01 sep '18

Borsjtsjschranzer

263
door Dirk Volckaerts

Het is september, en opnieuw zullen in Brussel en de Rand tienduizenden volwassenen enthousiast beginnen aan hun cursus Nederlands voor anderstaligen. Ik heb het altijd een beetje raar gevonden om dat NT2 – Nederlands tweede taal – te noemen, want voor velen is het Nederlands de derde, vierde of vijfde taal. Maar soit.

Nederlands leren heeft de laatste jaren enorm aan populariteit gewonnen en dat komt dus niet omdat het voor inburgeraars in Vlaanderen verplicht is om de taal te leren. De allergrootste groep mensen die zich aanmeldt voor een cursus Nederlands doet dat in Brussel, en daar is dat voor nieuwkomers niet eens verplicht.

Niet alleen de populariteit, maar ook de appreciatie voor het Nederlands lijkt groter dan ooit. Er wordt in het algemeen niet meer zo meewarig gedaan over ‘le flamand’. Al in de achttiende eeuw schreef de Duitse filosoof Johann Gottfried Herder dat er niet zoiets bestaat als ‘mooie’ of ‘lelijke’ talen, dat proza en poëzie, liefdesverklaringen en liederen in élke taal mogelijk zijn, ook in talen die maar door een paar honderd mensen worden gesproken, en dat iemand die iets anders beweert, dat doet uit chauvinistische, politieke of cultuurimperialistische motieven. Herder was een groot voorstander van meertaligheid. Eén van de noodzakelijke stappen voor de vooruitgang van de mensheid, zo stelde hij, is dat elke mens op aarde meertalig wordt opgevoed. Zo is dat! 

En omdat meertaligheid ook leuk moet zijn, even kort het volgende. In het Nederlands kan je, net zoals in het Duits, het Grieks of het Fins en vele andere talen, onbeperkt nieuwe woorden vormen door meerdere woorden aan elkaar te plakken. Dat is een eigenschap die veel talen, waaronder het Engels en het Frans, niet bezitten. Het zorgt er ook voor dat ‘het langste woord’ in het Nederlands (en Duits en Grieks en Fins en… en…) niet bestaat. Elk langste woord kan nog langer gemaakt worden door er nog een stuk aan te plakken. En het maakt het Nederlands ook uitermate geschikt voor woord- en taalspelletjes. Zo is een kerker onder een erker van een kerk in Lekkerkerk een… Lekkerkerkerkerkerkerkerker! Wie meer van dit soort bonte taalrariteiten lust, moet absoluut het geniale werk van Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- en letterkunde (1), ter hand nemen.

Een goede tien jaar geleden had ik hierover een geanimeerd tooggesprek met collega Freddi Smekens, Brussels journalist en iconisch dichter. Straatnaam in Brussel met vijf klinkers en één medeklinker? Aakaai! Langste palindroom ofte keerwoord in het Nederlands? Legermeetsysteemregel! Bij het woord met de meeste medeklinkers na mekaar (medeklinkerstapeling) raakten we het oneens. ‘Angstschreeuw’, zei Freddi. Ik zei: ‘Ik denk dat er een woord met méér medeklinkers moet bestaan’. ‘Misschien’, zei Fred, ‘maar het telt alléén als het ook ergens gepubliceerd is.’ We sloten een weddenschap af: als ik een gepubliceerd woord zou vinden met meer medeklinkers na mekaar dan ‘angstschreeuw’, dan zou ik een niet nader bepaalde hoeveelheid bier getrakteerd krijgen.

Ik vond het woord. Borsjtsjschranzer. Een schranzer van de Russische rodebietensoep borsjtsj. Tien medeklinkers na mekaar, een absoluut record. Alleen: het was niet gepubliceerd… maar daar was vlug een mouw aan gepast. Op slinkse wijze smokkelde ik het woord een paar dagen later in mijn hoofdartikel in Brussel Deze Week. (2) Wat een mens allemaal niet doet voor een niet nader bepaalde hoeveelheid bier! Santé.

  1. Geschreven onder het pseudoniem Battus, herwerkt in 2002 als Opperlans! en uitgebreid met een Opperlans woordenboek in 2007. De versie van 1981 staat online
  2. Opiniestuk: Asociale zeikerds