01 jun '20

Aanslag
op je tuin

279
door Herman Dierickx
Elk jaar rijden er meer robot maaiers rond in onze tuinen. Onophoudelijk schuimen ze de gazons af om het laatste grassprietje dat 3 millimeter boven het andere uitkomt vakkundig een kopje kleiner te maken. Zo krijg je diepgroene woestijnen waar geen enkele soort het kan uithouden, behalve het gras.

Nooit eerder lagen de gazons er zo troosteloos bij. Geen paardenbloem of madeliefje dat het in zijn hoofd haalt om daar te groeien waar een robotmaaier passeert. Geen enkele vlinder of bij vindt nog een bloem om nectar te drinken of stuifmeel te eten. En als er al een egel in de buurt vertoefde, heeft die zijn biezen gepakt of is hij overreden door zo’n onding. Daarmee is de stads- en de plattelandsmens erin geslaagd alle leven uit zijn tuin te halen. 

Tegenwoordig haal je die vreselijke machines al voor minder dan 700 euro in huis. Praktisch, denken veel mensen. Hun gazon wordt continu afgereden. Geen zorgen aan je hoofd. Dat er daardoor geen leven meer te bespeuren valt in de keurige grasmat is blijkbaar van ondergeschikt belang. Maar op die manier gaan onze tuinen nog verder weg van waar ze in feite naartoe zouden moeten: naar een plek waar wilde planten en  dieren kansen krijgen om hun levenscyclus rond te maken. Met de aanwezigheid van wilde  bloemen, vlinders en bijen, om die heilige drievuldigheid te noemen. 

Voor onze biodiversiteit of soortenrijkdom is zo’n robotmaaier geen goed idee, en we zitten op dat vlak al in een lastig parket. Er zijn zelfs tuineigenaars die hun vijvertje of poeltje – toch een plek met wat leven – dichtgooien omwille van de robotmaaier, want die maait liever zonder hindernissen. Wat zou het mij een waar  genoegen zijn om zo’n onding in het water te zien sukkelen en een mooie verdrinkingsdood te zien sterven. Helaas, dat plezier is mij waar schijnlijk niet gegund.