij keken naar het leven als een zoektocht naar de tussenweg die zich tussen de twee polen van licht en duisternis situeert. Eigenlijk is levenskunst met ongebroken moed altijd maar verder blijven spartelen in het besef dat alles eindig is.’

Kun je die zin van je vader wat concreter maken? Wat betekent hij in onze wereld van vandaag?

Van Eeckhaut: ‘Ik denk dat hij vooral wilde zeggen dat je niet mag bezwijken voor de klaagzang over wat er allemaal fout gaat. Je laten ontmoedigen en laten gaan, is makkelijker dan je rug rechten en met nieuwe moed aan de dag beginnen.’

Vanden Abeele:Optimisme van de daad roept bij mij iets hoopvols op. Zeker vandaag is dat belangrijk. We worden door zoveel negatief nieuws omringd: de klimaatopwarming, de oorlog in Oekraïne, de verkeersslachtoffers, terreur, … het stopt niet. En toch mogen we niet vervallen in pessimisme. Toch is het aan ons om er blijven voor te gaan en te proberen van deze wereld een betere plek te maken.’

In welke mate slaag jij erin de principes van levenskunst zelf toe te passen?

Vanden Abeele: ‘Het On/Off project dat ik als onderzoeker leid en waarmee we de effecten van het altijd online zijn in kaart brengen, zie ik als een geschenk. Tegelijk bezorgt het me ook veel angsten. Zal het ons lukken? Gaan we op tijd voldoende data weten te verzamelen? Die vragen kunnen me overvallen. De levenskunstenaar in mij zegt dan: schakel ze uit en doe gewoon rustig verder. Concentreer je op de daad en niet op angstaanjagende gedachten. Vaak lukt dat, soms ook niet. Let wel, ik wil die angsten niet te negatief zien. Ze hebben me ook al vooruit gedreven en ervoor gezorgd dat ik punctueel werk aflever.’

Vanden Abeele: ‘Meer dan ooit is het cruciaal dat je jezelf kan reguleren, wil je tot een uitgebalanceerd digitaal dieet komen.’

Van Eeckhaut: ‘Dat herken ik. Ik ben daar anders naar gaan kijken. De gedachte dat angsten ons vooruithelpen, is een valstrik. Wanneer je een beetje flipt omdat je denkt dat je iets niet gaat kunnen en vervolgens, wanneer het je dan wel lukt, gaat denken dat het flippen erbij hoort of je zelfs vooruit stuwt, dan heeft de angst jou in zijn greep en dat werkt contraproductief. Want dat zou willen zeggen dat je minder presteert als je niet angstig bent. Vaak stel je trouwens vast dat de werkelijkheid zich totaal anders manifesteert dan de manier waarop je het je inbeeldde. Angsten moet je uit je hart en hoofd bannen. Ik heb een hele weg afgelegd om er zo naar te kijken.’

Hoe zet jij de principes van levenskunst om in je dagelijkse leven?

Van Eeckhaut: ‘Door in het nu te leven en van de kleine dingen te genieten. Mijn man en ik zijn deze week baasje geworden van een puppy (toont foto van puppy). Met dat dier spelen en ervoor zorgen, ook dat is voor mij levenskunst. We hebben onze vrienden wel al verwittigd dat de komst van dit hondje niet betekent dat we voortaan mama en papa genoemd willen worden.’ (lacht)

Mariek, jij doet onderzoek naar de impact van de digitalisering van onze samenleving. Die digitalisering verwacht van ons dat we altijd en overal bereikbaar zijn. Wat doet dat met ons?

Vanden Abeele: ‘Die altijd aan maatschappij hebben wij zelf gecreëerd. Welke belasting veroorzaakt die permanente beschikbaarheid op ons als mens? Het is een vraag die mij fascineert. De eerste resultaten van ons onderzoek geven duidelijk aan dat gevoelens van waakzaamheid en stress er aanzienlijk door toenemen. Ik besef dat ik daarmee een open deur intrap. Elk van ons voelt dat die continue bereikbaarheid haar tol eist. Ons onderzoeksproject bevestigt dit nu ook met cijfers die voor zich spreken.’

Van Eeckhaut: ‘Ik heb me pas zes maanden geleden een smartphone aangeschaft. Ik vind het echt niet gezond om heel de tijd door dat ding afgeleid te worden. Ik wil niet de slaaf worden van al de biepgeluiden. Kijk, ik werk nog altijd met een papieren agenda. (haalt agenda uit tas) Het helpt me om mijn aandacht niet te versnipperen. Pols jij in je onderzoek ook naar het effect dat die digitale media op ons geluksgevoel hebben?’

Vanden Abeele: ‘We peilen ook naar de positieve ervaringen. Digitaal welzijn houdt in dat je een optimale balans bereikt tussen de voor- en nadelen die digitale media met zich meebrengen. Wil je van de voordelen kunnen genieten, dan zal je er een aantal nadelen bij moeten nemen. Vind jij het handig dat je mensen makkelijk kunt bereiken, dan zal je moeten aanvaarden dat men ook van jou verwacht dat je vlot bereikbaar bent. Ik vind het wel knap, Nina, hoe jij de digitale media in je leven temt.’

Van Eeckhaut: ‘Het is mijn manier om het leefbaar te houden. Alleen al de aanwezigheid van een smartphone kan storend werken. Ik zeg het ook tegen mijn echtgenoot als we met elkaar aan het praten zijn en hij naar dat vermaledijde ding afdwaalt. Op zo’n moment is hij er in mijn ogen niet bij, en dat stoort mij.’

Vanden Abeele: ‘We hebben daar een term voor: absent presence. Fysiek aanwezig zijn zonder er met je gedachten bij te zijn. Ook dat doen digitale media met ons. Ze worden ontworpen op een manier dat ze onze aandacht naar zich toe trekken. Dat soort addictive design is problematisch. Vooral omdat focus en concentratie essentieel zijn om tot het maximum van ons kunnen te komen.’

Van Eeckhaut: ‘Ik maak mij grote zorgen over ons onderwijs. We zijn zo lang koploper geweest en kijk waar we vandaag staan. Excelleren is niet langer aan de orde. Nochtans is het streven naar excellentie wat maakt dat je knappe dokters en ambitieuze ingenieurs en wetenschappers krijgt.’

Vanden Abeele: ‘Op dat vlak ben ik niet zo pessimistisch. Ik zie nog steeds voldoende mensen rondom mij die de ambitie hebben om te excelleren. Wel is het vandaag meer dan ooit cruciaal dat je jezelf kunt reguleren. Je wil tot een uitgebalanceerd digitaal dieet komen, zodat je je focus op de essentie kunt behouden. Ik gebruik bewust het woord dieet. Net zoals bij voeding wil je de kwaliteit en kwantiteit van wat je digitaal consumeert in het oog houden. Bovendien is dat een persoonlijk gegeven. Wat werkt voor jou, werkt daarom niet voor een ander. Zelf heb ik Instagram afgeschaft omdat het mij te veel confronteert met beelden van een ideaal leven waarvan ik niet gelukkig word. Wat niet betekent dat ik sociale media uit mijn leven ban. Af en toe een partijtje Candy Crush kan ik best smaken.’

Van Eeckhaut: ‘Het gaat over je tijd waardevol invullen. Mijn zus gaf me onlangs het boek Four Thousand Weeks – Time Management for Mortals van Oliver Burkeman. Best confronterend. Het boek maakt je ervan bewust dat je gemiddeld 4.000 weken te leven hebt. De illusie dat je duizenden levens zou hebben, wordt doorprikt. Het zet je aan om bewust met je tijd om te gaan en de juiste keuzes te maken. Ook dat is levenskunst.’

Vanden Abeele: ‘In onze digitale samenleving wordt die vorm van levenskunst des te belangrijker. Er zijn zoveel zaken die ons kunnen afleiden, maar het is aan ons om het roer van ons leven in eigen handen te houden. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Zeker voor mensen die heel gevoelig zijn aan prikkels.’

Sociale media versterken het wij-zij-denken. Hoe kijk je naar datfenomeen?

Van Eeckhaut: ‘De advertenties die je via sociale media binnen krijgt, zijn gebaseerd op je persoonlijke voorkeuren. Hou je van voetbal, dan zul je vooral content over voetbal krijgen. Hou je van mode, dan krijg je vooral advertenties te zien over mode. Dat op zich is vrij onschuldig. Maar als het over politieke en sociale thema’s gaat, is dat natuurlijk een ander gegeven. Dan kom je snel in een echokamer terecht waarin je enkel je eigen mening hoort weerklinken, waardoor je steeds fanatieker kan worden. Zo’n proces kan kwalijke proporties aannemen. Ik merk het aan de verschrikkelijke pestverhalen die ik verneem. Zowel in scholen als op de werkvloer doen zich schrijnende toestanden voor.’

Klopt het dat sociale media ons ongeremder en ruwer maken?

Vanden Abeele: ‘Onderzoek toont aan dat niet zozeer het wegvallen van sociale barrières maar wel het groepsgevoel het debat op sociale media verruwt. Met andere woorden: doordat sociale media ons het gevoel geven bij een groep te horen, voelen we ons gesterkt en durven we brutaler uit de hoek komen. Dat fenomeen wordt ook wel deïndividuatie genoemd. Anders gezegd: de groepsidentiteit, met alle normen die daarbij horen, krijgt voorrang op de individuele identiteit. Maar laat me toch nuanceren. Sociale media kunnen ook een meerwaarde bieden. Denk maar aan crisissituaties. Dan kan Twitter bijvoorbeeld een belangrijk kanaal zijn om snel informatie van op het terrein te verspreiden. Dat de MeToo-beweging wel degelijk voor een gedragsverandering zorgde, hebben we ook deels aan sociale media te danken. Sociale media kunnen dus ook voor positieve effecten zorgen. Problematisch is het feit dat digitale media zo snel evolueren dat de wetgeving achterop hinkt.’

Hoe zou jij de principes van samenlevingskunst omschrijven?

Van Eeckhaut: ‘Je wil zo weinig mogelijk polarisatie en zoveel mogelijk harmonie. Begin eens met te proberen luisteren naar een standpunt dat afwijkt van dat van jou. En vereenzelvig mensen niet te snel met de standpunten die ze vertegenwoordigen. Ik ben me bewust dat ik een utopisch ideaal nastreef dat moeilijk te realiseren is. Mensen blijven nu eenmaal mensen. De grote emoties zoals wraak, jaloezie en haat zullen altijd blijven bestaan. Ik ben niet hoopvol dat we als samenleving mijn ideaal zullen bereiken.’

Vanden Abeele: ‘Ik denk spontaan aan een onderzoek dat in Afrika plaatsvond, een continent waar westerse mentale gezondheidsproblemen zoals depressie veel minder voorkomen dan bij ons, niettegenstaande hun levensomstandigheden veel zwaarder zijn. Wat stelden de onderzoekers vast? Een therapeutisch gesprek zoals wij dat kennen, wordt er niet als remedie gezien. In Afrika vindt men het veel belangrijker om mensen die zich slecht voelen mee naar buiten te nemen. Om samen te gaan dansen of van het zonlicht te genieten. Ik kan me vinden in die remedie. Je wil mensen een plaats geven in onze samenleving. Dat geldt ook voor de mensen bij wie er een hoekje af is. Samenleven gaat over gemeenschap vormen, ook met mensen die er andere normen op nahouden. Mijn moeder was daar goed in. Toen ze jonger was, heeft zij meerdere mensen die in een maatschappelijk kwetsbare situatie leefden, het gevoel gegeven dat ze gezien en erkend werden. Ze deed dat belangeloos. Als we dat wat meer zouden doen, kunnen we een dam tegen radicalisering bouwen.’

Van Eeckhaut: ‘Begin al eens met te proberen luisteren naar een standpunt dat afwijkt van dat van jou.’

Van Eeckhaut: ‘Als individu kan je voor iemand anders het verschil maken, ook al is het misschien maar een druppel op een hete plaat. Maar, zoals Mariek het zegt, als we dat massaal doen, dan krijg je duizenden druppels op een hete plaat. Soms droom ik er wel eens van om na mijn pensioen een huis te openen waar pleegkinderen zich welkom voelen. Samenlevingskunst houdt voor mij ook in dat we efficiënte staatsstructuren hebben. Ik kan me enorm druk maken over de manier waarop onze overheid op sommige vlakken totaal niet functioneert. Die wildgroei aan wetgeving moet stoppen. We hebben dringend politici nodig die de juridische jungle bijsnoeien. Ik wil niet populistisch klinken, maar moesten wij ons bedrijf runnen zoals de staat wordt gerund, dan we waren al lang failliet. Komaan jongens, waar blijven de staatsmannen en staatsvrouwen die de versnippering van bevoegdheden aanpakken en stoppen met de steekvlampolitiek? Zodat we een kader krijgen waarbinnen een samenleving op een gezonde manier kan functioneren.’

Hoe kijken jullie aan tegen stervenskunst?

Van Eeckhaut: ‘Voor mij gaat dat vooral over waardig sterven, als het enigszins kan over een levenseinde waarvan je zelf de regie in handen hebt. Het is toch waanzinnig dat de wet vandaag niet toelaat dat je geëuthanaseerd wordt als je begint te dementeren, ook al is dat je wens.’

Vanden Abeele: ‘Zoals levenskunst gaat over gaandeweg wijsheden opdoen waarmee je een goed leven kan leiden, zo denk ik dat stervenskunst gaat over het leren loslaten van wat je in je leven hebt opgebouwd.

Van Eeckhaut: ‘Ik kan me inbeelden dat je helemaal op het einde van je leven in één glimp een filosofische openbaring krijgt. En dat je dan op dat eigenste moment doorhebt hoe het allemaal in elkaar zit. Stel je voor …’ (lacht)

Wat kan jullie in dit leven troost brengen?

Van Eeckhaut: ‘Schoonheid. Ik heb daarnet nog De Toverfluit van Mozart gehoord. De wraakzuchtige aria van de koningin van de nacht. Dat is zo overweldigend mooi. Het kan me aan het huilen brengen.’

Vanden Abeele: ‘Met de jaren ben ik de waarde gaan inzien van de geborgenheid die een relatie of een gezin je kan bieden. Met iemand gedurende vijftig jaar of langer je leven delen, is enorm waardevol.’

Wat is het motto waarmee je het levenspad dat voor jou ligt verder wil bewandelen?

Vanden Abeele: ‘Zoals mijn man vaak zegt: Gewoon rustig blijven voortdoen.’

Van Eeckhaut: ‘Verstandig. Mijn secretaresse zegt dat ook tegen mij als ik de overweldigende omvang van een taak die ik op mij heb genomen, doorkrijg. Ik zou willen eindigen met de gedachte waarmee we zijn begonnen, met de woorden van mijn vader: Koppel het pessimisme van het inzicht aan het optimisme van de daad. Het zal ons helpen niet al te cynisch te worden.’

 

MARIEK VANDEN ABEELE

  • Professor Digitale Cultuur (UGent)
  • Onderzoekt de psychologische en sociologische impact van digitale media
  • Doet research naar digitaal welzijn
  • Coördineert het On/Off project, een burgeronderzoek in samenwerking met De Standaard dat de impact van smartphonegebruik op ons welzijn in kaart brengt

NINA VAN EECKHAUT

  • Advocaat 
  • Medevennoot van Advocatenkantoor Piet Van Eeckhaut 
  • Dochter van Piet Van Eeckhaut, advocaat die door talloze assisenzaken bekendheid verwierf 
  • Is gekend voor een sterk rechtvaardigheidsgevoel 
  • Hecht veel belang aan haar onafhankelijkheid