01 feb '18

Durven dromen

502
door Karla Goetvinck
Kunnen we voor de grote infrastructuurwerken die er in de Rand en in Brussel aankomen een gemeenschappelijke visie uitwerken? Leren we onze wederzijdse angst te relativeren? Durven we samen te dromen? En schenken we daarbij ook aandacht aan open ruimte, leefbaarheid en omgevingskwaliteit?

Vier jaar geleden keurde de Vlaamse Regering een planprogramma voor landinrichting in heel de Vlaamse Rand goed. Dat idee was enkele jaren eerder bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) gerijpt. We hadden al drie projecten in de Rand lopen en wilden dat graag uitbreiden. De druk op de open ruimte in de regio is groot en dus vinden we het hier extra nodig om de resterende stukjes groen te versterken en te verbinden. Met een sterk en veelzijdig Team Vlaamse Rand bij de VLM doen we er aanplantingen, geven we water de ruimte, zorgen we voor wandel- en fietspaden, meer en betere open ruimte en speeltuintjes. Ik denk dat ons werk in de Rand sterker geapprecieerd wordt dan waar er al veel open ruimte is. Ondertussen zijn we in 15 van de 19 gemeenten van de Vlaamse Rand aan de slag. Enkel in Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw, Drogenbos en Merchtem komt het voorlopig niet van de grond.’ 

MULTIFUNCTIONELE RUIMTE

‘Wij zijn het gewoon om bij verschillende instanties steun te zoeken, om in verschillende sectoren een draagvlak te creëren. Dat moet, als je zoals wij met relatief kleine budgetten werkt. En dat lukt dikwijls. Onze visie is duidelijk: er moet voor alles plaats zijn in de Rand, ook voor bewoning en bedrijven. Door de ruimte zo goed mogelijk in te vullen, ga je voor alles plaats hebben, maar je moet doordacht omspringen met de inrichting van elk stukje open ruimte. Als je een bedrijventerrein wil aanleggen, zorg er dan voor dat het zeker ook bereikbaar is voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Zorg dat het zo ingericht is dat het leefbaar is voor zowel de mensen die er werken als de omwonenden. Zorg dat iedereen er iets aan heeft.’ 

LITTEKENS VERZACHTEN

‘Ik hoop dat dat ook het geval gaat zijn bij de grote infrastructuurwerken die er aankomen. De ontdubbeling van de Ring haalt het wellicht niet, als het enkel gaat over een rijstrook meer of een afrit minder. De omwonenden moeten zien dat er ook voor hen iets in zit: extra groen, een bos, wandelpaden, geluidsschermen, een tunnel. Als je in de Rand vertrekt vanuit één sector — mobiliteit, wonen, werken, landbouw, natuur  —, dan ben je gedoemd om weinig binnen te halen. Daarvoor is de ruimte te beperkt.’ 

‘Er beweegt veel in de Rand: niet alleen zijn er de plannen voor de Ring, maar ook voor nieuwe tramlijnen en fietssnelwegen, voor winkelcentra en bedrijventerreinen en ook de luchthaven schreef een nieuwe ontwikkelingsvisie. Dat zijn uitgelezen kansen. Als we nu iets herinrichten, gaan we er de eerste vijftig jaar niet veel meer aan doen, tenzij hier en daar wat oplapwerk. We moeten het grondig en multisectoraal aanpakken. Mijn hoop is dat men er in slaagt om de littekens, die de grote infrastructuren in de jaren 60, 70 en 80 door het landschap hebben getrokken, niet dikker worden gemaakt, maar om die hier en daar wat weg te werken. Om te zorgen voor meer open ruimte, leefbaarheid en omgevingskwaliteit.’ 

VERTREKKEN VANUIT DROOMBEELD

‘In het dossier van de Ring zie je dat er nog altijd te weinig afgestemd wordt tussen de verschillende overheden. Brussel wil haar binnenstad autoluw of zelfs autovrij maken. 

‘Als je niet vertrekt van je ideaalbeeld kom je nergens.’

De uitlopers van de autosnelwegen die in Brussel toekomen, wil men halveren en er boulevards van maken. De bredere Ring die Vlaanderen wil, staat daar haaks op. Begrijpe wie begrijpen kan. De bevoegdheid voor mobiliteit zit bij verschillende overheden. Bedrijfswagens en de NMBS, dat zit op federaal niveau. De MIVB rijdt in Brussel, de Lijn in Vlaanderen. Ik denk dat je de verkeersknoop enkel kan ontwarren via een zeer ruim en gezamenlijk vervoersplan, waarbij iedereen wat water bij de wijn doet.’ 

‘We moeten soms ook eerst durven te dromen. Eerst bedenken waar we samen voor willen gaan, wat het beste is voor zowel Brussel als de Rand, want we hebben veel gemeenschappelijke belangen. Nu worden ideeën dikwijls snel afgeblokt op basis van vroegere ervaringen, op basis van juridische argumenten of met de vraag: wie gaat dat betalen?’ 

‘Via een overkapping van de Ring zou je de kouters in Asse met het Laarbeekbos in Jette kunnen verbinden. Maar als die overkapping langer is dan 400 meter, geldt de tunnelregelgeving met vluchtwegen en verlichting en verluchting. Dan wordt het duur en gecompliceerd. En toch, als je niet vertrekt van je ideaalbeeld, kom je nergens. Als je je van in het begin laat inperken door praktische besognes, dan slank je je droombeeld af tot een mager beestje en dat vind ik jammer. Later kan je problemen oplossen of naar alternatieven zoeken om je ideaalbeeld zo veel mogelijk te benaderen. Misschien kunnen twee tunnels van 380 meter, ik zeg maar wat, of wil Europa bijpassen. Als hoofdstad van Europa verdient Brussel projecten van internationaal niveau.’ 

BRUSSEL ALS KANS

‘Ook op vlak van voedselvoorziening moeten we samenwerken. Je zou het misschien niet zeggen, maar een derde van de oppervlakte in de Vlaamse Rand wordt gebruikt voor landbouw. Maar er is nauwelijks afstemming tussen die landbouw (die vooral grootschalig is en veevoeder produceert, of producten die via de havens naar het – soms verre – buitenland gaan) en Brussel. Terwijl dat toch een markt is met anderhalf miljoen potentiële klanten. Dan denk ik niet alleen aan de Brusselaars, maar ook aan bedrijfsrestaurants, overheden, scholen en hotels. Ik zeg vaak lachend: als Brussel belegerd wordt, kunnen ze twee dagen overleven. In de Rand organiseren we boerenmarkten en thuisverkoop, maar eigenlijk moeten we ons voedsel in Brussel krijgen. Brussel zelf is daar meer mee bezig dan de Rand, vrees ik.’ 

‘We vertrouwen elkaar niet, maar je kan niet voortdurend denken: wat zit daar nu weer achter?’

‘Sommige landbouwers bewerken amper twee hectaren, maar verkopen hun groenten aan huis of op een markt in Brussel. Zij kunnen perfect overleven. Tegelijkertijd zijn er landbouwers die 100 hectaren bewerken, maar met moeite het hoofd boven water kunnen houden. Die kunnen niet zomaar snel omschakelen, die hebben machines gekocht, hebben leningen aangegaan, dat ligt dus niet zo eenvoudig. We moeten kansen creëren voor landbouwers die die korte keten willen proberen. Ook voor nieuwe landbouwers. Bij de VLM dromen we van een loket waar landbouwers terechtkunnen met hun vragen en waar vraag en aanbod worden samengebracht. Hoe kan ik omschakelen? Hoe kan ik me beter richten op Brussel? Welke mogelijkheden zijn er? Hoe kunnen we de logistiek oplossen?’

VERTROUWEN

‘Ik heb de relatie tussen Brussel en de Rand al een aantal keer uitgelegd aan Poolse studenten in de ruimtelijke ordening en dan gebruik ik in mijn presentatie telkens de begrippen fear en trust. We zijn bang van elkaar en we vertrouwen elkaar niet. Maar je kan niet samenwerken met een andere regio als je altijd denkt: wat zit daar achter? We moeten als gelijkwaardige partners aan tafel, met open vizier.’

‘Ik kom zelf uit de brede Rand en ik vind het belangrijk dat we het Vlaamse en groene karakter van de regio behouden en versterken, maar we mogen niet gecrispeerd en angstig reageren. Onze boodschap moet zijn: we vinden het belangrijk dat je Nederlands spreekt, we bieden jou via ons onderwijs de mogelijkheid om dat te leren, en die kennis van het Nederlands zal jou ook meer kansen geven.’ 

‘Nu hoor ik soms: als je dat fietspad of de tram doortrekt, komen al die Brusselaars naar hier, en dan zal er meer Frans gesproken worden in de horeca. Ik denk dat we daar iets meer breeddenkend in moeten zijn, zonder onszelf op te geven.’

 

LUC VANDER ELST

  • 15 mei 1959
  • Leuven
  • Woont in Kampenhout, opgegroeid in Everberg 
  • Tijdens burgerdienst coördinator voor de VlaamsBrabantse jeugdhuizen bij Jongerengemeenschappen
  • Sinds 1992 bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), sinds 2011 als projectleider voor de Vlaamse Rand
  • Freelance eindredacteur, copywriter en journalist