01 mei '16

Coup de foudre

2068
door Tine De Wilde
SINT-GENESIUS-RODE - Bescherm waardevol erf­goed tijdig. Dat is een duidelijke bood­schap na de hele drukte rond het al dan niet slopen van Horta’s Villa Féron. Hier het positieve verhaal van Villa Dirickx, alias Villa Leborgne (1933).

In 2007 werd Alexander Cambron op slag verliefd op dit beschermd erfgoed en kocht het. Wat eens een luxueuze residentie was, lag er toen bij als een ruïne met betonrot, vocht­ problemen, afbrokkelende steunpilaren… Met man en macht werd gedurende twee jaar gewerkt aan de restauratie volgens de huidige normen, met het grootste respect voor het oorspronkelijke gebouw, geen evi­dente opgave. Villa Dirickx is nu opnieuw een oord van schoonheid en luxe.

Dat is ook wat de oorspronkelijke bouwheer H. Dirickx, toenmalige directeur van het staalbedrijf Forges de Clabecq, voor ogen had toen hij in 1928 aan architect M. Leborgne vroeg een villa te ontwerpen met de sfeer van een inter­nationale hotellounge. Een gigantische resi­dentie, als een imposante sculptuur, verrees uit het landschap.

De kolossale ontvangst­ruimte had een marmeren waterbekken met fontein, een verdiepinghoge spiegel en een Escheriaanse trappenhal. De voorgevel is transparant, speels en open met horizon­tale raampartijen, inspringende volumes, terrassen en de karakteristieke betonnen wenteltrap. De Moderne Beweging en Le Corbusier zijn niet ver weg.

De achtergevel daarentegen is robuust en gesloten, als de boeg van een reuzenschip dat op je afgeva­ren komt, Horta’s Paleis voor Schone Kun­sten in art deco achterna. Het samenspel van modernistische en art­ deco-­elemen­ten is ongewoon, maar intrigeert. Alles hier ademt luxe, calme et volupté, een tijd­loos verlangen.