01 feb '19

Slim verstedelijken

428
door David Bitoune
Joris Tiebout (65) uit Dilbeek werd in december door Jeroen Vereecke aangeduid om deketting voort te zetten.

Joris Tiebout is ingenieur van opleiding. Hij startte zijn loopbaan met een zaak in thermische zonnecollectoren, maar gooide het in de jaren 80 over een andere boeg. Hij kwam terecht in het op dat moment zieltogende slachthuis Abattoir in Kuregem, Anderlecht. Tot op vandaag heeft hij de dagelijkse leiding ervan in handen.

VERENIGEN

‘Abattoir is een site in volle transitie. Naast slachten en versnijden vindt er ook elke week de belangrijkste markt van het  Brussels Gewest plaats. Al snel groeide hij uit tot een ontmoetingsplek voor mensen met verschillende culturele origines die er, naast hun boodschappenronde, elkaar ontmoeten en een babbeltje slaan. Dat is de sociale meerwaarde van dit project. De link met de buurt bewaren, was van in het begin de bedoeling.’ 

ewaren, was van in het begin de bedoeling.’ ‘We willen de buik van Brussel blijven en activiteiten in de circulaire economie lanceren. Sinds 2015 is er de overdekte voedingsmarkt Foodmet. Afgelopen jaar kwam er de stadsboerderij Urban Farm bij dat verse vis en groenten aan de man brengt. En binnenkort ziet ook het project vertical pharming het daglicht, waarbij plantjes allerhande zullen groeien door continue led-verlichting. Vanaf maart gaat de zon hier nooit meer onder’, lacht Tiebout. 

De klik met Brussel voelde hij al van jongs af, maar Tiebout blijft in de eerste plaats Dilbekenaar. ‘Ik woon hier nog altijd even graag, kom geregeld buiten voor een etentje of een fietstocht met mijn vrouw. Ik kan terugblikken op een actief leven in de Dilbeekse gemeenschap. Als jonge knaap ravotten en kampen bouwen in de Wolfsputten. In de chiro leerde ik verantwoordelijkheid op te nemen en ontmoette ik echte vrienden.’

MAATSCHAPPIJ IN BEWEGING

Op de soms moeilijke verhouding van de Rand met de hoofdstad heeft hij een klare kijk. ‘Brussel en Dilbeek moeten in symbiose leven. Door de verstedelijking zal ook onze gemeente langzaam tot stad transformeren. Anderstaligen die zich hier vestigen, moeten we omarmen en kansen geven, zij het met een Vlaamse touch.’ 

‘Ik zie almaar vaker dat muren worden opgetrokken. Letterlijk en figuurlijk. De cameramuur aan de grens met het Brussels Gewest bijvoorbeeld, die alle ingangswegen detecteert. Er wordt ongetwijfeld voordeel uit gehaald, maar tegelijkertijd lijkt het alsof al het kwaad uit de hoofstad komt. Die negatieve sfeer sijpelt ook door in Dilbeek. Dat is jammer. Zijn zogenaamd Tiebout principe beweert dat mensen naar de streek trekken waar ze het best bediend worden, op gebied van huisvesting, scholen, werk, ouderenzorg... Deze theorie komt meer en meer tot uiting.’ 

De ligging van Dilbeek ervaart hij als een grote troef. ‘Op een wip ben je in de hoofdstad en in andere steden. Het openbaar vervoer is goed uitgerust. Daartegenover kan het stukken beter met de fietsveiligheid. Sommige plekken zijn ronduit rampzalig, vooral voor schoolgangers.’ 

‘Je kan de Rand groen houden, maar op termijn is dat onhoudbaar. Dat beweren verschillende bouwmeesters. Een stedelijke omgeving creëren in de Rand, met groene voorzieningen voor gemeenschappelijk gebruik die een aangenaam woon- en leefcomfort voor iedereen garanderen; daar moeten we naar streven. In plaats van de regio propvol te bouwen of omgekeerd: groene zones koste wat het kost groen te houden.’ Verstedelijken op een slimme manier dus. Dichter bij elkaar wonen om plaats te maken voor de natuur. Bijvoorbeeld meer wooncoöperatieven creëren, in plaats van vrijstaande huizen. ‘Het is een nieuwe wind, maar zo maak je van de Rand een regio waar kwaliteitsvolle woningen betaalbaar blijven, ook voor mensen met minder geld.