01 dec '23

Een siertuin
goed voor mens en natuur

570
door Herman Dierickx
Het gaat niet bijster goed met de natuur. Veel van de oorzaken zijn bekend, maar … daar gaat deze tekst niet over. Ook niet over hoe erg het nu precies is gesteld met het verdwijnen van een aantal soorten. Nee, we bekijken wat we er zelf aan kunnen doen zonder ons daarvoor luid op de borst te moeten kloppen. Handen uit de mouwen!

Het goede nieuws: onze regio leent zich daartoe. De bodemverscheidenheid in de Vlaamse Rand is een geweldige schat die ons zo in de schoot wordt geworpen. Als we daar op inspelen, zit de natuur gebeiteld. Heel wat mensen zien het potentieel. Zoals bijvoorbeeld de amateur natuurfotografen Jens Goos of Hedwig en Mia Hemelhof-Hellemans waarmee ik voor de plaatselijke gemeenschapskrant buurten in Sint-Genesius-Rode op wandel ging.

Hoe doe je dat?

Goos formuleerde het zo: ‘We hebben nog slechts kleine groene plekjes, maar ze zijn dikwijls heel bijzonder. Als we erin slagen de kwaliteit nog te verbeteren, zitten we goed.’ Hemelhof stelde vast ‘dat er in Rode zo veel speciale natuurplekjes zijn die we moeten koesteren. Alleen al het reliëf draagt daartoe bij.’ Twee keer de nagel op de kop. En twee keer een perspectief om zelf iets mee te doen. Het valt op dat veel inwoners van de Rand zich bewust zijn van de ecologische waarde van hun leefomgeving.

Alleen is het niet altijd duidelijk hoe ze daar zelf op kunnen inspelen. Als ze hun tuin een ecologische invulling geven, draagt dat zeker bij aan de lokale biodiversiteit. Daar zijn steeds meer mensen toe bereid, maar hoe doe je dat? Wat je daar zoal over leest of hoort, is niet altijd even duidelijk. De ene zegt zus, de andere zo. Allebei zijn ze overtuigd van hun gelijk, maar jij staat er wat besluiteloos bij. Klinkt vertrouwd?

Kleine stapstenen

Praktijkervaring heeft echter geleerd dat het niet zo moeilijk is om zelf de hand aan de ecologische ploeg te slaan. De aanleg van een eigen ecologische tuin kan je samenvatten in een vijftigtal basisprincipes. Welnu, grijp je kans. Vanaf deze maand geven we in de rubriek middenin van elke editie van RandKrant een basistip mee. Daaruit zal blijken hoe eenvoudig het werkt. Alle tips zijn gebaseerd op veldervaring, gecombineerd met een onderbouwde achtergrond.

Onderschat niet wat je persoonlijke bijdrage kan betekenen om de ecologie in de Rand te verbeteren.

In de Rand is veel mogelijk. Ook op het nabije platteland en in de stad kan je de natuur een stevig duwtje in de rug geven. Als je er de nodige aandacht voor hebt, stel je vast dat het werkt. Of die tuin nu groot of klein is, maakt niet veel uit. We nemen telkens het voorbeeld van een kleine tuin tussen vijftig en vijfenzeventig vierkante meter. Groter of kleiner kan natuurlijk ook, maar met dit beperkt aantal vierkante meter bestrijken we het overgrote deel van de tuinen in de Rand. Het zijn evenzoveel kleine stapstenen met veel natuur passend in een groter netwerk van zoveel duizenden tuinen, natuurgebieden, beken en rivieren, (spoor) wegen,… Gezien de enorme verscheidenheid aan bodemtypes betekent dit een enorme verscheidenheid aan natuurwaarden. Het ene is namelijk onlosmakelijk verbonden met het andere. Dat is al een eerste tip. Op het einde van de rit weet je wat gedaan en draag je bij aan de noodzakelijke vernatuurlijking van onze leefomgeving. Wat goed is voor de natuur is ook goed voor de mens.

Een netwerk

Zo proberen we het versnipperde landschap opnieuw te doen aansluiten op een blauwgroen netwerk. Dat ligt er op veel plaatsen gehavend bij omdat we grote oppervlakten hebben vol gebouwd en allerlei straten en wegen hebben aangelegd. Dat zijn veelal onneembare hindernissen voor planten en minder mobiele dieren. Die hebben het moeilijk. Zij zijn gebaat bij meer natuurlijke tuinen met betere verbindingen.

Zo is Arnout uit Duisburg er jaren geleden zelf aan begonnen in zijn tuin van ongeveer honderd vierkante meter. Op een mooie zomerdag gonsde het er van de zweefvliegen en bijen. ‘De eerste inrichting vroeg wel wat werk, maar daarna valt het best mee. De natuur werkt voor jou, en de moeite om hier en daar wat aan te passen, is zo beperkt dat mijn siertuin nu nog nauwelijks werk vraagt.’

De overheid zoals het Agentschap voor Natuur & Bos (ANB), de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), instanties als Aquafin, ngo’s als Natuurpunt doen allemaal hun best om voor onze natuur te zorgen. Als ook bedrijven en particulieren meedoen dan zijn dat weer veel vierkante meters robuuste natuur die er bijkomen. Elke vierkante meter telt, net zoals elke druppel telt voor de waterhuishouding. Onderschat niet wat je persoonlijke bijdrage kan betekenen om de situatie te verbeteren.