01 mrt '20

Veel te weinig plaats
in de scholen

1290
door Tina Deneyer
Heel wat scholen in de Vlaamse Rand barsten uit hun voegen. In het basisonderwijs zijn intussen de ergste noden gelenigd en is het plaatstekort grotendeels weggewerkt. Maar in het secundair onderwijs is het gat nog lang niet dichtgereden.

In 2018 legde de laatste capaciteitsmonitor voor het onderwijs de situatie in de ruime Vlaamse Rand pijnlijk bloot: tegen 2024-2025 dreigt in de secundaire scholen van de regio een tekort van maar liefst 8.000 plaatsen. Een wake-upcall die het capaciteitstekort eindelijk bovenaan de politieke agenda deed belanden. De vorige Vlaamse Regering pompte intussen meer dan 20 miljoen euro in het secundair onderwijs in de ruime Vlaamse Rand. Daardoor zal het tekort van 8.039 plaatsen in de secundaire scholen tegen 2021-2022 teruggedrongen zijn tot 5.660. De inhaalbeweging is ingezet, maar we zijn er dus nog lang niet. ‘De vorige Vlaamse Regering heeft belangrijke stappen vooruit gezet. Momenteel  bekijken we welke bijkomende middelen de huidige Vlaamse Regering nog extra kan beschikbaar stellen om het capaciteitstekort verder weg te werken’, zegt Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).

‘De voorbije jaren zijn er inderdaad substantiële inspanningen gedaan door de Vlaamse Regering’, zegt Jo De Ro (Open VLD), schepen van Onderwijs in Vilvoorde en ondervoorzitter van de OVSG, de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten. ‘Laat ons hopen dat er ook na 2022 een flink deel van de extra investeringen in het onderwijs naar de Vlaamse Rand gaan.’ De Ro kijkt voor de oplossing van het probleem niet alleen naar Vlaanderen. ‘Ook steden en gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid nemen. De voorbije jaren waren een aantal gemeentebesturen niet goed wakker. Ik heb me er vaak over verbaasd dat men op een aantal plaatsen in de regio pas een jaar of drie geleden heeft beseft dat er echt een gigantisch probleem is.’

Te veel blinde vlekken

‘Het grootste probleem in onze regio is dat er in heel wat gemeenten gewoon geen secundaire scholen zijn’, gaat De Ro verder. ‘Dat is zo gegroeid omdat secundair onderwijs traditioneel duur onderwijs is. Daardoor zijn er heel wat blinde vlekken in de ruime Vlaamse Rand. In gemeenten als Steenokkerzeel, Meise en Kampenhout is er bijvoorbeeld geen secundair onderwijs. In gemeenten als Machelen, Kapelleop-den-Bos en Londerzeel is het er wel, maar veel te weinig. Het zijn uiteraard de inrichtende machten die de stap zetten om een secundaire school te bouwen, maar een gemeentebestuur kan de zaak vergemakkelijken. In Vilvoorde doen we dat bijvoorbeeld door gronden aan te kopen en in erfpacht te geven aan de inrichtende machten of door te verkopen aan een gunstig tarief.’ Gemeentebesturen kunnen dus ook voor het secundair onderwijs een belangrijke rol spelen in het capaciteitsverhaal.

JO DE RO: ‘Er is te lang aan struisvogelpolitiek gedaan en veel te weinig geïnvesteerd.’

Raymonda Verdyck, topvrouw van het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap beaamt: ‘Als onderwijsverstrekker kiezen we zo veel mogelijk voor duurzame stoelen. Daarmee bedoel ik geen zitjes in zogenoemde containerklassen, maar degelijke gebouwen die tientallen jaren meekunnen. Je moet weten dat één duurzaam stoeltje 15.000 tot 20.000 euro kost. Voor 200 extra leerlingen heb je zo dus al gauw 4 miljoen euro nodig. Dat zijn grote investeringen. En dus bekijken we voor elk project heel goed waar we het inplanten. Een gemeentebestuur dat meedenkt over beschikbare gronden is een zegen.’ 

Om gemeenten te ondersteunen, denkt de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten ook aan de aanstelling van een intendant die samen met hen naar oplossingen zoekt. ‘Het Toekomstforum Halle-Vilvoorde en intercommunale Haviland zouden zoiets misschien kunnen opnemen’, vindt De Ro. ‘We hebben iemand nodig die op een hoger niveau dan de gemeenten onderzoekt waar er bijvoorbeeld nog braakliggende gronden zijn die gebruikt kunnen worden voor scholenbouw. Of verlaten gebouwen die versneld kunnen worden verhuurd.’

Drummen aan de poort van het ASO

‘Een ander pijnpunt in ons onderwijs dat ook in de Vlaamse Rand speelt, is dat heel wat secundaire scholen een piramidevorm hebben’, zegt De Ro. ‘We zien heel vaak dat iedereen staat te drummen aan de poort van ASO-scholen. Veel colleges en athenea starten in het eerste jaar met driehonderd leerlingen en eindigen met tachtig in het zesde jaar. Een heel aantal leerlingen kiest na de eerste graad voor technisch of beroepsonderwijs. Dat betekent dat het capaciteitstekort in veel scholen zich eigenlijk voornamelijk in het eerste en tweede jaar voordoet.’

‘Net daarom proberen wij zo veel mogelijk met domeinscholen te werken waar we ASO, TSO en BSO op dezelfde campus aanbieden’, vult topvrouw van het GO! Raymonda Verdyck aan. ‘Horteco in Vilvoorde is daar een mooi voorbeeld van. Die combinatie werkt, ook op pedagogisch vlak. Leerkrachten kunnen makkelijker expertise delen en leerlingen hoeven niet van school te veranderen als ze voor een andere richting kiezen.’

Tienerschool

Een andere manier om twee vliegen in één klap te slaan, is de bouw van middenscholen of tienerscholen zoals ze tegenwoordig worden genoemd. ‘Dat houdt in dat er aan een basisschool een eerste graad van het secundair wordt gebouwd’, legt De Ro uit. ‘De overstap van de basisschool naar het secundair is voor veel leerlingen ingrijpend. Een tienerschool maakt die overgang minder bruut. Maar er is nog een belangrijk voordeel: de investering voor een inrichtende macht is een heel stuk kleiner dan bij een volledige secundaire school met drie graden.’ 

Het idee van de tienerscholen vindt mondjesmaat ingang in de Vlaamse Rand. ‘In Hoeilaart bekijken we momenteel de mogelijkheid om aan een van onze basisscholen een tienerschool te bouwen’, zegt Kurt Meeus, algemeen directeur van Scoop, de scholengroep die alle GO!-scholen in de noordoorstrand omvat. ‘In Vilvoorde is er een concreet project. Daar start een van de komende maanden de bouw van een basisschool met daaraan een tienerschool in de nieuwe wijk Vier Fonteinen. We zullen daar dus een eerste graad aanbieden. Als over een aantal jaar blijkt dat de school te klein wordt, dan kunnen we uitbreiden. De stad Vilvoorde heeft daarvoor al een plekje voorzien op het terrein.’

Kop in het zand

Nu de inhaalbeweging eindelijk is ingezet en de komende twee jaar een aantal nieuwe secundaire schoolgebouwen de deuren zullen openen, blijft de vraag hoe we dat enorme capaciteitstekort niet hebben zien aankomen. ‘Wat het basisonderwijs betreft, kan je nog verzachtende omstandigheden inroepen’, vindt De Ro. ‘De stijging van het aantal inwoners is in de bevolkingsprognoses voor onze regio jarenlang onderschat. Maar men wist wel degelijk dat het probleem zou verschuiven naar het secundair onderwijs. Daar hoef je geen geleerde voor te zijn. Er is te lang aan struisvogelpolitiek gedaan en veel te weinig geïnvesteerd. Men heeft op veel plaatsen eerst geprobeerd om het probleem op te lossen door de leraarskamer in twee te splitsen of het borstelkot leeg te maken om extra plaatsen te creëren. Tot het niet meer ging.’

‘De kwestie is veel te lang geen prioriteit geweest’, zegt Verdyck. ‘Initiatieven zoals de capaciteitsmonitor, die in 2015 voor de eerste keer is uitgevoerd en de tekorten per onderwijszone in kaart brengt, drukken iedereen nu met de neus op de feiten. Het is een kwestie van de komende jaren nog een flink tandje bij te steken. En daar zal nog veel geld voor nodig zijn.’

Groot tekort aan leerkrachten

Tegen het schooljaar 2021-2022 zullen in de ruime Vlaamse Rand dus bijna 2.400 extra plaatsen gecreëerd zijn in het secundair onderwijs. ‘Goed nieuws uiteraard, maar dan zitten we nog met een ander probleem: het lerarentekort’, merkt Raymonda Verdyck van GO! op. ‘We slagen er in Vlaanderen nog altijd niet in om de uitval van beginnende leerkrachten te stoppen. Die is in de Vlaamse Rand erg groot, net als in Brussel. Het feit dat de klassen hier superdivers zijn, heeft er misschien ook invloed op. De huidige lerarenopleidingen bereiden mensen daar nog niet genoeg op voor. Dat is een nagel waar we samen met de andere onderwijsverstrekkers al jaren op kloppen. Er moeten echt extra inspanningen komen om ervoor te zorgen dat we voldoende en kwaliteitsvolle leerkrachten hebben voor ons Vlaams onderwijs.’