01 apr '18

Voorbij de dogma’s

1302
door Karla Goetvinck
We moeten ons in de Rand over onze oude communautaire reflexen zetten. Vlamingen en Franstaligen, Rand en Brussel: we moeten opnieuw naar elkaar toegroeien. Het liefst ook op vlak van bestuur en regelgeving. Het is de droom van Patrick Vandenbussche.

Mijn echtgenote is geboren en getogen in Wemmel. Ik ben een economisch vluchteling: ik kom van de kust, studeerde in Brussel en woon nu veertig jaar in Wemmel. Ik ging in de Rand wonen omdat ik dichtbij mijn werk in Brussel en dichtbij de luchthaven wou zijn. Ik moest voor mijn werk dikwijls naar het buitenland. In tegenstelling tot Brussel zelf, waren de huizen hier nog betaalbaar. En we kozen ook welbewust voor de rust en het groen.’

‘Aan de andere kant kan ik niet zonder Brussel. Ik ben verliefd op de stad, op zijn nonconformisme, zijn rock-‘n-rollmentaliteit. Veel pendelaars werken in Brussel, maar hebben verder geen enkele band met de stad. Brussel en de Rand zouden mekaar moeten kennen, van mekaar houden, mekaar respecteren, tolerant zijn, open staan. En geen schrik hebben van mekaar. Ik heb nog nooit iets voorgehad in Brussel en ik ga in Molenbeek een pint drinken.’

WEST-VLAAMSE NUCHTERHEID

‘Naar de communautaire spanningen in de Rand kijk ik met de blik van een West-Vlaamse zelfstandige. Mijn ouders hadden een hotelrestaurant op de zeedijk in De Panne en probeerden elke klant in zijn eigen taal te bedienen. Ik vind dat de gemeentelijke diensten dat ook wat meer zouden moeten kunnen doen. In Wemmel, een gemeente met faciliteiten voor Franstaligen, gebeurt dat. Maar toen een Zwitserse collega zich enkele jaren geleden in een andere randgemeente wou inschrijven, was dat voor hem een heel negatieve ervaring. Hij sprak enkel Duits, Engels en een beetje Frans en de bevolkingsdienst wou hem in die talen niet helpen. Dat bezorgt onze regio een slecht imago. Dat is dogmatisch en intolerant. De rol van een gemeentebestuur en zijn administratie is dienstverlening, de inwoners betalen daarvoor via de belastingen. Verleen dan die dienst. Bij voorkeur in het Nederlands uiteraard. Een Franstalige die in een ziekenhuis in de Rand terecht komt, moet - vind ik - in zijn taal geholpen worden. Dat geldt overigens evenzeer voor een Nederlandstalige in Brussel. We moeten het Nederlands koesteren. Het moet de lingua franca blijven, de gemeenschappelijke communicatietaal, en anderstaligen moeten dat weten. Terzelfdertijd moeten we een manier vinden om gastvrij te zijn.’

SYNTRA METROPOLITAN

‘Wie geen Nederlands leert, straft vooral zichzelf. Hij moet voor contacten, vertier en cultuur naar Brussel, beperkt zijn kansen op de arbeidsmarkt. Nederlands is minder en minder een thuistaal, maar dat wil niet zeggen dat de taal aan belang inboet. Ik ben directeur van Syntra Brussel, een Vlaamse vormingsinstelling die opleidt tot zelfstandige of medewerker van een KMO. Onder de cursisten tel ik achttien verschillende nationaliteiten. Die spreken veel verschillende talen, maar het Nederlands is de taal waarin we lesgeven.’ ‘Mensen beseffen dat het Nederlands een troef is. We hebben 4.500 cursisten, evenveel uit Brussel als uit de Rand. Veel van hen kennen onvoldoende Nederlands. Ze moeten bij hun inschrijving een taaltest afleggen. Is hun niveau te laag, dan sturen we hen naar het Huis van het Nederlands om dat op te krikken. Is het aanvaardbaar, dan mogen ze zich inschrijven op voorwaarde dat ze zich laten begeleiden door een taalcoach. Ook de docenten coachen we: ze moeten eenvoudig Nederlands gebruiken, ook in hun cursussen, om ze taaltoegankelijker te maken. Je moet daar positief in plaats van negatief mee omgaan. Die verschillende nationaliteiten, talen en culturen zijn een verrijking, ook voor de Nederlandstaligen.’ 

‘Onderwijs, daar moeten we in investeren. Zeker ook omdat de Rand een jonge bevolking heeft en omdat die bevolking bovengemiddeld aangroeit. We moeten die bevolkingsgroei opvangen en we moeten daarbij efficienter omgaan met ruimte. We moeten onze dorpskernen versterken, met winkels, cultuur en horeca in de buurt, in plaats van het resterende groen te verkavelen. Wijken zoals Boechout, met grote villa’s op ruime percelen, zijn niet meer van deze tijd. Dat is onbetaalbaar en energieverslindend.’ 

FOUTE STRUCTUREN

‘Brussel is de economische motor van België. Daar gebeurt het: 3D-printing, mode, communicatie, kleine innovatieve bedrijven gebaseerd op kennis en technologie komen er zich vestigen. De tijd van de grote maakeconomie in de Rand is voorbij. 

‘De scheiding tussen de Rand en Brussel vind ik artificieel.’

Brussel is het middelpunt van een groot stedelijk gebied dat reikt tot Antwerpen en Gent. Ik vind dat dat ook een eigen bestuurlijk niveau verdient, een Metropolitane Gemeenschap. De scheiding tussen de Rand en Brussel vind ik artificieel. Er moet veel meer samenwerking komen. En we zouden best ook een aantal bevoegdheden herfederaliseren. Neem het dossier van de geluidsnormen rond de luchthaven en de spreiding van de vluchten. Maak dat opnieuw federaal en het is opgelost. Dan moeten de gewesten zich bij de federale beslissingen neerleggen. Het is een zeer dynamische regio, maar nu wordt die dynamiek gefnuikt door allerlei discussies. Dat brengt de economie en de werkgelegenheid in gevaar. We moeten mekaar versterken in plaats van mekaar af te zwakken.’

‘Ook voor investeringen in infrastructuur of mobiliteit zie je die processen: als ik van Brussel naar Wemmel wil met de metro, dan kan dat niet. De metro stopt aan de Heizel, dat is de grens. De metro wordt niet doorgetrokken. Nochtans zit het verkeer muurvast. En nog: in Brussel is de werkloosheid en de jeugdwerkloosheid hoog en in de Rand zijn er arbeidskrachten te weinig, maar de poort lijkt nog steeds niet helemaal open.’ 

‘Ik ben een geboren en getogen Vlaming, maar voel mij nu een Nederlandstalige Brusselaar. De oude stammentwisten raken achterhaald. Er is meer tolerantie dan vroeger, het polariseren tussen Vlamingen en Franstaligen lijkt er in de veertig jaar dat ik hier woon wat uitgegaan. We zijn in de regio met honderd nationaliteiten, dan moeten we toch niet langer als twee gemeenschappen of als twee gewesten tegenover elkaar staan. Misschien ligt daar een kans?’

 

Patrick Vandenbussche

  • Geboren in Oostende op 16 januari 1956
  • Woont in Wemmel sinds 1979
  • Master in de Psychologische Wetenschappen, VUB
  • Master of Business Administration, KUL
  • Sinds 2013 Directeur Afgevaardigd Bestuurder Syntra Brussel