01 okt '15

‘Alles wat je filmt, maak je mee'

6122
door Ines Minten
Klankmannen werken in de luwte van een televisieprogramma. Buiten beeld, anoniem, onbekend. Sinds Pascal Braeckman voor het programma Tomtesterom met Tom Waes werkte, kwam daar verandering in.

Sinds het eind van de jaren 90 woont Braeckman in Antwerpen. Daarvoor was de Rand zijn thuishaven. Toen hij 12 was, verhuisde zijn gezin van  Sint-Pieters-Leeuw naar Huizingen, waar hij zijn tienerjaren beleefde. ‘Het was fantastisch om daar op te groeien. Hoewel ik in Brussel naar school ging, maakte ik snel nieuwe vrienden. Ik sloot me aan bij de voetbalploeg en toen ik 15 was, begon ik met een discobar. Vanaf dan ging het nog sneller om vrienden te maken’, lacht hij.

‘Ik spreek van de jaren 70, hè. Toen kon je nog kind zijn in de juiste betekenis van het woord. Wij waren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat van huis met onze fietsen. Het was ongecomplexeerd om toen jong te zijn in de regio. Als adolescenten ruilden we onze fietsen voor brommertjes. Ook top, natuurlijk!’

In 1994 werd Braeckman technisch directeur van de Antwerpse Stadsschouwburg. Om de lange files te vermijden, trok hij drie jaar later uit de Rand weg. ‘Ik heb die job uiteindelijk maar vijf jaar gedaan, maar toen ik eraan begon, dacht ik dat het voor de rest van mijn leven zou zijn. Verhuizen was dus logisch.'

'Nu ben ik voor mijn werk gemiddeld 120 tot 140 dagen per jaar in het buitenland, dus eigenlijk maakt het niet uit waar ik precies woon. De stad heeft zijn voordelen: alles ligt binnen handbereik en zelfs op late uren vind je er nog alles wat je nodig hebt. Maar ik zou zo weer aan de rand van het bos kunnen wonen, zoals het geval was in Buizingen, toen mijn vrouw en ik pas getrouwd waren. Ik mis vooral het gevoel van het dorp waar je alles en iedereen kent die je tegenkomt. Waar ik nu woon, ken ik mijn buren niet.’

CLOUSEAU IN DE GARAGE

‘Ik wil niet de ouwe zak uithangen, die vindt dat vroeger alles beter was, maar af en toe een tikje nostalgie mag. Zeker als je al die regels en normen bekijkt waar je je tegenwoordig aan moet houden; soms lijkt het wel alsof alles schadelijk is geworden. Wat wij vroeger allemaal met onze discobars deden, is nu niet meer denkbaar.’

Al van toen Braeckman heel klein was, ontfermde hij zich thuis tijdens feestjes over de muziek. ‘Plaatjes draaien, vond ik plezant. Later wou ik een discobar, Pigbag heette die, en het marcheerde heel goed. Mijn kameraad en ik speelden bijna elke week.’

'Ik heb meer dan 20 jaar het geluid van Clouseau gedaan.'

Dankzij Pigbag kwam de klankman in de entourage van Clouseau terecht. ‘De groep heette toen nog niet Clouseau en van een vaste bezetting was geen sprake’, zegt Braeckman. ‘Ze moesten optreden op de Dworpse feesten en hadden iemand nodig die hun techniek wou doen. Door mijn discobar had ik boxen en een mengpaneel, dus heb ik dat maar gedaan.’ Hij maakte van op de eerste rij mee hoe de populariteit van Clouseau in de jaren 80 explodeerde. ‘Clouseau repeteerde op dat moment in mijn garage. Na afloop stond er vaak een horde chiromeisjes te wachten om handtekeningen te vragen.’

Op het hoogtepunt van de gekte was de groep goed voor 180 optredens per jaar. En bij alle 180 zat Braeckman aan de knoppen. ‘Ik heb meer dan 20 jaar het geluid van Clouseau gedaan. In het weekend was ik met hen op pad, in de week met Rob De Nijs. Klank voor televisie is pas later gekomen.’

SUMOWORSTELAARS EN  COWBOYS

Zijn leraren in het middelbaar onderwijs stuurden erop aan dat hij ingenieur zou worden, maar zo’n toekomst zag Braeckman niet zitten. ‘Dat interesseerde me geen zak. Ik wou naar de filmschool.’ Hij trok naar het Brusselse Rits, maar de finesses van de job leerde hij toch al doende, zegt hij.

‘Nu zijn die opleidingen erg veranderd, maar in die tijd stonden ze zo ver nog niet. Je had al eens een camera vastgehouden, maar veel meer hield het niet in. Het belangrijkste wat ik aan mijn studie heb overgehouden, zijn de contacten. Die hebben me later geholpen toen ik echt met klank voor televisie begon.’

Zijn eerste opdracht als klankman pur sang was een reclamefilmpje over  schokdempers, in regie van Stijn Coninx. ‘Mijn tweede was een reportage over Tram 12 in Hoboken. We hebben toen van 4 uur ’s morgens tot 1 uur ’s nachts op diezelfde tram gezeten om verhalen te verzamelen. Dat was boeiend. Zoiets doe je anders nooit.’

Sindsdien doet Braeckman meer dingen die een doorsnee sterveling nooit doet. Zo logeerde hij dankzij het programma Goed volk van Jeroen Meus twee weken bij een groep Japanse sumoworstelaars in Tokio en bij onvervalste 21e-eeuwse cowboys in Texas. ‘Al wat je filmt, maak je mee. Dat is het unieke aan de job: ik heb al ontzettend veel gezien. Onlangs vulde ik op Facebook alle landen in waar ik ooit was geweest. Het waren er 116. Dat is veel, hè?’

'Guten Morgen, wie spät ist es?', vroeg Braeckman toen hij uit de koffer klom.'

‘Binnenkort ga ik met Koen Wauters naar Cambodja voor zijn nieuwe programma Project K. Weer een nieuw land. Programma’s zoals ik ze heb gemaakt met Tom Waes, Koen Wauters en Jeroen Meus zijn fantastisch om te doen. Je slaapt soms in erbarmelijke omstandigheden, zoals met die reeks van Jeroen Meus over de patat, toen sliepen we met onze ploeg van zes man in openlucht achter een muurtje. Het was vreselijk koud, maar we kropen dicht bij elkaar en dan ging het. Je bent in zo’n kleine ploeg op elkaar aangewezen en je moet er samen door. Dat maakt het tof, achteraf onthoud je alleen de goede dingen.’

KLANKMAN IN DE KOFFER

Zijn rol in de schijnwerpers kreeg Braeckman eigenlijk per toeval. ‘We zaten met de ploeg van Tomtesterom te brainstormen over hoe we het programma zouden aanpakken. De allereerste opdracht die Tom moest uitvoeren, was overleven in een bos. Hij merkte terecht op dat je niet echt in je eentje bent als je een cameraploeg meezeult. Vandaar dat hij ons bij het programma heeft betrokken: zo klopte het beter, we waren er samen, dus de kijker mocht dat zien.’

Toch zal Braeckman misschien nog het meest de geschiedenis ingaan als de-klankman-in-de-koffer. Iedereen kent het fragment ongetwijfeld: om uit beeld te blijven tijdens auto-opnames voor Wauters vs. Waes was hij in de kofferbak geklommen. Uitgerekend dan hield een Oostenrijkse politiepatrouille de televisiemakers tegen. Guten Morgen, wie spät ist es?, vroeg Braeckman toen hij uit de koffer klom. Het fragment werd een gigahit op Facebook.

‘Het was niet gepland dat ik in beeld zou komen, maar die beelden waren te mooi om te laten liggen. Zo uitzonderlijk is het niet dat een klankman de koffer in moet. Voor beelden van autoscènes plaatsen ze kleine cameraatjes op het dashboard, maar het geluid kun je moeilijk automatisch regelen. Rijden ze over kasseien, bijvoorbeeld, dan versta je niets meer van wat ze zeggen en dan heb je een klankman nodig die ingrijpt. Voor de opnames van Crimi Clowns heb ik hele dagen in de koffer gelegen. Het hoort er bij.’

PIGBAG ARMY

Afgelopen zomer heeft hij vooral meegewerkt aan Project K, maar tussendoor heeft Braeckman ook zijn discobar op een originele wijze nieuw leven ingeblazen. ‘Ron Reuman – die ook van Sint-Pieters-Leeuw afkomstig is – had mij al vaker gevraagd of ik niet opnieuw iets met Pigbag wou doen, maar daar had ik geen zin in.’ Na wat over-en-weer-gepraat bedachten ze Pigbag Army: een zevenkoppige liveband met onder meer ook Eline De Munck, Axl Peleman en Jan Van Eyken. Braeckman speelt er de rol van master of ceremonies. Ze brengen muziek uit de jaren 90. ‘Het klinkt goed en het is heel plezant om te doen. Het is alleen niet eenvoudig om data te vinden waarop we alle zeven kunnen optreden. Als er voldoende vraag is, willen we volgend jaar een heleboel optredens in één maand concentreren, dan is dat beter te doen.’

Maar voor het zover is, heeft hij nog een volle agenda als klankman. ‘Er komt nog iets met Maaike Cafmeyer, een nieuw seizoen van Crimi Clowns, een nieuwe reeks Reizen Waes en een nieuwe Keuken van Sofie. Ook altijd prettig om te doen, want op die set krijg je fantastisch lekker eten.’

 

VR • 2 OKT • 20.15
Pigbag Army - all stars cover band
Alsemberg, CC de Meent, 02 359 16 00