01 sep '17

Huizen
voor Vlaamse gezinnen

1466
door Karla Goetvinck
Van de kersverse moeders in Halle-Vilvoorde spreekt niet de helft Nederlands met haar kind. Als we willen dat de Rand ook binnen twintig jaar nog Vlaams is, moeten we dringend investeren in betaalbare eengezinswoningen voor jonge Nederlandstalige gezinnen. Dat is de droom van Bart Laeremans.

Een op drie spreekt Frans, een op vijf een andere taal. Dat blijkt uit cijfers voor 2016 van Kind & Gezin. 46,8% van de  moeders spreekt Nederlands. En die trend blijft neerwaarts gaan. In verschillende gemeenten zijn er meer Franstalige dan Nederlandstalige geboorten. Niet enkel in de faciliteitengemeenten, ook in Beersel, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Machelen, Zaventem, Overijse en Hoeilaart. 

Laeremans weet dat een groot deel van die kinderen Nederlands zal leren. ‘Ze zullen naar een Nederlandstalige school gaan en dat is goed. Het is anders dan 30 jaar geleden. Toen was er de tweedeling Frans-Nederlands, nu zijn er een hele hoop andere talen en het Nederlands. Het verhaal is complexer en de mentaliteit is veranderd: anderstaligen zijn dikwijls meer bereid om Nederlands te leren.’

‘Inburgeringscursussen, integratiebeleid: dat is goed en nodig. Ik zie veel goede wil, ik bewonder leerkrachten die zich daar elke dag voor inzetten. Ik pleit voor taalbadklassen. Zo kunnen anderstalige kinderen eerst een volledig jaar Nederlands leren. Maar in de Rand moet veel meer gebeuren, want als je enkel dat doet, zit je in een beleid van dweilen met de kraan open.’

‘Ik doe niet aan doemdenken en probeer de zaken vanuit een positieve en optimistische hoek te bekijken. De situatie zoals ze nu is, kunnen we nog altijd beheersen mits een goed beleid, maar als dit nog twintig jaar doorgaat, dan krijg je in de verstedelijkte gebieden van de Vlaamse Rand erg kleine percentages Nederlandstaligen. Omdat jonge gezinnen er wegtrekken.’

EEN AMBITIEUS WOONBELEID

‘We moeten Nederlandstalige gezinnen aanmoedigen om hier te blijven. Ik pleit voor een doordacht, ambitieus en actief woonbeleid. Een groot deel van de woonmarkt zal natuurlijk vrij blijven, maar daarnaast kan de overheid een eigen aanbod creëren en voorrang geven aan wie in de regio woont, werkt, naar school gaat of lid is van een vereniging.

Er is Vlabinvest, maar dat is een druppel op een hete plaat, en helaas overgeheveld van het Vlaamse naar het provinciale niveau. Vlabinvest concentreert zich ook te veel op appartementen. Hoogbouw trekt stedelingen aan. We hebben eengezinswoningen nodig. Een jong, Vlaams koppel zal een paar jaar in een appartement wonen en dan is het weg.

Wat Vlabinvest doet, kan je op lokale schaal intensifiëren. De gemeenten zouden lokale woonregies moeten opstarten en dezelfde toewijzingscriteria toepassen, en daar eenmalig budgetten voor vrijmaken. Je verkoopt een aantal woningen en je bouwt weer nieuwe. De kracht van zo’n beleid is het schaalvoordeel. Als je tien woningen bouwt, is dat relatief goedkoper dan als je er een bouwt. Die winst kan je gebruiken om je fonds aan te dikken en om de prijs te laten zakken, zodat je mensen aantrekt die anders je gemeente verlaten.’

‘Verstedelijking is geen automatisme. Je kunt dat in goede banen leiden.’

‘Als je het goed verantwoordt, is dit niet discriminerend. Dit komt er op neer dat men zorgt dat een bepaalde gemeenschap kan overleven. Als je dat niet doet, verdwijnt ze. Ook anderstaligen hebben er alle belang bij dat er een voldoende aantal Nederlandstaligen in de regio blijft wonen als ze willen dat hun kinderen Nederlands leren en als ze willen dat hun gemeente nog enige samenhang blijft behouden.’

‘Kijk naar de faciliteitengemeenten. Daar is doorgaans weinig gemeenschapsleven, omdat de Vlaamse groep zo klein is. De trekkers van het gemeenschapsleven hier in Strombeek-Bever zijn allemaal boven de 50, soms de 70 voorbij. Als je wilt dat je nieuwe trekkers krijgt, moet je twintigers en dertigers aantrekken.’

‘Concreet zou men kunnen beginnen met enkele verpauperde woningen aan te kopen en te verhuren, en als de huizen ernaast vrijkomen, deze ook opkopen. Als je zo een aantal woningen hebt verworven, kan je ze renoveren of vervangen. Bij een verkoop aan een jong gezin blijft de woonregie dan voor 1% eigenaar, zodat ze mee kan bepalen aan wie het wordt doorverkocht.’

‘We moeten een beleid voeren om te zorgen dat wie hier woont, hier kan blijven wonen. Ik zeg niet dat hier geen Brusselaars mogen komen wonen, maar de druk is momenteel te zwaar. Het aantal Brusselaars dat instroomt en het aantal jonge mensen dat ten gevolge hiervan moet wegtrekken, is te aanzienlijk. Er zal altijd een wisselwerking zijn, maar op dit moment is die veel te eenzijdig.’

NIET: FRANSTALIGEN BUITEN

‘We moeten het imago van onze gemeenten voldoende Nederlandstalig houden en tegelijk aan anderstaligen niet het gevoel geven dat ze te veel zijn. De Vlamingen zijn open, nergens in de Vlaamse Rand heerst het gevoel van anderstaligen jullie zijn niet welkom, trap het af. We verwachten wel dat inwijkelingen zich integreren en Nederlands leren.’

‘In de jaren 60, en tot de jaren 80, klonk er vaak Franstaligen buiten. Dat was een reactie tegen een Brussel dat onbeperkt en arrogant bleef uitdeinen. Gelukkig is er de splitsing van de provincie Brabant geweest en van Brussel-Halle-Vilvoorde, ook al is ze gebrekkig. Op vlak van ruimtelijke ordening kwam er een assertief groene gordelbeleid en er was de actie Waar Vlamingen thuis zijn. Er is een beleid gevoerd dat de zaken heeft kunnen keren. Ik geloof niet in het fatalisme van een stad die alsmaar uitbreidt en alles opslorpt.’

‘We moeten een beleid voeren om te zorgen dat wie hier woont, hier kan blijven wonen.’

‘Verstedelijking is geen automatisme. In landen met enorme bevolkingsexplosies kan men die evolutie niet zomaar tegenhouden, men heeft daar ook niet altijd de middelen voor. Hier hebben we echter instrumenten gecreëerd waarmee je de verstedelijking in goede banen kunt leiden. Zo werd de suburbanisatie rond Brussel sinds 1967, en vooral vanaf 1977 met het definitieve gewestplan, afgeremd.’ 

‘Het maakt me boos dat de Vlaamse administratie Ruimtelijke Ordening die groene-gordelpolitiek sinds halfweg de jaren 90 probeert om te buigen. Ik zie een rode draad van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen naar het Vlaams Strategisch Gebied rond Brussel tot recent het Territoriaal Ontwikkelingsprogramma Noordrand. De Vlaamse administratie is toch bedoeld om de Vlaamse belangen te verdedigen en niet om Brusselse natte dromen uit te voeren? De druk op de Rand is al groot, die moet niet nog worden vergroot. Complete tunnelvisie is het.’

BRUSSEL AANTREKKELIJKER MAKEN

‘Zorg eerst voor andere oplossingen. Zorg dat de middenklasse opnieuw in Brussel wil wonen. Brussel is niet dicht bebouwd en overbevolkt. In Parijs is de bevolkingsdichtheid veel groter dan in Brussel. Brussel moet een doordacht woonbeleid voeren. Ik denk dat het wel al een omslag heeft gemaakt. Het NEO-project is voor een stuk een woonproject.’

‘Om de middenklasse aan te trekken, moet de stad ook veiliger worden. En dan is er het hele migratieverhaal. Als je een blijvende explosie hebt van altijd maar nieuwe mensen, dan moet die instroom in Brussel ook aangepakt worden. De Europese open grenzen vind ik problematisch, maar dat moet op nationaal, Europees en internationaal niveau worden geregeld.’

OVERLEG MET BRUSSEL

‘Alleen in de Rand kunnen we het niet oplossen. We moeten op een doordachte manier samenwerken met Brussel, maar zo’n Hoofdstedelijke Gemeenschap of Metropolitane Gemeenschap, die eigenlijk het oude Brabant opnieuw in het leven roept, is nefast. Dat is het voorgeborchte van de grootstad van 2050.

Voorlopig is dat misschien wel een lege doos, maar die kan tijdens komende staatshervormingen makkelijk worden opgevuld. Er moet samengewerkt worden. Op een gelijkwaardige basis en in alle onafhankelijkheid. Wij moeten Brussel helpen om de stad aantrekkelijk, bereikbaar en economisch leefbaar te houden. Vlaanderen moet geen industrieterreinen bouwen om Brusselse bedrijven aan te trekken. Vlaanderen moet spaarzaam omgaan met zijn open ruimte.’

 

Wie is Bart Laeremans?

• Geboren in Gent op 17 april 1966
• Getogen in Grimbergen, waar hij nog steeds woont
• Licentiaat in de rechten (1990, KUL), postgraduaat media- en informatiekunde (1991, KUL)
• Kamerlid (1995-2010) en senator (2010 - 2014) voor Vlaams Blok/Vlaams Belang
• Stapte in 2015 uit de partij
• Gemeenteraadslid Grimbergen
(1995-2012 voor Vlaams Blok/Vlaams Belang), 2012-nu voor Vernieuwing)
• Advocaat
• Actief in Vlaamse Volksbeweging, Marnixring en weekblad ‘t Pallieterke