01 okt '16

Geleidelijk aan verliefd worden

1428
door Jens De Smet
Lies Vandenbroucke uit Terlanen werd vorige maand door Karolin Geyskens aangeduid om deketting voort te zetten.

Lies Vandenbroucke woont samen met haar man Wouter en drie kinderen in Terlanen, een piepklein dorpje op de grens van Vlaams-Brabant met Wallonië. ‘Het werk heeft ons naar hier geleid. Ik ben van Heverlee, mijn man van Oostende. Na onze studies zochten we een plek waar we een kinesitherapeutenpraktijk konden opstarten. Het was een doelbewuste keuze om ons niet te ver van een stad te vestigen, dat mocht ook Leuven of Gent zijn.’

Uiteindelijk kwamen ze in Huldenberg terecht. ‘Geleidelijk aan ben ik verliefd geworden op de regio. Het is hier heel rustig wonen, zeker in Terlanen. Zo rustig dat je voor boodschappen al snel richting Overijse moet. Daartegenover staat wel dat als wij hier buitenkomen, recht de natuur instappen.’

GEWOON LEUK

Dat noemt Vandenbroucke de grote aantrekkingskracht van de Rand. Een mooie plek om te wonen en te vertoeven. ‘Het is hier gewoon leuk. Mijn man is een fervente sporter. Hij leeft zich hier dus uit op een heuvelachtig parcours waar hij zelfs kasseistroken tegenkomt. En ik geniet van de omgeving.'

'Wat mij opvalt, is dat zeker ons deel van de Rand zich meer op Leuven richt dan op Brussel. Een verklaring heb ik daar niet echt voor. Mensen die hier opgroeien, kennen Brussel en zijn het gewend om kortbij de hoofdstad te wonen. Maar voor mij als inwijkeling blijft het toch soms een big beast.’

Omdat ze thuis werken, valt voor hen één van de grootste nadelen van de regio – ver- plaatsing – weg. ‘Wat ik eerst een nadeel vond, was de taal. Niet dat ik iets tegen het Frans heb, maar ik was de taal gewoon niet machtig. Omdat we heel wat patiënten uit Wallonië hebben, zag ik het als een grote uitdaging om de taal onder de knie te krijgen. Ik vond dat ik het aan mijn patiënten verplicht was.’

Vandenbroucke legt uit: ‘Als kinesitherapeuten zijn wij zorgverstrekkers, geen winkeleigenaars. Het probleem van de patiënt moet verholpen worden. Dat kan pas als ze hun probleem goed kunnen uitleggen. Soms wil een Franstalige die uitleg in het Nederlands doen. Maar ik heb niets aan een halve uitleg. Ik vraag hem dan om zijn kwaal in het Frans uit te leggen, zodat ik hem kan helpen. Vandaag lukt dat. Door het werk heb ik het Frans goed onder de knie.’

EIGENAARDIGHEDEN

Voor haar kinderen kiest ze bewust voor Nederlandstalig onderwijs. ‘Ik merk dat de kinderen van vrienden uit Gent of Leuven meer moeite hebben met de Franse woorden en klanken. Mijn kinderen horen die dagelijks in school of bij hun vriendjes. Hopelijk halen ze daar later voordeel uit.’

Ze vindt dat elk kind school moet kunnen lopen en zijn hobby moet kunnen uitoefenen in de taal die hij of zij wilt. ‘In Overijse kunnen we gelukkig overal in het Nederlands terecht, maar ik weet dat er in de Rand plekken zijn waar dat moeilijker ligt.'

'Toen ik nog in Halle woonde en er voor de eerste keer moest gaan stemmen, vond ik het bijvoorbeeld confronterend dat je op zo veel Franstalige partijen kon stemmen. Ik, uit Heverlee, had daar eerder nog nooit bij stilgestaan. Ik vond dat niet oké. Het zijn eigenaardigheden die je alleen doorhebt als je in de Rand woont, maar dat kan mijn liefde voor de streek niet temperen.’