01 dec '20

Van Vier Armen tot
Sint-Stevens-Woluwe 

1906
door Wim Troch
In het novembernummer van RandKrant begonnen we aan onze verkenningstocht van de Ring rond Brussel. Deze etappe brengt ons in tegenwijzerzin van het Vier Armenkruispunt naar het knooppunt van Sint-Stevens-Woluwe.

Vorige keer lazen we dat de Ring tussen Waterloo en Tervuren eigenlijk geen echte snelweg is. De bebouwing langs de snelweg maakt dat duidelijk, maar ook enkele bekende, bizarre en niet ongevaarlijke kruispunten. Een van die kruispunten is het Vier Armenkruispunt in Tervuren, het vertrekpunt van deze etappe.

Sinds 1965 wordt dit kruispunt gedomineerd door de vier-armenbuilding, een functionalistisch ontworpen kantoorgebouw van elf verdiepingen. Een gigantische roze slak op de gevel zorgt voor een vrolijke toets op het nogal saaie pand aan het chaotische kruispunt. Dit is niet het enige kruispunt in ons land dat Vier Armen of Quatre Bras heet, maar misschien wel het bekendste en allicht ook het drukste. Hier snijden, al van lang voor er sprake was van de Ring, de banen tussen Mechelen en Waterloo (vandaag de N227 tussen Tervuren en Waterloo die vanaf de jaren 70 is uitgebouwd tot een stuk van de Ring) en tussen Brussel en Leuven (vandaag de Brusselsesteenweg en de N3) elkaar.

Twee kruisingen worden één

Om de veiligheid en doorstroming op het kruispunt te verbeteren, werd in de jaren 80 de Vier Armentunnel aangelegd. Sindsdien moet het verkeer tussen Zaventem en Waterloo ondergronds; het verkeer dat van op de Ring ofwel richting Tervuren ofwel richting Oudergem wil, moet via het bovengrondse kruispunt. Op een gemiddelde werkdag passeren bijna 100.000 voertuigen door de tunnel. Toch blijft het bovengrondse kruispunt vaak onoverzichtelijk en zijn opstoppingen  schering en inslag. Om het verkeer vlotter te laten verlopen, worden de twee kleinere kruisingen weggewerkt. Het kruispunt wordt omgevormd tot een compacter geheel, waarbij de assen loodrecht tegenover elkaar komen. Om meer pendelaars te verleiden om de fiets te nemen, komt er een fietsersbrug over de Ring, langs de Tervurenlaan (N3).

Met twee keer drie rijvakken en een overdaad aan op- en afritten is dit stukje Ring dag en nacht een kloppende verkeersader.

Die Tervurenlaan is een imposante groene boulevard, omzoomd met kastanjebomen en zilverlinden die de laan een majestueus karakter geven. De Tervurenlaan werd aangelegd in 1897, op initiatief van koning Leopold II. Voor de Wereldtentoonstelling van dat jaar wilde hij een vlotte verbinding tussen de twee locaties van de tentoonstelling: het Jubelpark in Brussel en de Koloniale Tentoonstelling op het voormalige koninklijke jachtdomein in Tervuren. Beide sites werden voorzien van grootse bouwprojecten, zoals het Paleis der Koloniën, die Brussel de allure van een mondaine wereldstad moesten geven. Leopold II is vandaag om meer dan één reden gecontesteerd, maar gevoel voor grandeur had hij wel. Uit diezelfde tijd dateert ook de tramlijn die de Ring aan Vier Armen kruist. Lijn 44, van Montgomery naar Tervuren, wordt de mooiste van Brussel genoemd, net omdat die door het groen en langs monumentale gebouwen gaat. De lijn passeert ook langs het Trammuseum in Sint-Pieters-Woluwe, een verborgen parel.

Upper class

Vandaag bepaalt het groen van het Zoniënwoud nog steeds de oostrand van Brussel. Dat was honderd jaar geleden nog meer het geval. De omgeving won vanaf de tweede helft van de 19e eeuw aan populariteit bij de Brusselaars uit de upper class. In die tijd was de hoofdstad één grote bouwwerf. Van de bouw van het Justitiepaleis tot de overwelving van de Zenne en de aanleg van de grote boulevards zoals de Anspachlaan, je kon geen hoek omslaan of er werd gewerkt. Daarom trokken veel Brusselaars in hun vrije tijd naar de groene rand. Voor één dag, of wie het zich kon veroorloven liet een zomervilla bouwen. Onder meer in Tervuren, waar enkele prachtvoorbeelden van burgerijvilla’s en cottages uit de fin-de-siècle te vinden zijn.

Een andere aanwijzing dat de meer begoede klasse zich hier thuis voelde en voelt, is de Ravenstein Royal Golf Club. Die werd door – opnieuw hij – Leopold II in 1906 in het leven geroepen. Daarmee is de club een van de oudste golfclubs van het land. Leopold stelde zijn jachtdomein ter beschikking. Het clubhuis ligt op nog geen 500 meter van de Ring, maar is goed tegen lawaai en pottenkijkers beschermd door een dichtbegroeid bos. Het is een oude hoeve met een geschiedenis tot halfweg de 18e eeuw, die ooit toebehoorde aan prins Willem-Frederik van Oranje, de latere Nederlandse koning Willem II. Na de Belgische onafhankelijkheid werd het domein eigendom van de Belgische Staat, die het op zijn beurt aan Leopold II schonk.

Schone Lucht

Ten noorden van het Vier Armenkruispunt heeft de Ring overduidelijk het statuut van autosnelweg. Met twee keer drie rijvakken en een overdaad aan op- en afritten is de Ring dag en nacht een kloppende verkeersader. Eentje die in deze etappe Kraainem, maar vooral Wezembeek-Oppem doorklieft. Sinds 1976 maakt de Ring hier onomstotelijk duidelijk dat die ooit zo landelijke gemeenten niet opgewassen zijn tegen de steeds uitdijende verstedelijking. Maar liefst acht bruggen op amper twee kilometer zijn er nodig – waaronder eentje voor de tram – om de samenhang tussen de delen van Wezembeek-Oppem die door de R0 gescheiden zijn, te vrijwaren.

De voordelen van de nabijheid van de Ring wegen voor velen blijkbaar zwaarder door dan de nadelen zoals geluidshinder en een verminderde luchtkwaliteit, want het is langs deze kant van de Ring dat de duurste huizen staan. Onder meer langs de Kraainemse Baron Albert d’Huartlaan, die op het Vier Armencomplex uitloopt. Na de dood van de baron in 1927 werden zijn  gronden in het Stokkelbos, op de grens tussen het Hoofdstedelijk Gewest en Kraainem, verkaveld. Van de jaren 30 tot de jaren 60 werden er ruime villa’s gebouwd. De verzameling aan diverse bouw stijlen die je langs deze laan vindt, is een ommetje waard. Ook in Wezembeek-Oppem werd na de Eerste Wereldoorlog een villawijk gebouwd. Vanaf 1925 kon de steeds groter wordende groep pendelaars terecht in de straten rond de Schone Luchtlaan. Vandaag klinkt die naam wat ironisch, want duizenden auto’s razen elke dag rakelings voorbij op de Ring. Tenzij ze in de file staan te bumperen natuurlijk.

In weerwil van het imago zijn niet alle huizen in Kraainem en Wezembeek-Oppem grote kasten. Vlakbij de uitrit Wezembeek-Oppem, in de Jules Adantstraat en de Bouvier-Washerstraat, staan uitermate charmante kleinere woningen. Deze tuinwijk werd in 1920 naar Engels model gebouwd voor oorlogsinvaliden. In sommige van de gevels zijn nog herdenkingsplaten te zien. Het zijn schoolvoorbeelden van de duizenden sociale woningen en arbeidershuizen die na de Eerste Wereldoorlog werden gebouwd.

Manhattandroom uit de jaren 60

Nog verder naar het noorden ligt de verkeerswisselaar van Sint-Stevens-Woluwe, waar de Ring en de E40 elkaar kruisen. Het op- en afrittencomplex is een turbineknooppunt. In tegenstelling tot bij klaverbladknooppunten kan het verkeer dat van richting verandert op zo’n knooppunt dankzij een ingewikkeld weefsel van boogvormige bruggen zijn snelheid min of meer behouden. De  verkeerswisselaar kwam boven op de oude Keulse Baan, een Romeinse weg die naar … Keulen leidde. In Zaventem loopt nog steeds een stukje van dat traject, parallel met de E40 richting Leuven. 

Op een gemiddelde werkdag passeren bijna 200.000 voertuigen langs het knooppunt. De E40 snijdt hier tot diep in de stad. Aanvankelijk waren er zelfs plannen dat de nieuwe snelweg tussen Leuven en Gent de hele stad zou doorkruisen. Aan het Noordstation zou de snelweg de – ook nog aan te leggen – E19 (Antwerpen-Bergen) kruisen om daarna via Koekelberg en GrootBijgaarden richting Gent te lopen. Het maakte deel uit van het Manhattanplan, waarbij in de jaren 60 de volkse wijk aan het Noordstation werd opgeofferd voor wolkenkrabbers. Het project werd maar ten dele uitgevoerd. Er werden maar een paar kantoortorens gebouwd, en het megalomane plan van kruisende snelwegen midden in de stad stierf een vroegtijdige dood. De aanzet tot het Manhattanplan is op verschillende plaatsen evenwel nog altijd zichtbaar. Zoals hier, met de stadssnelweg tot aan de Reyerslaan. Al probeert de Brusselse regering de alleen heerschappij van Koning Auto een beetje terug te schroeven, onder meer door de E40 vanaf Evere om te vormen tot een stadsboulevard. Er geldt een snelheidsbeperking en de rijstroken worden smaller. Afwachten of dat ook daadwerkelijk voor minder auto’s in de stad en op de Ring zal zorgen.