01 okt '16

Iedereen botst,
zonder onderscheid van ras of stand 

1063
door Patrick Gijssels
Ze zijn opgegroeid in de garage die hun vader in 1958 opstartte. De zaak in Zaventem is omgedoopt tot Carrosserie Centrum. Ze werken met zeven personeelsleden en werk is er genoeg. Toch kijken ze met gemengde gevoelens naar de toekomst.

Wat zijn de tendensen in de carrosseriewereld en wat zijn de uitdagingen voor jullie familiebedrijf?
‘De meeste carrosserieën in België werken zoals wij. Demonteren van stukken, plaatwerk en voorbereiden, gebeurt op diverse werkvloeren. Spuiten gebeurt met de hand in de spuitcabine. Wij zijn mogelijk de laatste generatie ambachtelijke herstellers. Nu al zijn er bedrijven die honderden wagens per week herstellen op een lopende band. Elk personeelslid heeft er zijn vaste stek en deeltaak.’

‘Alles evolueert snel. Als iedereen over en kele jaren met een zelfrijdende wagen rijdt, botst er niemand meer. Toch zorgt de technische ontwikkeling niet altijd voor minder schade. Sinds op heel wat wagens parkeersensoren zijn gemonteerd, vervangen we meer dan ooit bumpers. Bestuurders vertrouwen er te veel op en rijden vaak te snel achteruit. Sommige wagens hebben sensoren die trager aanslaan en dan is het al te laat.’

‘De wegeninfrastructuur met verkeersremmers en rotondes zorgt voor minder ongevallen en voor minder zware aanrijdingen. Dat is een goede zaak. Voor ons heeft dit tot gevolg dat we in verhouding meer schade herstellen door aanrijdingen met paaltjes en garagepoorten. Een ander recent fenomeen is het hoge aantal totaal verlies verklaringen (perte totale). Bij een ernstig verkeersongeval zijn de kosten in België te hoog om alle technische snufjes te repareren. Soms zijn er drie tot vier airbags die uitploffen, gordelspanners die afgaan. Heel wat andere kosten dan vroeger. Technisch gaat het niet om een totaal verlies, want een volledig herstel van de wagen is mogelijk. De wagen krijgt het etiket economisch totaal verlies. De verzekeringsmaatschappij verkoopt ‘het wrak’ voor veel geld en vaak komt de wagen opnieuw in omloop in Polen of de Baltische staten of nog verder van hier.’

‘De auto is nog steeds het statussymbool, de heilige koe.’

‘Een positieve evolutie bestaat erin dat bedrijven ons hun poolwagens toevertrouwen, zeg maar hun reservewagens, en wij met die wagens op onderhoud gaan, banden laten vervangen, en ook alle contacten onderhouden met de bestuurders van de wagens. Het is fijn om vast te stellen dat ook grote ondernemingen willen samenwerken met kleintjes zoals wij. Ook positief is dat we door de grote verzekeringsmaatschappijen erkend zijn als een betrouwbare carrosseriehersteller waardoor we voor 70% van de herstellingen niet op een expert moeten wachten. We maken foto’s van de schade, voegen ons bestek erbij en sturen alles elektronisch door naar de maatschappij. De goedkeuring volgt elektronisch en we kunnen onmiddellijk aan de slag.’

Zijn de mensen veranderd in al die jaren? Het taalgebruik?
‘Een klant op twee is anderstalig. Europese ambtenaren of Poolse bouwvakkers, iedereen botst zonder onderscheid van nationaliteit, religie, ras of stand en komt hier terecht. De samenleving is divers en dat toont zich in ons cliënteel. Vorige week heb ik een man getroost die huilde omdat zijn Peugeot 308, aangereden door een andere bestuurder, door de verzekeraar als totaal verlies werd verklaard. Aan de andere kant heb je de man of vrouw met de bedrijfswagen, voor wie een totaal verlies minder belangrijk is. Morgen krijgen ze een andere van hun werkgever.’ 

‘De auto is nog steeds het statussymbool, de heilige koe van de gemiddelde Belg. Voor sommige mensen is het bijzonder moeilijk om hun grote (bedrijfs)wagen achter te laten en in een kleine vervangwagen de straat op te rijden. Dat geeft soms ontevredenheid, maar de afspraken over het type vervangwagen zijn gemaakt door hun verzekeraar of hun werkgever. In het algemeen eisen mensen veel meer van ons dan vroeger.’

‘Soms zijn ze onredelijk. Iemand belt en vraagt of hij zijn wagen om 16 uur mag ophalen. We hebben op dat moment de wagen nog niet gekregen en weten zelfs niet wat de schade is. Dagelijkse kost is het. We vermoeden dat anderen veel van hen eisen en ze hetzelfde willen doen. Dat is een trend van de laatste tien jaar. De mentale problemen stijgen. Mensen verliezen de pedalen. Ze kunnen de samenleving niet meer aan.’

‘Een klant maakt drama omdat hij de volgende dag naar Utrecht moet en de vervangwagen geen gps heeft, waardoor hij er ‘onmogelijk’ kan geraken. Ga met de trein, heb ik hem lachend voorgesteld. Dat is toch onvoorstelbaar, in deze tijden? Enkele kilometers van hier slapen mensen onder een brug en anderen verdrinken in de Middellandse Zee. Een beetje redelijk blijven, toch?’