01 apr '19

Tegen
het klimaat

347
door Joris Hintjens
'Ik ben tegen het klimaat.’ Niemand had hem iets gevraagd, maar toch, het moest eruit. Het kwam door de krant die hij aan het lezen was. Hij zwaaide met de voorpagina naar de tooghangers om de aandacht te trekken.

‘Het is de schuld van het klimaat dat die kinderen niet op school zitten, maar in Brussel gaan betogen. In mijnen tijd deden wij dat niet.’

‘Gij niet neen. Gij zat, toen al, hier aan de toog met een stuk in uw kl…. voeten, juist gelijk nu.’ Het antwoord kwam gevat, en niet geheel onverwacht, van de man aan de overkant. Een grote kerel, met een snor, onverzorgde baard en een tattoo op zijn voorarm. ‘Rita’, of zoiets, voor zover ik kon lezen.

‘Wij wel’, ging hij verder. ‘Tegen de raketten. Nu gaat de wereld kapot door het klimaat, toen door de kernwapens. Met 100.000 waren we, van Noord naar Zuid, met vrouw en kind en veel laweit. Terwijl, boven onze kop, de vliegtuigen de raketten al aan het invliegen waren naar Kleine Brogel, waar ze zogezegd nooit hebben gelegen. Premier Martens had het met Reagan op een akkoordje gegooid.’ Hij was duidelijk goed geïnformeerd.

‘En ikke,...’, klonk een schorre stem van achter het tafeltje naast de flipperkast. ‘Ik ging, samen met ons Simonne, betogen tegen de oorlog in Vietnam. Tjonge jonge... de flikken toen, dat waren nog geen robocops gelijk die in Frankrijk vandaag, met helmen en scheenlappen en pepperspray en flashgranaten. Die hadden nog gewoon een kepie en een matrak. Speelgoed, eigenlijk. Gemakkelijk.’ Zijn monkellachje verraadde dat hij wegdroomde naar zijn glorietijd van revolutionaire held in een woest gevecht met de ordetroepen. ‘Of was ’t voor Leuven Vlaams? Ik weet het niet meer, het is zo lang geleden.’

‘Dan hebde gij meer succes gehad dan wij’, viel het ex-lief van Rita hem in de rede. ‘Leuven is nu Vlaams en den oorlog in Vietnam is ook gedaan. Maar die raketten, die staan er nog altijd.’ 

‘En het klimaat is er ook nog, nog altijd hetzelfde.’ Iedereen draaide zich naar de opener van deze discussie. ‘Da’s dus mijn punt. Die betogingen, die helpen niks. Het klimaat, daar kunde niks aan doen.’

‘Maar niks doen gaat ook niet.’ Er zat zelfs jong volk aan de toog, uit de nieuwe wijk aan het kanaal. Zo’n type met een baardje, een slaphangende muts en een ruitjeshemd, met voor zijn neus een koffie met een moeilijke naam, alé eigenlijk gewoon koffie met melk en een speculooske. Hij komt hier geregeld, voor de ‘authentieke sfeer’. ‘Dan staat binnenkort de Zenne tot hier aan den toog.’

‘En toch zouden ze beter naar school gaan en studeren om oplossingen te vinden voor het probleem.’

‘Ja, zodat de pollitiekers die oplossingen dan weer straal kunnen negeren.’ Ik begon te vermoeden dat onze hipster ook naar de klimaatmarsen was geweest. 

Tattooman maakte zich klaar om te vertrekken. ‘Ge kunt nooit genoeg betogen, en iedere generatie heeft zijn strijd te strijden. Al goed dat wij allemaal ons best hebben gedaan in onzen tijd, anders hadden we nu niet hier gezeten, in alle vrijheid.’

De ironie ging verloren, zich terugtrekkend in de geborgenheid van de halflege bierglazen, en alle stamgasten knikten instemmend. Het deurbelleke klingelde de stilte weg.