01 dec '15

De waarheid is een leugen

2320
door Patrick Gijssels
Wie naast de spoorlijn Leuven-Brussel fietst, ziet hem soms. Een magere man met grijze paardenstaart op een racefiets, een retrofiets of in een zelfgebouwde ligfiets. Van Herent naar het Atheneum van Zaventem en terug, elke dag 50 km aan hoge snelheid. Leraar Nederlands, fietsenbouwer en kunstenaar.

Is er de laatste twintig jaar veel veranderd in de klas?
‘Taal! Twintig jaar geleden had ik 90% Nederlandstaligen in de klas. Nu komen ze voor 80% uit andere landen. Sommige leerlingen zijn gemotiveerd en intelligent en spreken op korte tijd goed Nederlands. Anderen redden zich op communicatieniveau maar schieten tekort op studietaal. Ik moet mij aanpassen en meer nadenken over hoe ik iets aanbreng. Vroeger zei ik: de waarheid is een leugen, en volgden er glimlachjes. Omdat die zin iets hééft, maar de paradox ervan ontgaat hen meer en meer.’

Een leraar vroeg hoe je erin slaagt de klas zo rustig te houden. Je antwoord was: liefde. Dat begreep hij niet.
‘Toch is het zo. Voor mij is een leerkracht vier letters ‘l’. De eerste ‘l’ staat voor liefde. Je moet je leerlingen graag zien. Toch preekt de pedagogische opleiding dat je streng moet zijn, wat snel overeenkomt met boos. Daarmee verziek je de sfeer. Nee dus. Als je lief bent, hoeft boze strengheid niet. Ik geef toe dat het niet altijd evident is om hen graag te zien.’ (lacht) ‘Want ze maken meer lawaai dan vroeger of ben ik het, die ouder wordt?

‘Je moet je leerlingen graag zien.’

Enfin, de tweede ‘l’ staat voor les geven aan 100 per uur. Vanaf de eerste stap in het klaslokaal weten wat je doel is, wat je hen wilt aanleren of laten beleven. Nooit loslaten. De derde ‘l’ is leraar zijn en dat ben je 24 uur op 24. Een spons die alles opneemt dat bruik-baar is om terug te geven aan je leerlingen. Op school wil ik ook alles horen en zien, ik wil weten wie alleen staat, wie mogelijk gepest wordt. Observeren doe ik graag en vaak.
De vierde ‘l’ staat voor lachen. Een les zonder pret is dodelijk. Humor is bij mij vaak taalhumor en dat wordt hoe langer hoe moeilijker voor hen.’

Ik ga ervan uit dat je minder moet voorbereiden en meer vrije tijd hebt?
‘Klopt niet. Hoe langer ik in het onderwijs sta, hoe meer ik moet werken. Hoe kan dat toch? Het wordt erger en erger. Ik werk elke weekdag tot 22 uur voor de school en nog eens een halve dag tijdens het weekend. Gelukkig zijn er de vakanties. Voor elke stap, voor elk gesprek moet je een formulier invullen. Ik vind het niet normaal.’

Racisme, heb je daar vaak mee te maken?
‘Als ik naar mijn school kijk, geloof ik dat racisme op termijn uitsterft. Leerlingen pikken veel op van andere culturen. Ook de Nederlandstaligen zijn daarover enthousiast. Ze leren samenleven op school en vormen een sterk blok. In Herent waar ik woon, zijn er bijna uitsluitend Nederlandstaligen, daar zal die evolutie niet zo snel gaan. Toch zullen er altijd idioten zijn die racistisch blijven, zoals ook het onkruid niet vergaat.
Wat ik veel erger vind dan racisme is hardlijnse godsdienst. Godsdiensten beweren dat ze als enige de waarheid bezitten. Maar als jouw waarheid de enige is, kent de andere enkel de verkeerde waarheid en heeft hij dus geen recht van spreken meer. Welke essentiële boodschap draagt elke godsdienst uit? Wees een goed mens. Dat komt altijd terug. Toch slaan ze een ander de kop in. Telkens weer.
Daarom zeg ik: de waarheid is een leugen. Ieder heeft recht op zijn waarheid. De slogan van Karl Popper Optimism is a moral duty hangt aan de klasmuur. De toekomst ligt open en daar zijn we samen verantwoordelijk voor. Daar geloof ik in. Vooruit willen, ondanks tegenslagen. Heb ik van mijn moeder geleerd.’

Hoe was jouw secundair?
‘Ik heb drie jaar overgedaan. Onder meer door de vrijheid die ik van mijn ouders kreeg. Met de rugzak erop uit. Ervaringen als jongere gaan je hele leven mee. Ik heb soms de indruk dat jongeren vandaag vrij zijn niet zo belangrijk meer vinden als wij toen. Velen willen eerder een 4x4 of rijkdom. En ze worden gemaakt door de dictatuur van de angst. Met hun gsm voelen ze zich veilig, zonder zijn ze verloren. Hun ouders controleren ook voortdurend. Ik zeg dan: zorg dat je geleefd hebt! Niet wachten. Doen! Pluk het leven, want de tijd tikt.’