01 okt '23

‘Ik heb het gevoel dat
de hemel op onze kop valt’

4574
door Anne Peeters
De generatie van mei 68 staat opnieuw op de barricaden. Brigitte Raskin (76) staat er bij, net als toen op de eerste rij. Als grootouder voor het klimaat dit keer.

Als historica ontleedt Brigitte Raskin de wereld rondom haar. Haar conclusies leiden vaak tot een vurig engagement voor een betere wereld. Haar scherpe journalistieke pen is daarbij een van haar wapens. In 1989 won ze de AKO Literatuurprijs met Het koekoeksjong, een roman over het leven van Frans Maes, een kleine crimineel die ze kort had gekend. En nog steeds schrijft ze verder aan een betere wereld, nu in De tijd dringt. Brieven aan grootouders voor het klimaat waarin ze met een aangrijpende tekst haar leeftijdsgenoten wil informeren en sensibiliseren over de klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Voor haar generatie en alle volgende generaties. Wat gaan we eraan doen?

Samen met heel wat andere mensen ben je ambassadeur van grootouders voor het klimaat. Waarom ben jij ambassadeur geworden?

‘Ken je het filmpje The Pale Blue Dot van Carl Sagan? Op drie en een halve minuut vertelt hij precies hoe het voor mij voelt: de aarde is onze thuis, alles gebeurt hier, hier wonen alle mensen waar ik van hou, mijn man, mijn kinderen, mijn kleinkinderen. Er is iets dramatisch aan de hand met dat blauwe bolletje, onze thuis. Kijk maar naar de actualiteit: verwoestende branden, extreem weer, overstromingen. Ik kijk met ontzetting naar het nieuws. Niet alleen omwille van die rampen, maar ook vanwege onze reactie, of beter het gebrek daaraan. Als het gaat over de branden op Rhodos hoor ik niets over de klimaatopwarming, maar worden mensen in Zaventem geïnterviewd over hoe lang ze in hun hotel hebben moeten wachten. Als het gaat over de extreme hagelbuien in Noord-Italië, dan wordt er verteld over de blutsen in de auto’s. Een week daarna zijn de hotels op Rhodos weer volgeboekt … Alsof mensen niet goed beseffen wat er aan de hand is. Mijn bewustzijn van de problemen is steeds groter geworden. Ik heb al een aantal jaren het gevoel dat de hemel op onze kop valt. Daarom ben ik ambassadeur voor het klimaat geworden.’

Wat staan de grootouders voor het klimaat precies voor?

‘Het is een groeiende burgerbeweging die probeert mensen te sensibiliseren voor het klimaat. We proberen te lobbyen voor onze planeet. Je hebt de olielobby en de sigarettenlobby, waarom zouden wij dan niet proberen te lobbyen voor een goede zaak?

We zijn schandelijk laat, maar hopelijk niet te laat. We moeten de realiteit, de inconvenient truth, onder ogen durven zien.

Als individu kan je zoveel mogelijk proberen bij te dragen, maar dat is niet genoeg. Er is meer nodig. Veel meer. Politici moeten lange termijn beslissingen durven nemen die op het eerste zicht misschien niet populair zijn, maar wel noodzakelijk. En dat zullen ze alleen doen als er genoeg druk is. Of als er genoeg mensen achter hen staan, zo je wil. Ik las een interview met filosoof Philipp Blom over hoe we niet meer leven met de natuur, maar haar als primaten hebben onderworpen. Collectief. En daar zit het probleem: het is een probleem van heel de planeet, niet van het individu. De hele mensheid wordt ermee geconfronteerd. Hoe moet je dan ingrijpen? Wie moet dat doen? De wereld is daarover verdeeld. Leiders die opstaan en het probleem aankaarten, worden verweten dat ze deel zijn van het probleem. Kijk maar naar Al Gore bijvoorbeeld. Of Frans Timmermans, die straks misschien premier van Nederland wordt en die dan ondanks zijn visie en sterke overtuiging toch zal moeten schipperen. Daarom heb ik een mateloze bewondering voor Greta Thunberg. Zij heeft de wereld wakker geschud, een klein meisje met vlechtjes dat vol overtuiging strijdt voor het klimaat en steeds meer mensen doet nadenken.’

Het rapport van de Club van Rome waarschuwde voor de grenzen aan de groei. Het verscheen in 1972. Is het met de tijd niet verdrongen geraakt door allerlei andere gebeurtenissen?

‘Ik vrees van wel. Ik schrijf dat ook in mijn brief aan mijn generatiegenoten van mei 68, die in het boek De tijd dringt verscheen. Laat me even voorlezen: ‘Ik ben beschaamd dat ik Grenzen aan de groei, het fameuze eerste rapport van de Club van Rome, niet meer in mijn boekenkast heb staan. In de loop van de voorbije decennia heb ik de vergeelde pocket blijkbaar meegegeven met het oud papier. Iets uit de vorige eeuw, zal ik hebben gedacht.

En dan te weten dat de Club van Rome warempel, stel ik nu vast, werd opgericht in april 1968, nipt voordat de slogans van mei 68 kleur en klank gaven aan onze generatie van relschoppers en gezagsontrouwen.’ Toen dachten we nog dat het over de verre, verre toekomst ging. Mijn artikel over Grenzen aan de groei in weekblad De Nieuwe kreeg als titel De ineenstorting in 2100. En kijk, het is nu al zover.’

Greta Thunberg verwijt de oudere generatie dat ze egoïstisch is en alleen aan geldgewin en genieten denkt. Zit de generatie van de huidige grootouders met een schuldgevoel?

‘Ja. (gedecideerd) Al wil ik dat egoïsme toch verzachten met ons engagement. Wij waren ook de generatie van bijvoorbeeld de problematiek van de Derde Wereld. Het gevoel van machteloosheid van toen heb ik nu ook als het over het klimaat gaat. Eerlijke verdeling, geen uitbuiting, wereldvrede, … al die kapitale problemen hebben eigenlijk dezelfde grond: het gaat erover hoe we met elkaar en met onze planeet omgaan.’

Je kleinkinderen zijn een sterke motivatie. Hoe oud zijn ze?

‘Ik heb vier kleinkinderen. Julius en Clara zijn bijna veertien, een tweeling. Het zijn wereldburgers. Ze zijn geboren in New York en wonen in Parijs. Ze zijn opgegroeid zonder auto. Hun ouders hebben zelfs geen rijbewijs, geen tv. In steden als New York en Parijs heb je geen auto nodig, integendeel. Op school zijn ze de enigen zonder smartphone. En dan zijn er de twee kleintjes. Mina van zeven en Maurice van vier. Ze wonen vlak bij ons, komen vaak spelen. Wat ik van hen heb geleerd? Als Mina haar handjes wast, gaat de kraan dicht als ze die inzeept en weer open om ze af te spoelen. Dat doe ik nu ook. Geen water verkwisten. Haar generatie is daarmee opgegroeid. Die kleintjes hebben een sterk ecologisch bewustzijn. Als ze in de tuin spelen, zijn ze geïnteresseerd in alle kleine beestjes, ze hebben er geen schrik van, integendeel. Ze gaan veel beter met de natuur om dan wij. Onze tuin is geen strak gazonnetje, nee, we maaien er paden in, maar hele stukken mogen wild zijn. Mijn bloemen veldje giet ik alleen met regenwater. We zijn zuiniger met alles. Laten de auto staan als het kan. Ja, we hebben zo’n houtkachel, zo’n Scandinavische … Dat is niet goed met al dat fijn stof. Dus gaat ze zo weinig mogelijk aan. Ik probeer bewust te leven. Afval sorteren? Natuurlijk. Is het genoeg? Nee, wat je individueel doet is goed, heel goed, maar niet goed genoeg. Er is meer nodig, collectief. Bij de vorige verkiezingen kon je via een stemwijzer zien welke politieke partij het best bij je past. Al die vragen gingen over persoonlijke voordelen: wat is het beste voor jouw pensioen, voor jouw ouderschapsverlof, voor alle mogelijke voordelen als burger? Allemaal individuele vragen, gericht op eigenbelang. Tegen de volgende verkiezingen willen we met de grootouders voor het klimaat een stemwijzer ontwikkelen die aangeeft wat het beste is voor ons allemaal, voor de mensheid, voor het klimaat, voor de volgende generatie en alle generaties daarna.’

De klimaatcrisis is een systeemcrisis. Kunnen we wel van systeem veranderen, collectief en wereldwijd? Komt het nog goed? Is het niet te laat?

‘Dat weet ik niet. Alleszins: de tijd dringt. En niets doen, is geen oplossing. We zijn schandelijk laat, maar hopelijk niet te laat. We moeten de realiteit, de inconvenient truth, onder ogen durven zien. Zoals ik ook schreef in Brieven aan grootouders voor het klimaat: ‘We zijn oud, eindig en nietig en onze generatie is al even uitgedund als het haar van vooral de mannen onder ons. Maar goed, tijdelijkheid en kleinschaligheid mogen geen excuus zijn voor passiviteit, laat staan voor onverschilligheid.’

 

Info: De tijd dringt. Brieven aan grootouders voor het klimaat verscheen bij EPO Uitgeverij.