01 sep '19

Vlaams-Brabant stemde
anders dan de rest

623
door Luc Vanheerentals
De parlementaire verkiezingen van 26 mei, het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Ondanks de veelvuldige analyses blikken we toch nog even terug omdat er een aantal opmerkelijke constateringen te maken vallen voor Vlaams-Brabant en de Rand.

Bij de verkiezingen van 26 mei werden ook in Vlaams-Brabant de coalitiepartners uit de Vlaamse en federale regering zwaar afgestraft. N-VA, CD&V en Open VLD waren voor de Vlaamse verkiezingen in 2014 in onze provincie samen nog goed voor 65,77 procent van de stemmen; bij de jongste verkiezingen was dat nog slechts 54,79 procent. Het Vlaams Belang was in Vlaams-Brabant de electorale winnaar met een winst van 8,86 procent, maar het eindresultaat van 13,26 procent bleef beduidend onder hun Vlaams gemiddelde (18,5 procent). Ander opmerkelijk feit was het verminderde aantal stemmen voor de Franstalige eenheidslijst Union des Francophones (UF), waardoor zij hun enige zetel in het Vlaams parlement verloren. In de hoofdstad ten slotte werden twee Vlaamse Brusselaars - Maria Vindevoghel voor PTB-PVDA en Tinne Van der Straten voor Ecolo - in de Kamer verkozen, iets wat wellicht niemand voor mogelijk had gehouden.

BEKENDE KOPPEN

De individuele verliezer bij deze verkiezingen in Vlaams-Brabant was Maggie De Block (Open VLD), die 40.819 voorkeurstemmen overhield van de 131.713 in 2014, hetgeen zich vertaalde in zwaar verlies voor de liberale Kamerlijst, -9,66 procent om 15,39 procent over te houden. Met partijvoorzitter Gwendolyn Rutten (44.866 voorkeurstemmen) als lijsttrekker verloor Open VLD (15,61 procent) voor het Vlaams Parlement weliswaar 3,62 procent, maar scoorde wel 2,5 procent beter dan hun Vlaams gemiddelde. De Vlaams-Brabander stemde bij de Vlaamse verkiezingen iets meer (+0,95 procent) dan gemiddeld voor N-VA (25,78 procent), maar minder (-2,36 procent) voor CD&V (13,04 procent). Wie de uitslagen voor de Vlaamse en federale verkiezingen in Vlaams-Brabant vergelijkt, ziet duidelijk de invloed van bekende lijsttrekkers. N-VA, met Theo Francken (122.738 stemmen), scoorde voor de Kamer 2,3 procent beter dan voor het Vlaams parlement, CD&V deed met Koen Geens (45.962 stemmen) +0,69 procent beter.

UF verliest enige zetel in Vlaams parlement.

de schuld voor het verlies van de kamerzetel van Vilvoords burgemeester Hans Bonte op het in de partij geldende cumulverbod. Hierdoor kon SP.A Bonte en Leuvens burgemeester Mohamed Ridouani niet voluit uitspelen. Groen haalde 11,83 procent (+3,13 procent) voor de Kamer en 12,22 procent (+2,88 procent) voor het Vlaams parlement, maar had gezien de klimaatproblematiek ongetwijfeld op meer gehoopt. De SP.A (-0,64 procent) deed het in onze provincie voor het Vlaams parlement slechter dan hun Vlaams gemiddelde, terwijl Groen (+2,11) het beter deed. Bij de kleinere partijen raakte de PVDA met 4,61 procent voor het Vlaams parlement en 4,78 procent voor de Kamer net niet over de kiesdrempel. De burgerlijst PRO, die 14 lokale groepen overkoepelde en bij de lokale verkiezingen in Merchtem nog 24,4 procent haalde, kon zowel voor de Kamer als het Vlaams parlement slechts 0,6 procent van de kiezers voor zich winnen. DierAnimal haalde bij de Vlaamse verkiezingen 1,28 procent. De Belgische Unie BUB voor de Kamer 0,65 procent.

FRANSTALIGE STEMMEN

De Franstalige eenheidslijst UF verloor in Vlaams-Brabant dus haar zetel in het Vlaams parlement, die Christian Van Eyken sinds 1995 bekleedde. Deze keer stemden 28.804 mensen op het UF (4,1 procent) tegenover 34.741 (5,01 procent) in 2014. Lijsttrekker Nicolas Kuczynski weet het verlies onder meer aan het feit dat Ecolo dit keer niet UF maar de lijst van Groen steunde en er met Robert De Lille, gemeenteraadslid in WezembeekOppem, zelfs een kandidaat op had. Dit kan echter moeilijk de volledige verklaring zijn vermits De Lille slechts 2.945 stemmen haalde. Ook voor de Kamer verminderde het aantal Franstalige stemmen voor Défi (14.403 stemmen) terwijl de partij in 2014 er nog 15.405 haalde. Een element dat hierbij meespeelde, was het feit dat bij de verkiezingen voor de Kamer meer inwoners van de zes faciliteitengemeenten een stem uitbrachten op een Brusselse lijst (+187 tot 23.578) en minder op een Vlaams-Brabantse (-412 tot 15.972).