01 mei '17

‘Dit werk doe je voor
de nabestaanden’ 

3865
door Ines Minten
Eddy De Valck is in ons land een pionier in de forensische tandheelkunde. Het ongeluk met de Herald of Free Enterprise was zijn eerste grote ramp. Ook bij de affaire-Dutroux, de tsunami in Zuidoost-Azië en de aanslagen in Brussel en Zaventem was hij betrokken. ‘Je leert het een plaats te geven.’

Als student tandheelkunde hoorde De Valck een buitenlandse forensische odontoloog aan het woord. ‘Dat wil ik ook doen’, dacht hij. We spreken over 1977. De forensische tandheelkunde was op dat moment in België nagenoeg onbestaande. ‘Laat staan dat er een opleiding voor bestond. Ik begon dus met artikelen op te vragen, buitenlandse collega’s aan te schrijven en op te zoeken, af en toe een congres mee te pikken.’

Hij vond een tweejarige opleiding aan de School voor Criminalistiek en Criminologie van het ministerie van Justitie. ‘Ik was er de eerste tandarts. Mijn medestudenten waren vooral politiemensen en juristen. We kregen er een heel breed pakket aan vakken: van boekhouding over gerechtelijke geneeskunde, toxicologie, explosieven en vuurwapens tot psychiatrie. Alles behalve forensische tandheelkunde.’

Het is dat multi disciplinaire aspect dat de tandarts nu nog altijd aanspreekt. ‘Je werkt voortdurend samen met mensen uit andere specialiteiten en iedereen benadert het onderzoek vanuit zijn eigen invalshoek.’

TE BEKNOPT MAAR REËEL

Nu kent iedereen het forensische onderzoek van televisieseries zoals CSI of Bones. ‘Daardoor spreekt het enorm tot de verbeelding’, zegt De Valck. ‘Toen ik pas begon, stond de discipline nog in zijn kinderschoenen. Ik heb ze in de loop van de decennia zien evolueren tot wat ze vandaag is. En ook nu is er trouwens nog veel ruimte voor verbetering. Maar dat is dan weer een zaak van budgetten en politieke wil.’

Hoe waarheidsgetrouw zijn die series eigenlijk? ‘Sommige scripts zijn wat bij de haren getrokken omdat ze in een aflevering van 50 minuten de ingewikkeldste zaken opgelost krijgen. In realiteit doen we er eerder 50 dagen of zelfs 50 weken over. Als een zaak al opgelost raakt. Maar de materie die ze in zulke programma’s behandelen, strookt meestal wel met de werkelijkheid.’

Het is ook al gebeurd dat een scenarist contact met hem opnam om enkele details in een scenario af te toetsen. ‘Zo heb ik ooit advies gegeven voor Flikken. Het was leuk om te doen en het toont aan dat de makers niet over één nacht ijs gaan.’

HET EEN PLAATS GEVEN

De realiteit is natuurlijk een pak ernstiger dan een scenario. Een misdrijf, een ramp of een zwaar verkeersongeval eist soms vele levens. Wat doet het met je als je er onmiddellijk na de feiten bij wordt geroepen en ongeïdentificeerde lichamen een naam moet zien te geven? ‘Je leert het een plaats te geven. Indien dat niet lukt, is het werk niet voor je weggelegd.’

De Valck geeft de laatste jaren geregeld zelf vorming. ‘Eenmaal in het mortuarium gebeurt het soms dat veelbelovende studenten compleet bevriezen. Zulke mensen blijven het niet doen. Dat zou ook niet gezond zijn.’ Geen enkele zaak laat je koud, hoezeer je ook gepokt en gemazeld bent in het vak. ‘Er zijn enkele die me bijzonder zijn bijgebleven. De ramp met het schip Herald of Free Enterprise in Zeebrugge (1987). Op drie dagen tijd onderzochten we 123 slachtoffers. Een jaar heb ik er met niemand over gesproken.’

‘Een rouwproces kan pas van start gaan als er zekerheid is. ‘Dit werk doe je dan ook voor de nabestaanden.’

‘Pas toen ik dat wel ben beginnen doen, besefte ik dat het niet goed is om het op te kroppen. Niet dat ik er slapeloze nachten aan over hield, maar de lichamen en de dossiers bleven geregeld terugkomen. Tot ik een uitnodiging kreeg om over de tandheelkundige aspecten van de operatie te spreken. Ik deed dat, beantwoordde vragen en praatte wat na met collega-specialisten. Toen pas kreeg de ramp een plaats.’

Ook de tsunami in Thailand was een gebeurtenis die de talloze hulpverleners niet snel zullen vergeten. Het DVI-team (Disaster Victim Identification) landde in Phuket en moest van daaruit elke dag 170 km verder reizen. ‘Alles in die zone was kapot, weg. Eenmaal aangekomen, troffen we 5.000 lichamen, neergelegd rond een boeddhistische tempel, tussen muurtjes van droogijs.‘

’Ik herinner me nog dat we het werk voor de nacht neerlegden. Iedereen werd stil. Dan kijk je om je heen: al die dode mensen, witte wolken die vanaf het ijs opstegen tegen een achtergrond van tempels… Zo’n beeld hoef je nauwelijks weer op te roepen of de film speelt zich opnieuw af. Maar je geeft het een plaats, zodat het je niet blijft achtervolgen.’

VOOR DE NABESTAANDEN

Een rouwproces kan pas van start gaan als er zekerheid is. ‘Dit werk doe je dan ook voor de nabestaanden. Die willen zo snel mogelijk uitsluitsel. Ik herinner me hoe ik na de identificatie van An en Eefje ’s avonds laat het ziekenhuis verliet en in de auto op het nieuws Paul Marchal over opluchting hoorde spreken. Nu weten we waar onze kinderen zijn en wat er met hen is gebeurd, nu kunnen we eindelijk rouwen, zei hij.‘

’Het toont aan hoe belangrijk precisie is in ons werk. We kunnen ons geen fouten permitteren, want één verkeerde identificatie betekent dat je fout zit in minstens twee zaken. Het zou de geloofwaardigheid van je team ook volledig onderuithalen. Dit jaar vieren we de 30e verjaardag van het DVI-team met een schone lei: nog geen enkele verkeerde identificatie op ons palmares. Dat willen we zo houden.’

De Valck kan zich behoorlijk ergeren aan de kritiek van pers en publiek als een identificatie op zich laat wachten. ‘Neem de aanslagen in de metro in Brussel. Dat was een zogenaamde open ramp: er gebeurt iets op een plek waarvan je niet weet wie er precies aanwezig was. Pas een dag na de aanslagen konden alle lichamen geborgen worden.’

‘Dat komt niet omdat een of ander team langzaam werkt, maar omdat alles correct moet gebeuren. Er kunnen indicaties te vinden zijn over de daders, bijvoorbeeld. Al dat soort informatie moet opgespoord en geregistreerd worden alvorens de plek ontruimd kan worden, maar het betekent ook dat wij pas op woensdag aan de slag konden. En tegen zaterdag hadden we 100% zekerheid over de identiteit van 28 van de 31 slachtoffers. Neem het van mij aan: dat was het vlotst mogelijke scenario.’ 

DUBBELLEVEN EN DIEFSTAL

Het is ook niet omdat iemand een identiteitskaart op zak heeft, dat je weet met wie je te maken hebt. Zo klopte de politie in de nasleep van de tsunami aan de deur bij een Belgisch gezin. Er was in Thailand een slachtoffer gevonden met een Belgisch paspoort op zak. Maar de eigenares van het paspoort deed zelf de deur open. Het bleek maanden daarvoor gestolen.’

‘Beigem is enorm veranderd, van een echt boerendorp naar een residentiële regio. Dat kun je betreuren, maar het legt geen zoden aan de dijk.’

‘En na de Herald of Free Enterprise hebben de onderzoekers pas na lang puzzelen twee verschillende dossiers samen kunnen leggen: ‘Die man bleek een dubbelleven te leiden. Ik kan me niet voorstellen hoe je zoiets organiseert’, lacht De Valck, ‘maar ook dat soort situaties komen we al eens tegen.’ Daarom mogen secundaire kenmerken zoals documenten, kleding, lengte of haarkleur een dossier alleen op weg helpen of aanvullen. Zekerheid heb je enkel met primaire identificatiemethoden: tanden, vingerafdrukken of DNA. 

RELEVANT

De Valck doet zijn job na veertig jaar nog even graag als op de eerste dag. ‘Ik denk dat het hem voor een deel zit in de combinatie van mijn dagelijkse praktijk en het forensische werk. De forensische operaties geven een grote voldoening: je weet dat je maatschappelijk relevant werk doet.’ Natuurlijk vraagt het flexibiliteit. Als er een oproep binnenkomt, moet De Valck binnen de twee uur zijn praktijk kunnen sluiten en op pad zijn. ‘Een forensisch onderzoek kun je nu eenmaal niet op voorhand plannen, het gebeurt wanneer het gebeurt.’

Beigem

Eddy De Valck is geboren en getogen in Beigem. ‘Mijn wortels zitten hier diep, dus tenzij ik ooit een aanbod krijg dat ik niet kan weigeren, zie ik me hier niet snel vertrekken. Beigem is wel enorm veranderd, van een echt boerendorp naar een residentiële regio. Dat kun je betreuren, maar het legt geen zoden aan de dijk. Je kunt de evoluties toch niet stoppen. En goh, hoewel er veel groen is verdwenen, sta je nog steeds in een vingerknip middenin de velden.’