01 okt '18

‘We zien wat
automobilisten niet zien’

472
door Tine Maenhout
Fietspendelen zit in de lift. Dat blijkt uit de vele getuigenissen die in deze rubriek aan bod kwamen. Hoe kunnen we deze reeks beter eindigen dan met Frank Deboosere himself?

We lieten vele dappere sportievelingen aan het woord, pendelaars die hun fiets als vervoersmiddel verkiezen boven de auto of het openbaar vervoer om dagelijks de Rand te doorkruisen richting werk. Ze zijn unaniem: met de fiets gaat het sneller, is het leuker en meer ontspannen dan met enig ander vervoersmiddel. Geen van hen zou terug willen naar de verloren uren in de file, de afgesloten auto, de dagelijkse eentonige weg. Van op hun fiets ontdekken de fietspendelaars prachtige uitzichten, ervaren de seizoenen en ze voelen dagelijks hoe een flinke portie zuurstof deugd doet. En ja, soms genieten ze er in hun binnenste van om tijdens de ochtendspits al die vloekende, stilstaande chauffeurs voorbij te kunnen rijden. Is alles pais en vree? Nee, de infrastructuur en de plaats die fietsers krijgen, kunnen stukken beter, net als de mentaliteit van vele autobestuurders.

TOENAME

Het aantal fietspendelaars stijgt nog elke dag. Sinds 2015 nam hun aantal toe met meer dan 13%. Daarmee komen we uit bij 1/5 pendelaars die geregeld hun fiets bovenhalen. Een van de pioniers, die ons tot deze rubriek inspireerde, is de bekende televisieweerman Frank Deboosere. Hij rijdt zelf al meer dan elf jaar dagelijks met de fiets naar de VRT. Hij blijkt een trendsetter, want in de jaren negentig koos hij reeds voor de elektrische fiets. Fietsen doet hij nog steeds, al heeft hij het elektrische exemplaar ingeruild voor een gewone tweewieler. Frank Deboosere fietst 52 km per dag. Dat is goed voor drie uur heen en terug en voor een totaal van 115.000 km. 

NOOIT FILES

Ook Deboosere zweert bij zijn fiets. ‘In al die jaren dat ik met de fiets pendel, heb ik nog nooit files gehad. Ik word minder ziek, voel me beter in mijn hoofd en heb tienduizenden euro’s bespaard.’ Enkel bij vrieskou laat hij zijn fiets aan de kant, maar van regen en wind is hij niet bang. ‘Het regent gemiddeld 7% van de tijd’, zo rekende hij uit. ‘Met aangepaste kledij is het perfect mogelijk om buien te trotseren. Ik hou wel van het tikkende geluid van de regen op mijn regenjas.’ Deboosere sluit zich aan bij de grote groep pendelaars die op een betere fietsinfrastructuur aandringen. Volgens hen laat de infrastructuur in de Rand op veel plaatsen te wensen over. Deboosere zag in al die jaren wel een verbetering. ‘Er zijn meer fietspaden en ze worden ook beter onderhouden, maar er is nog heel wat werk aan de winkel.’ Ook aan de houding van autoritaire automobilisten moet volgens hem iets veranderen. Deboosere werd al eens aangereden door een automobilist die het fietspad negeerde, met een gebroken elleboog tot gevolg. Bijna elke fietspendelaar heeft soortgelijke verhalen. Jammer, want dat schrikt heel wat mensen af om met de fiets naar het werk te gaan.

DE ZON ONTWAAKT

Maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen. Als je de fietsdagboeken van Deboosere leest, merk je, net als bij alle fietspendelaars die in deze rubriek aan bod kwamen, een grote liefde voor de mooie omgeving van de Rand. Allemaal beschrijven ze de magnifieke landschappen van de groene gordel rond de hoofdstad. Ze vertellen hoe ze in de winter de zon zien ontwaken en in de zomer het groen zien zinderen onder de zomerlucht. ‘We zien wat automobilisten niet zien. We ademen lucht waardoor ons lichaam al sportend ontspant en ons hoofd leegvloeit.’