01 feb '21

Engelse ziekte

384
door Joris Hintjens
Het café was dicht. Spinrag hing tussen de scharnieren van de voordeur. De waardin had voor de gevel een tafel gezet met een handgeschreven bordje, bengelend aan twee stukskes plakband.

Warme Chocomelk: 3 euro
Dagsoep: 3 euro

Een mens doet wat ie moet doen om te overleven. De chocomelk vond ik wat flets, dus met een dagsoep in een kartonnen bekertje liep ik het plein op, in de richting van een bankje. In de verte kwam Tattooman aangewandeld. (Weet je nog? Die van Rita!) ‘Mmmmfrlps gedrml.’

Ik keek hem vragend aan. Hij trok zijn maskertje naar beneden tot onder zijn kin. ‘Dat ik er schoon genoeg van heb.’

‘Wie niet?’, antwoordde ik

‘Social distancing, lockdown, staycation,… Het houdt niet op, al die Engelse woorden!’

‘Ah, zo! Ik dacht dat ge het over uw maskerke had.’

‘Ook ja.’

Aan de overkant van het plein begon het drukker te worden aan het geïmproviseerd soep-en-chocomelkkraam van de waardin, die trachtte de orde te bewaren. ‘Eh, mannekes, straks heb ik de flikken aan mijn been. Graag een beetje afstand houden alstublieft!’

‘Ziet ge?’ Tattooman stak zijn vinger uit naar het kraam aan de overkant. ‘Zo kan het ook: een beetje afstand houden’. Moet dat echt social distancing zijn? Wat is er verkeerd met goed Vlaams?’

‘Engels bekt wat lekkerder, zeker? Wat is er verkeerd aan een leenwoord af en toe?’

‘Dat het er veel te veel worden.’ Ik besloot om zijn taal-nationalisme op de proef te stellen.

‘Zijt gij het voorbije jaar ooit naar een sluitopfeestje geweest?’

Nu was het de beurt aan Tattooman om verbaasd te kijken. ‘Een wat?’

‘Een lockdown party’, verduidelijkte ik. Ik zag aan zijn reactie dat hij mij een totaal onredelijk mens vond.

‘Sluitopfeestje zou dan een leenvertaling zijn. Ook niet altijd geapprecieerd door taalpuristen.’

Het was beany-man, de lokale hipster. Hij was achter ons komen staan en had, op veilige afstand, ons gesprek gevolgd, over het stuur van zijn fiets leunend.

‘Ge staat zo ver? Corona proof?’ ‘Yep: corona-veilig.’ Hij speelde het spelletje mee.

‘Is hipster ook geen anglicisme?’ Ik vond het altijd leuk om die gast wat te jennen.

‘Klopt’, zei hij onverstoord. Het komt uit Amerika en betekende oorspronkelijk ‘allesweter’ of ‘slimme jongen’.

‘Zeer toepasselijk.’ Ik moest hard mijn best doen om mijn nederlaag in dit verbale duel door te slikken.

‘Ik weet dat omdat ik er onlangs een stukje over geschreven heb op mijn blog. Volgt gij uw ‘soosjal miedia’ niet?’

Tattooman schoot in een kramp. ‘Ziet ge? Hij doet het ook! Die Engelse ziekte is nog besmettelijker dan corona. En geen enkel maskerke dat daartegen helpt!’

Hij had niet door dat beany-man met zijn voeten aan het spelen was. Maar mijn lichte gevoelens van sympathie waren van korte duur.

‘Wist je dat er ook terugleenwoorden bestaan?’ Tattooman en ik keken elkaar vragend aan.

‘Bijvoorbeeld ‘boulevard’. Dat is een Frans leenwoord van het Nederlandse ‘bolwerk’. Toen de Fransen hun stadsomwallingen begonnen af te breken en in te richten als brede lanen, bleven ze die lanen ‘boulevards’ noemen, en in die betekenis is het woord terug als Frans leenwoord in de Nederlandse taal opgedoken.’ ‘En kent ge ook de oorsprong van het woord ‘betweter’?

Maar mijn soep was op en het was koud, dus met een afgemeten ‘frlmplks’ van achter mijn maskertje nam ik zonder op een antwoord te wachten afscheid van beide heren