01 mei '17

‘Het weer is fantastisch’

2860
door Patrick Gijssels
De Indische uitbaters van restaurant Namasté in Sterrebeek stralen als ze over ons land praten. ‘Wij zijn zo dankbaar dat jullie de deur voor ons open lieten.’

Het interview verloopt in het Engels, toch is het taalbewustzijn groot. ‘Onze dochters zijn hier geboren. Omdat we in Vlaanderen wonen, kozen we voor het Heilig Hartcollege in Tervuren en niet voor de British School.’ Allebei kwamen ze vanuit India naar België met een werkvisum, Shahzada als eerste, twintig jaar geleden, zijn echtgenote Ruby veertien jaar terug.

Een restaurant beginnen in een dorp in Vlaanderen is niet evident. Jullie staan er nu acht jaar. Wat was moeilijk en wat gemakkelijk?
Ruby: ‘Starten was financieel niet gemakkelijk (lacht). We hadden een lening nodig en die hebben we gekregen.’
Shahzada: ‘We wilden iets opstarten dat er nog niet was. In Brussel heb je veel restaurants, in Sterrebeek geen. Mijn vrouw houdt van koken en we dachten dat het kon lukken door het grote aantal expats en de luchthaven in de buurt. En inderdaad, een groot deel van onze klanten spreekt Engels, onder meer de talrijke Vlamingen.
België is klein en internationaal. Op twee uur rijden, kan je een ander land leren kennen, zonder een vliegtuig te nemen. Geweldig is dat. We hebben heel wat gereisd in Europa, de VS en Azië. Hier kan je 150 nationaliteiten ontmoeten, de mensen hun keuken proeven en hen leren kennen. België is een van de beste landen ter wereld. Hier heb je de beste sociale zekerheid, de beste medische verzorging.
Onlangs was een Vlaamse klant voor het eerst naar Afrika gegaan. Er was geen zuiver drinkwater, geen toilet, geen speelgoed. Toen ze terug in België was, begon ze haar eigen land meer te appreciëren. Zo gaat dat. Enkel uit ervaring kan je echt vergelijken. Volgens mij krijg je in dit land heel veel kansen.’

Regeltjes en heel wat administratie zijn er ook. Zijn dat geen hindernissen als je een restaurant houdt?
Ruby (fel): ‘Regels zijn er voor het welzijn van de mensen. Wij willen alle regels van dit land volgen, want de mensen zijn zo gastvrij geweest ons hier toe te laten zodat wij een beter leven konden hebben. Dank je, heel België!’
Sahzada: ‘In India betaal je ook belastingen, maar je kan nooit het comfort verkrijgen dat je hier hebt. We zijn hier heel gelukkig. Sommige mensen passen zich niet aan en profiteren van het systeem. Daardoor ontstaan er problemen met buitenlanders en ontstaat er angst bij de Belgen.’

Wat vond je ongewoon als je hier begon?
Shahzada: ‘Mijn vrouw was net in België aangekomen en we waren door vrienden uitgenodigd om te komen eten, een van hen vroeg wat ze van België vond. Het weer is fantastisch, zei ze. Onze gastheren keken verbaasd en vroegen of ze gek was (lachen allebei).
In India is het tijdens de zomer 45 °C. Als het uitzonderlijk eens regent, gaan we in short op straat voor een regendans. De seizoenen zijn onveranderlijk: een hete zomer, het moessonseizoen met dagelijkse zware regen, de herfst en een zeer koude winter, met pakken sneeuw in de bergen. Hier in België heb je soms vier seizoenen op een dag (lachen). Het weer is een luxeprobleem.

‘We denken positief en trachten dat ook over te brengen op onze dochters.’

Geluk zoek je in jezelf, niet daarbuiten. Als je voorwaarden stelt voor geluk, zoals een eigen huis, een auto of goed weer, is het moeilijk om geluk te vinden. We denken positief en trachten dat ook over te brengen op onze dochters. Een leraar zei me onlangs dat mijn dochter er altijd zo gelukkig uitziet. Het is een persoonlijke ingesteldheid die mogelijk ook door onze katholieke godsdienst komt. We willen dit in de praktijk brengen, zo niet is de overtuiging zinloos.’

Ruby: ‘Onze kinderen voelen zich Belgen, ze zijn hier geboren. We hebben hen vanaf het begin warm laten eten op school, om de Belgische keuken te leren kennen. Als je niet openstaat voor wat anders is, kan je niet gelukkig zijn. Pasta en tomatensoep met ballekes zijn nu hun geliefde gerechten.
Toch willen we ook dat ze onze taal behouden. We spreken Hindi met hen zodat ze nog kunnen communiceren met de familie in India. Het zijn tieners en toch spreken ze al vlot Nederlands, Hindi, Frans en Engels. Ik studeerde anderhalf jaar Nederlands. En zij leren ons beter spreken. Het feit dat wij maar beperkt Nederlands en Frans spreken en toch een goede zaak hebben, zegt genoeg over de open geest van de klanten. En als mijn man en ik fouten maken in het Nederlands, lacht niemand ons uit. Dat is fijn.’